vrijdag, december 18, 2009

Oh oh de haag (Kerstreces)


Labels:

woensdag, december 16, 2009

Van rommelende onderbuik naar heldere kop



‘Wat een knap verhaal, moet je lezen!’ zei ik van het weekend tegen mijn vrouw (daar is ze weer ;-). Ik bedoelde het stuk van Paul Frissen in Opinie en Debat van de NRC. ‘Hij heeft er wel veel woorden voor nodig,’ zei ze na lezing. ‘Hoe zou jij het dan zeggen?’ vroeg ik. ‘Er is een gezonde afstand nodig tussen de politiek en het volk,’ was haar antwoord. ‘Het is net opvoeden. Veel ouders willen vrienden zijn met hun kinderen. Maar dat ben je helemaal niet! Je moet ze grootbrengen, opvoeden. Dat betekent ‘nee’ durven zeggen, grenzen stellen.’

‘Regeren is net opvoeden.’ Dus niet bang zijn dat ze je niet aardig vinden. Niet onderhandelen om de lieve vrede te bewaren. (‘Wij onderhandelen niet met terroristen!’) Als regeerder niet je oren laten hangen naar het volk. (Wel weten waar het volk mee bezig is – dat de Toppers weer bij elkaar zijn: ‘Zo’n opluchting!’, het bejaardenbloot van Patricia Paay: ‘Wat ziet ze er nog goed uit hè?’, en: ‘Ben je van na 1954? Wat erg, dan moet je een jaar langer!’ – de nieuwe scheidslijn in Nederland.) Regeren betekent beter weten. Daarom zit je in de regering.

Maar ondertussen zijn twintig ambtelijke werkgroepen aan het werk om 35 miljard per jaar te bezuinigen. Nou kun je zeggen: de regering is zo bang voor de stem – en de woede! – van het volk dat ze het zelf niet durven. Wie weet... Maar je kunt het ook zien als de grootste kans die ambtelijk Den Haag ooit gehad heeft. Daarom... Weldenkenden, aan de slag! ‘Heilige huisjes bestaan niet meer.’ Geen gezond volksgevoelen maar gezond verstand. Van een rommelende onderbuik naar een heldere kop. ‘Dat is niet eerlijk!’ wordt niet vernomen, laat staan: ‘Dit is asociaal!’ Niks One Issue, niks Not In My Back Yard! Eindelijk vertellen wat we allemaal allang weten: wat nodig is om te doen.

Noem eens wat: Salarissen van ambtenaren na hun zestigste rustig laten dalen tot net boven penisoenniveau – dan zijn de kinderen onderhand wel het huis uit, je bent echt niet meer zo productief als vroeger en dan kun je alvast wennen aan je pensioenuitkering. Gigantisch investeren in onderwijs, om te beginnen het basisonderwijs – Nieuw! Onderwijs waar je blij van wordt... Dan kan de begroting van SZW en Justitie na een tijdje eindelijk een keer naar beneden. Belastingvrijstellingen voor kleine zelfstandigen zodat zoveel mogelijk mensen voor zichzelf beginnen – voordeel: die klagen niet, ze houden hun eigen broek op, ze staan op eigen benen. Kilometerheffing, en hoe! Z.s.m. – en vooral hoog genoeg: hoe groter die bak hoe hoger. Hypotheekrenteaftrek? Kappen! – nu mee beginnen. Combineren met een vlaktax van zo’n dertig procent, niks ingewikkelde tarieven. Stoppen met alle verslavende subsidies – inderdaad, een dubbelop pleonasme ;-). En om het af te maken binnenkort een basisinkomen voor iedereen van nul tot honderdtien, uit te keren door de Belastingdienst – ter vervanging van kinderbijslag, studiefinanciering, bijstand, Wajong, AOW en wat dies meer zij. Gewoon wat dingen die mij te binnen schieten.

Alles mag, en niets is onfatsoenlijk. Vrijdenken is niet alleen de uitnodiging, het is de opdracht. De politiek doet het niet. (Hoewel, de ideeën hierboven – ze zouden zomaar in een concept-verkiezingsprogramma van D66 kunnen staan :-)

Het woord is aan u. Grijp die kans. En dan alle stormen trotseren. Maar gelukkig hoef je niet aardig gevonden te worden. Of herkozen. Succes!


Gesproken column, Reuring! Café, 16 december 2009

Labels: , , ,

donderdag, december 10, 2009

Apenrots, of apetrots?


‘Raad eens voor wie de patiënten hier komen, voor de dokter of voor de raad van bestuur?’ vroeg de voorzitter van de medische staf aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Hij wachtte het antwoord niet af: ‘Natuurlijk voor de dokter!’ Zo, die zat. En de dure eisen van de specialisten werden zonder veel verdere discussie ingewilligd. Dit voorval is niet verzonnen. Het is waar gebeurd, niet lang geleden, bij een bekend ziekenhuis in het midden van het land. Welkom op de apenrots.

Hoe bestaat het dat een weldenkend mens, wat deze specialist in het dagelijks leven is, dergelijke dingen durft te zeggen? Hoe bestaat het dat de ziekenhuisdirecteur, een al even weldenkend mens, dergelijke dingen laat passeren? Natuurlijk, het gaat over macht. Blijkbaar kan de specialist het zich permitteren, hij komt ermee weg. En natuurlijk, het gaat ook over kracht. Blijkbaar kan de directeur deze specialist niet aan. Maar er is nog iets: ze leven in een fictieve wereld. Een wereld gebaseerd op verkeerde aannames.

Patiënten gaan niet naar een ziekenhuis voor een arts. Ze gaan naar het ziekenhuis om beter te worden. In een ziekenhuis wil je goed en vriendelijk geholpen worden. Je wilt je op je gemak voelen, het liefst je zelfs thuis voelen. Zeker als je opgenomen wordt. Daarom ga je ook liever naar het ene ziekenhuis dan naar het andere. Je gaat naar een plek waar mensen werken waarvan je hoopt dat ze je kunnen helpen en goed voor je zullen zorgen, op allerlei manieren, dag en nacht. Van receptioniste tot verpleegkundige, van diëtiste tot fysio. En natuurlijk de dokter.

Een ziekenhuis is behalve een gebouw met bedden en apparaten vooral een gemeenschap van mensen. Hoe meer die mensen samenwerken hoe beter het ziekenhuis functioneert. En hoe meer die mensen zich op de patiënten richten hoe prettiger ze het ziekenhuis ervaren. Want aandacht en betrokkenheid werkt. Over placebo-effect gesproken! En dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen. Toen Albert Heijn na – of beter gezegd: dankzij – het Ahold-drama de klant weer ontdekte ging de omzet direct omhoog. Je voelt je er weer gezien, want er wordt weer aan je gedacht: ik kan kiezen uit Euroshopper, AH-huismerk en Excellent, al naar gelang m’n banksaldo of (feestdagen)stemming.

Organisaties zijn gemeenschappen van mensen. Mensen die iets doen voor andere mensen. ‘Eigenlijk helpen we elkaar allemaal’ zei een van onze kinderen een keer. Zo verdienen we de kost. De bakker bakt brood voor de boekhouder die zijn administratie doet. We zijn niets zonder elkaar, we hebben elkaar nodig. Maar je bent pas van waarde als je iets toevoegt. Of je nou operator bent of opereert. Als je niets toevoegt heb je geen betekenis. In ieder geval geen economische betekenis. De misvatting is dat sommigen belangrijker zouden zijn dan anderen omdat ze meer lijken toe te voegen.

Vanuit het perspectief van de klant klopt het niet dat de een belangrijker is dan de ander. Ik voel me thuis in een ziekenhuis als er werkelijke aandacht voor mij is, van iedereen, medisch en niet-medisch, waarmee ik daar te maken krijg. Ik ervaar Albert Heijn als een prettige winkel als ik verrast word door de breedte en de kwaliteit van het assortiment (bedacht door die hippe hipo’s op het hoofdkantoor in Zaandam) maar evengoed door de onvermoeibare vakkenvullers (Mohammed uit de reclame bestaat echt!) die voor mij iets gaan halen en de kassameisjes (met al hun exotische namen) die vriendelijk zijn omdat ze zich op hun gemak voelen (en ik vriendelijk ben, omdat ik me op m’n gemak voel).

Daar zit de clou, bij je op je gemak voelen. Iedereen wil zich op z’n werk op z’n gemak voelen, sterker nog: zich thuisvoelen. Als je je thuisvoelt ben je meer ontspannen, dus werk je prettiger. Je werkt makkelijker samen, voelt je minder snel bedreigd of aangevallen, kortom je bent een prettiger collega. Het beste in je kan boven komen. Dat gebeurt als je je verbonden voelt met een organisatie. Dat wil zeggen, met de mensen die er werken. Als je je gezien en gewaardeerd weet, in plaats van uitwisselbaar. Als je voor het management geen ‘rugnummer’ bent maar iemand die bij zijn naam genoemd wordt. Dan kan een organisatie een hechte gemeenschap worden.

Hechte gemeenschappen hebben de toekomst, gemeenschappen van gelijkgestemden. Mensen die met hart en ziel aan een gezamenlijk en uitdagend doel werken. Herkenbare mensen met unieke eigenschappen. Niet zomaar uitwisselbaar, niet zomaar overal inzetbaar. In computerland zie je mooi uitgespeeld waar het naar toe gaat. Dell vertoont prime-time grappig bedoelde commercials waarin nep-mensen in nep-fabrieken aan nep-computers werken. Apple heeft op www.apple.com informatieve clips met hun eigen helden - echte mensen die met voelbare inspiratie en recht van binnenuit praten over hun producten en prestaties. Ze zijn apetrots.

Terug naar de apenrots. De ziekenhuisdirecteur uit het begin had ook kunnen antwoorden: ‘Hmm... een verraderlijk raadsel, amice. Ze komen niet voor jou en ze komen niet voor mij. Ze komen hier om beter te worden. Dat doen we met z’n allen. Daar werken we met elkaar aan. Dus nu aan het werk jij, je hebt vast een volle wachtkamer.’ That’s the spirit!

[Deze column verscheen in het Tijdschrift voor Management Development, jaargang 17 | nummer 4 | winter 2009]

Labels: , , , , ,

vrijdag, november 06, 2009

Het Geheim van Ik en de Anderen


Met Sabrina Oudega van de Baak sprak ik in Edam een uur met Simon Terpstra.

Hij was jarenlang trainer bij Ik en de Anderen, de evergreen van de Baak als het gaat over persoonlijke ontwikkeling.

Gertjan Geurts van de Baak maakte er een korte film van, Het Geheim van Ik en de Anderen - een afscheidskado.

Hij maakte van de film ook een clip van twee minuten.

Labels: , ,

woensdag, november 04, 2009

Raad voor de Kinderbeschadiging


Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen

‘Opvallend is dat [kind] (zoals wel verwacht zou kunnen worden in deze leeftijdsfase) weinig belang hecht aan acceptatie door haar peergroup, zelfgenoegzaam is en grote tevredenheid met zichzelf laat zien. [kind] lijkt haar identiteit vooral te ontlenen aan hoe zij erin slaagt haar leven op een voor haar zo plezierig/nuttig mogelijke wijze in te vullen en het verbeteren van haar competenties, los van wat anderen (uitgezonderd haar vader) daarvan denken.’ citeren de rechters in het vonnis van 30 november 2009 over Laura Dekker (14) de psycholoog van de Raad voor de Kinderbescherming (arcering AM).

Allereerst: ik ken Laura niet; en ik ben geen psycholoog. Ik ben vader. Wat zou ik trots zijn op zo’n kind! Op eigen benen, onafhankelijk en ondernemend. Ze trekt haar eigen plan. Ze laat zich niet bepalen door wat anderen van haar en haar levensinvulling vinden. ‘Dat zouden meer mensen moeten doen!’ om de Cup-a-Soup commercial maar aan te halen.

Vanwaar al die opwinding over een eigenwijs meisje? Waarom roept haar eigenzinnigheid zoveel emoties op? Hoe bestaat het dat een psycholoog een kind van veertien ‘zelfgenoegzaam’ durft te noemen? Is het onder de deskundigen bij de kinderbescherming normaal om zo over kinderen te praten? Wie denk je dan dat je bent? En wat is er mis met Laura’s ‘grote tevredenheid met zichzelf’? Een puber met een positief zelfbeeld, wat wil je nog meer? Daar is André Rouvoet toch blij mee? Of zijn door dit soort adviezen de wachtlijsten zo lang? Houden mensen zichzelf en elkaar aan het werk: ‘Ergerlijk, zo’n kind dat geen hulp nodig denkt te hebben!’

Of zijn mensen bij de kinderbescherming domweg jaloers op Laura? Omdat zij doet wat ze zelf niet durven? Godzijdank baseren de rechters hun vonnis niet op dit gedeelte van het advies. Maar ondertussen is het kwaad wel geschiedt. Een kind krijgt officieel te horen dat het niet deugt. Als het op school zou gebeuren haalde ik m’n kind eraf.

Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen. Zo’n liefdeloos rapport is niet alleen beschamend maar ook beschadigend. Over geweld tegen kinderen gesproken. Cynisch om in het vonnis te lezen dat ‘De deskundige vermoedt dat Laura emoties als angst of verdriet afweert.’ Met zulke hulpverleners in de buurt is dat maar goed ook!

Laura hoeft niet de wereld rond om haar stevigheid en eigenheid te ontwikkelen. Daar zorgt de psycholoog van de kinderbescherming wel voor. En hoezo kinderbescherming? ‘Raad voor de Kinderbeschadiging’ grappen mijn kinderen.

(Gepubliceerd in Trouw, 4 november 2009)

4 november - Gebeld door Richard Bakker, woordvoerder van de Raad voor de Kinderbescherming. Het aangehaalde rapport is niet geschreven door een psycholoog van de Raad. Het is afkomstig van een externe deskundige, mw Moonen, die door de rechter om advies werd gevraagd. Het rapport was dus uitdrukkelijk niet afkomstig van een psycholoog van de kinderbescherming. Gelukkig maar.

Labels: , , ,

vrijdag, oktober 23, 2009

Betaalde liefde

(foto: MeRy / www.mery.nl)

Gesproken column - Reuring! Café, 21 oktober 2009

We overvragen de overheid. De overheid moet ervoor zorgen... dat onze kinderen op school meer leren, dat ze minder dik worden, dat ze meer buitenspelen, dat ze beter worden opgevoed. En dat er in het algemeen minder kinderen worden doodgeslagen (elke week een) en o ja, dat meer vrouwen langer werken en op hogere posities belanden.

Maar wat ben ik blij dat meestal een van ons tweeën, en dat is meestal mijn vrouw, thuis is als onze kinderen van school komen - hen ziet, hen in de gaten heeft. Want de enigen die echt kunnen opvoeden zijn ouders. Al het andere is surrogaat.

Opvoeden is geen aktiviteit, het is aanwezigheid, het is er zijn. (Heeft mijn vrouw me net uitgelegd. Heel frustrerend trouwens, dat aanwezig zijn, want je ‘doet’ niets.) Opvoeden is onvoorwaardelijk. Het is hard werken maar het is geen baan. En iedereen die betaald krijgt is er uiteindelijk voorwaardelijk. Die is er voor zijn werk, hoe betrokken ook. Per saldo is het betaalde liefde.

Maar ondertussen hebben de meeste ouders geen idee wat opvoeden inhoudt – ik ook niet. Je kunt er niet voor doorleren. Er zijn geen diploma’s voor. (Godzijdank, anders ging de overheid dat ook nog regelen.) Als ouder heb je ervaringen met je eigen opvoeding, positief en negatief. Je kunt daar voornemens aan ontlenen. Maar het grootste deel van opvoeden doe je toch onbewust. En dan begint het probleem. Waar we graag een maatschappelijk probleem van maken. En naar de overheid kijken. Maar het is een persoonlijk probleem.

(‘Waarom beginnen Marokkaanse kinderen gelijk te slaan?’ vroeg een van onze kinderen. Het enige wat ik kon zeggen was: ‘Ze zullen wel niet anders leren.’ Of zoals Bill Cosby een keer zei: ‘Hurt people hurt people.’)

Opvoeden begint bij je eigen opvoeding. Hoe ben je zelf grootgebracht? Wat wil je daarvan overnemen? ‘Alles wat je zelf oplost geef je niet door aan je kinderen,’ maakte een wijze therapeut mij ooit duidelijk. En daar kan de overheid niets aan doen.

Ik geloof in mensen. In hun eigen kracht. Mensen die zichzelf helpen, en anderen helpen. In die volgorde. Thuis, om hen heen. In hun familie, bij vrienden. In de straat en op school.

Zorg en liefde kun je niet uitbesteden. Je kunt het wel ontwikkelen, met hulp van anderen. Vaak pas na de nodige ellende. Het kan groeien. Het begint met liefde voor jezelf. Dan komt die ander. Dat wens ik alle tienermoeders en importbruiden toe. Alle vaders en moeders. En vooral onze kinderen.

Labels: , , ,

maandag, oktober 12, 2009

Hoe durf je?!


Doorzettingsmacht. Prachtig woord. Geleerd bij Gewoon Doén | Casusadoptie*. Het staat niet in de Van Dale. Nieuw woord dus. Wat zou er staan als Gewoon doén gewoon wordt?

door·zet·tings·macht de; v(m) -en 1. sterkte, kracht om te volharden 2. persoon of zaak die macht heeft en (ondanks bezwaren) iets laat doorgaan.

Zoiets? Doorzetten op basis van kracht of macht. Macht als functionaris, kracht als mens. Maar voorlopig dichten we doorzettingsmacht vooral toe aan schaal 15 en hoger. Want een sponsor van een casus is een baas, liefst een belangrijke baas.

Maar wat dacht je ervan om zelf baas te worden? Zonder de macht, het gedoe en de volle tassen. Wel met heel veel kracht. Een Echte Baas dus. Een die van volhouden weet. Die niet bang is. Tenminste, zo lijkt het. Natuurlijk ben je wel bang. Maar je voelt je angst, en je doet het toch. Doodeng, maar je durft het.

Durven dus. Waarom is durven zo bijzonder? Hierom: ‘Hoe durf je?!’ Hoe vaak heb je dat niet gehoord? En wat was de blijvende indruk daarvan? Durven is niet goed! Papa of mama – of de meester of de juf, of welke boven je gestelde dan ook - zou wel eens boos op je kunnen worden! Durven leer je al heel vroeg af. Om het vervolgens weer te willen leren. Tenminste, als je later iets voor elkaar wilt krijgen, wanneer je groot geworden bent.

Verwondering helpt. Want je bent nu volwassen. Waar ben je in hemelsnaam bang voor? Je bent bang voor je vader en je moeder! Maar wat kan je gebeuren? Word je ontslagen, als ambtenaar, in Nederland? En dan gooien ze je eruit! Word je dan ook je huis uitgezet? Het grootste risco is dat je bijzonder succesvol wordt omdat je zoveel voor elkaar krijgt. Dankzij jouw hoogstpersoonlijke doorzettingskracht. Leuke nieuwe competentie? Liever niet. Gewoon doén.


*) Column voor Gewoon Doén, rijksbrede casusadoptie - een project van Vernieuwing Rijksdienst (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konikrijksrelaties).

Labels: ,

donderdag, oktober 01, 2009

Waer werd oprechter trouw..?


Kun je trouw zijn aan je werk zoals je trouw bent aan je man of vrouw? Niet opgeven als het tegenzit? Doorgaan in het vertrouwen dat het op een dag weer goed komt, of zelfs beter wordt? Niet naar een ander als je je zin niet krijgt of ontevreden bent? Misschien heeft het met leeftijd en levensfase te maken. Net als in je liefdesleven kom je in je werk verder door van alles uit te proberen. Door niet trouw te zijn ontdek je wat je wilt en waar je van houdt. Daarom ben ik blij dat ik niet met mijn eerste vriendinnetje getrouwd ben. En niet meer het werk doe waarvoor ik ooit ben opgeleid.

Je kunt ook zo trouw zijn dat je jezelf uit het oog verliest. Jezelf en je talent tekort doen en zo jezelf kwijt raken. In een huwelijk raken mannen dan aan de drank en vrouwen verslaafd aan shoppen. Maar dan gaat het niet meer over trouw. Dat is gebrek aan moed om te doen wat je wilt. Jezelf uitspreken en consequenties trekken. Op dat soort laffe trouw zit een organisatie niet te wachten. Je wilt oprechte trouw. Net als in een liefdesrelatie. Zoals Joost van den Vondel al dichtte. ‘Waer werd oprechter trouw / Dan tusschen man en vrouw / Ter weereld oit gevonden?’

Maar wat heet oprecht? En zijn organisaties wel oprecht? Organisaties willen graag dat je trouw bent. Ze willen trouwe aandeelhouders, trouwe klanten en trouwe medewerkers. Maar de trouw die organisaties zo hogelijk zeggen te waarderen heeft ook iets opportunistisch. Een medewerker wordt gewaardeerd. Letterlijk. Iemand heeft waarde voor een organisatie. Die waarde drukt zich uit in salaris, bonussen, opleidingen. Als organisatie investeer je in iemand en die investering wil je eruit halen. Die wil je binnenhouden. Want vertrek is verlies, een desinvestering.

Vergelijk een liefdesrelatie, je hebt zoveel tijd en energie in elkaar gestoken, dat wil je niet weggooien. Je klampt je aan elkaar vast. Langzaam maar zeker voel je je tot elkaar veroordeeld. Een leven lang wordt levenslang. Je weet je niet meer wat je het liefste zou willen. In een organisatie is het niet anders. Je voelt je gebonden door wat je ooit boeide. Binnengehouden. Je loopt vast en je wordt een last – voor jezelf en je omgeving. Te lang bij elkaar gebleven. Opgesloten in een gouden kooi. Met elkaar opgescheept. Elkaar de schuld gevend. Alleen met veel pijn kan de relatie dan nog worden verbroken.

Dan blijkt dat je allebei opportunistisch bent geweest. Was je echt blij met elkaar? Was je als organisatie echt blij met iemands bijdrage? Of waren er onuitgesproken twijfels? Kwam het gewoon goed uit? En als medewerker, was je blij met wat je bijdroeg? Was dit echt wat je wilde? Vervulde dit werkelijk? En dan kom je erachter: ik ben niet eerlijk geweest. Noch naar mezelf, noch naar de ander. Zo is trouw zijn uiteindelijk een kwestie van bewustzijn. Een state of mind. Een permanent aanwezig besef van je eigen drijfveren. Waarom doe ik dit eigenlijk? Word ik hier blij van? Vervuld mij dit? En dat gaat wel even verder dan: Word ik hier beter van? Want die vraag beperkt zich tot materie – tot GSM: Geld, Status & Macht. Lees Het drama Ahold, lees De Prooi.

Oprechte trouw betekent om te beginnen volkomen trouw zijn aan jezelf. Trouw aan je eigen waarden. Wat die waarden ook mogen zijn. Als ze jou maar duidelijk zijn. En als je die waarden maar duidelijk maakt aan je omgeving. Dan hoeft niemand zich voor de gek gehouden te voelen. Dan kun je kiezen voor de omgeving waar je het meest tot je recht komt. Waar jouw waarden sporen met de waarden van degenen om je heen. Dan ben je vanzelf trouw aan de ander, aan de organisatie. Want je bent trouw aan hetzelfde. Je deelt dezelfde waarden. En alleen op gedeelde waarden kun je een organisatie bouwen.

Wanneer je weet wat je waarden zijn kun je ook doen wat je wilt. Doe Wat Je Wilt! En mocht je bang zijn dat je dan ontspoort kun je daar nog iets aan toevoegen. Doe wat kerkvader Augustinus – nadat hij ongeveer alles gedaan had wat God verboden had en erachter was gekomen dat hij daar niet gelukkig van werd – aanraadde: Ama et fac quod vis – Love, and do what you will. Liefde als veiligheidssluiting. Eerst in de dop knijpen anders krijg je de flacon niet open. Dat lukt alleen als je je ervan bewust bent. Truc special: stel jezelf bij alles wat je doet de vraag: ‘Is dit liefdevol?’

Met de vraag ‘Is dit liefdevol?’ ontstijg je ook het troosteloze trouw zijn. Trouw zijn omdat het zo hoort. Het kan liefdeloos zijn om te blijven en juist liefdevol om te gaan. In je liefdesleven en in je werkende leven. Trouw ben je aan iets dat je werkelijk past. Dan ben je trouw aan jezelf, uit liefde voor jezelf. Dat maakt je ook betrouwbaar. Mensen weten wat ze aan je hebben. Zo horen trouw en liefde bij elkaar. Door je bewust te zijn van wat je werkelijk wilt en daarnaar te handelen. ‘Waer werd oprechter trouw..?’ Bij jezelf, diep van binnen.

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, najaar 2009)

Labels: , ,

vrijdag, juni 19, 2009

Nieuw boekje! Vrouwen in de top, mannen op het schoolplein

Nodig tien topambtenaren uit voor een etentje en vraag hen te praten over mannen, vrouwen en leiderschap... en je krijgt een boekje. Dat was het plan van de Baak en het werkte. En de tien genodigden werkten van harte mee. Een boekje vol inzichten, relativering en humor. Ik heb het met veel plezier geschreven. Met rake foto's van Sanneke Fisser. En als gebruikelijk prachtig verzorgd uitgegeven door de Baak.

Hier de inleiding van het boekje:

Natuurlijk zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen. Van nature, vanzelfsprekend. Er zijn boeken over volgeschreven en er is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. En er zijn gemeenplaatsen en platitudes te over. Veel is terug te voeren op de evolutie. Vanaf het moment dat we ophielden samen rond te scharrelen op zoek naar noten en bessen is er wezenlijk iets veranderd in de verhouding tussen mannen en vrouwen. We vestigden ons op vaste plaatsen en de ellende begon. Vrouwen bleven thuis en mannen trokken er op uit. Helemaal seksebepaald. Het gender issue was geboren.

Watjes en bitches
Vanaf de jaren zestig kwamen steeds meer mannen erachter dat ze eigenlijk niet deugden in de ogen van steeds meer vrouwen. Mannen waren de onderdrukkers. Daar waren die mannen zich niet altijd van bewust maar ze voelden zich er vaak wel schuldig over. Veel mannen deden daarop hun uiterste best om vrouwvriendelijk te worden en hun vrouwelijke kwaliteiten te ontwikkelen. Of werden ze van de weeromstuit watjes? Waar was hun stevigheid en relativeringsvermogen gebleven?
Veel vrouwen werkten hard om hogerop te komen. Een aantal kwam erachter dat ‘meedoen met de mannen’ een succesvolle strategie kan zijn. Met als gevolg dat vrouwen die zich mannelijk gedroegen, vooral in de top bitches genoemd werden. Wat zowel andere vrouwen als mannen in verwarring bracht. Is dit nou een vrouw of eigenlijk een man? Typisch vrouwelijke kwaliteiten als zelfreflectie en open staan voor signalen uit de omgeving kwamen juist niet uit de verf.

Biologie en chemie

Terug naar het stenen tijdperk. Vrouwen zaten samen met de kinderen bij de hut, mannen trokken er met elkaar opuit om te jagen en te vissen. Daarom kunnen mannen zich goed bepalen tot een ding, liefst wat verder weg – Daar! Straks! – maar ook instinctief handelen – Schieten! Ophalen! – terwijl vrouwen van alles tegelijk kunnen doen en ondertussen de rust en het overzicht bewaren. Vandaar dat vrouwen goed kunnen zorgen en multitasken en mannen goed zijn in plannen maken en plotseling in actie komen. Niet alleen een kwestie van biologie maar ook van chemie: vrouwen kunnen genieten van de aanmaak van het zorghormoon oxytocine terwijl mannen kunnen kicken op een adrenalinestoot.

Grenzen en drempels
Tot zover wat we allemaal wel weten. Lossen die wetenschap en die algemeenheden over mannen en vrouwen nou iets op? Wat moet je ermee als je nadenkt over leiderschap? Of leiding probeert te geven? Waar loop je dan tegenaan? Wat werkt mee, wat werkt tegen? In hoeverre zijn het de omstandigheden die je bepalen? Op wat voor manier kom je jezelf tegen? Hoe loop je aan tegen je eigen grenzen en drempels, opvattingen en vooroordelen?

Inzicht en ervaring

Daarover zijn we in gesprek gegaan met vrouwen en mannen op topposities bij de rijksoverheid. Slimme mensen, succesvolle mensen en vooral... mensen. Ze hebben allemaal hun twijfels, net als iedereen. Het mooie is: dat durven ze ook te laten zien. Ze weten het ook niet precies. Dat maakt hen bijzonder. Lees en geniet mee van hun inzichten en ervaring.

En dan begint het gesprek...

Meer lezen? Vrouwen in de top, mannen op het schoolpein (48 pag. full color) kost € 9,95 excl. portokosten. Te bestellen via de Klantendesk van de Baak, 0343 556369 of email@debaak.nl
.

Labels: , ,

woensdag, juni 10, 2009

Eenvoud heeft de toekomst


Laatst was ik op een bijeenkomst van de Publieke Zaak. Onderwerp: 21minuten.nl – de tussenrapportage over de Europese resultaten. Geen uitkomsten om blij van te worden: de kloof tussen hoog en laagopgeleid en hoge en lage inkomens tekent zich steeds pijnlijker af. Juist als het over Europa gaat. Europa als splijtzwam. Kort gezegd: vooral hoog is voor, vooral laag is tegen. Kosmopolieten vs nationalisten, zoals Mark Bovens het laatst zo mooi zei.

De Europese lijsttrekker van de PvdA probeerde een zaal vol EU-betrokken hoogopgeleiden ervan te overtuigen dat Europa er echt niet alleen voor de elite is: ‘Ook MBO’ers kunnen dankzij Europa in Spanje gaan studeren.’ Toevallig zat ik naast een van de leukste marktonderzoekers van Nederland. Een echte NL-kenner. Die zei: ‘Loodgieters gaan niet naar Spanje om te studeren, die gaan naar Spanje om vakantie te vieren.’ ‘Liefst temidden van andere Nederlanders,’ dacht ik er achteraan.

Op een gegeven moment kon ik de goedbedoelde politieke gewenstheden niet meer verdragen en deed iets ongepasts. Ik riep met m’n handen aan m’n mond naar de lijsttrekker: ‘Geloof je het zelluf?!’ Daar werd hij erg boos over. ‘Ik ben twintig jaar journalist geweest en nu vijf jaar Europarlementariër...’ (Als je iemand autoriteitsargumenten hoort gebruiken dan weet je wel hoe het zit ;-) ‘En,’ ging hij verder, ‘ik heb geleerd: onderschat de mensen nooit!’

‘Onderschat de mensen nooit!’ Dat is precies wat hij deed. Maar steeds meer mensen laten zich niet meer onderschatten, laat staan voor de gek houden. ‘Het is complex’ is te lang gebruikt om anderen uit te sluiten. Het is een teken van onvermogen. Tegelijkertijd, veel politici en ambtenaren zijn dol op complexiteit. Het lijkt wel of je er in Den Haag op geselecteerd wordt. Complexiteit als intellectuele uitdaging. Maar val een ander daar alsjeblieft niet mee lastig. Zolang iets complex is doorzie je het nog niet. En als je het doorziet is het niet meer ingewikkeld. Integendeel, dan is het doorzichtig en kun je het iedereen eenvoudig uitleggen en er helder over vertellen.

Ingewikkelde boodschappen werken niet. Niet omdat de mensen ze niet zouden begrijpen. Ze werken niet omdat je ze zelf niet begrijpt. En dat voelen mensen haarfijn aan. Die confronteren jou met hun ongeloof en dan word jij boos. Maar je bent boos over je eigen onmacht om ingewikkelde zaken te doorzien – of te aanvaarden wat je daar ziet: politieke ongewenstheden. Maar zoals onze nationale filosoof al zei: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

Mensen zijn niet gek. En probeer ze ook niet voor de gek te houden. Anders word je in de Tweede Kamer zomaar tot drie keer toe ‘flapdrol’ genoemd als je een ingewikkeld - staat gelijk aan: geen - antwoord geeft op een eenvoudige vraag. En terecht! Hou jezelf voor de gek. Mensen voelen haarfijn aan dat jij iets niet door hebt, of tegen beter weten in iets niet door wilt hebben.

Andersom, transparantie werkt. Daarmee schep je volstrekte duidelijkheid. Dan wordt het weer eenvoudig. ‘Lekker simpel?’ Je wint er de verkiezingen mee. En de harten van de mensen. Of je nou Fortuyn of Obama heet, voor of tegen Europa bent, Wilders of Pechtold. Eenvoud heeft de toekomst.

Gesproken column, Reuring!Café 10 juni 2009

Labels: , , , ,

vrijdag, juni 05, 2009

vrijdag, mei 15, 2009

Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar

Steeds meer mensen weten zich prima te redden. Ze zijn goed in nutstaken. Ze richten scholen op voor hun kinderen, stichten verpleeghuizen voor hun ouders, beginnen een onderling waarborgfonds, delen auto’s, produceren samen schone energie, regelen met elkaar de waterhuishouding in hun wijk, onderhouden het groen in hun buurt, maken voor hun gebied een bestemmingsplan, stellen een wijkmanager aan.

Ze zeggen: ‘Voor ons hoef je niet te zorgen, dat doen we zelf wel.’ Mensen die niet klagen dat de overheid te weinig doet en niet naar hen omkijkt. Ze vinden dat de overheid juist te veel doet: ‘Loop niet in de weg, vertrouw ons nou maar en laat ons met rust!’ Ze leven in een betere toekomst – waarin ze goed voor zichzelf en goed voor elkaar zorgen.

De ambtenaar van de toekomst ziet dat dit toekomst heeft. Weet dat dit zelfsturende burgers zijn. Is niet bang voor deze weldenkenden, prijst zich met hen gelukkig en juicht ze toe. Weet dat dit net kinderen zijn die op kamers gaan: ze willen graag op eigen benen staan maar wel kunnen terugvallen op het vertrouwde nest. De ambtenaar van de toekomst maakt voor deze zelfredzamen graag uitzonderingen op de regels: weet dat niets zo ongelijk is als het gelijk behandelen van ongelijken.

Maar ondertussen... ‘Uit onderzoek blijkt’ dat vier miljoen volwassen Nederlanders zich buitenstaander voelen. Deze mensen kíjken niet alleen naar Hart van Nederland, ze zíjn het hart van Nederland. Volgens bureau Motivaction leven er middenin onze samenleving vier miljoen ontevreden mensen. Ze hebben het gevoel dat ze niet meetellen. Een derde van de volwassen bevolking! Goed voor vijftig kamerzetels. Ze doen de boekhouding, rijden taxi’s, staan op steigers en draaien ploegendiensten. Ze voelen zich overvraagd, en ondergewaardeerd – in de steek gelaten, vooral door de overheid. Ze leven in een verleden waarin alles beter was – omdat er goed voor hen werd gezorgd.

Misschien ligt de grootste maatschappelijke uitdaging bij deze vier miljoen mensen. Ze zorgen voor verkiezingsuitslagen waarbij ‘zomaar’ een derde van de kamerzetels naar de flanken links en rechts kan gaan. (Dat krijg je van algemeen kiesrecht ;-) Ooit konden we lachen om Boer Koekoek, een randverschijnsel. Populisme bevindt zich niet meer aan de rand, het is mainstream geworden.

‘Volksvertegenwoordiging’ wordt inmiddels heel letterlijk ingevuld: het volk wordt vertegenwoordigd, in woord en gebaar: ‘U (dat wel!) bent knettergek.’ Wim Kan zong het al: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk.’ Het wachten is op de volksvertegenwoordiger die Gerdi Verbeet toebijt: ‘Fok Jou Bitch!’ Of eentje met een petje, bozig tegen de premier: ‘Watzmetjou?!’ Of een met een oranje pruik op, die in de hal van Nieuwspoort ‘Ollee-ollee’ aan het wildplassen is.

De ambtenaar van de toekomst begrijpt dat ontevreden hart van Nederland. Kent die gezinnen waar inlevingsvermogen, gemeenschapszin, tolerantie, matiging en zelfbeheersing geen vanzelfsprekende waarden zijn. Weet wat het is om je niet gehoord en niet gezien te voelen. Kent de onderbuik van Nederland maar al te goed – zowel de boze capuchons (‘Pannenkoek!’) als de wanhopige plusglazen (‘Zakkenvullers!). Hoeft niet naar Rondom 10 te kijken om te ontdekken hoe de machtelozen zich voelen: bang en boos, teleurgesteld en tekortgedaan. De ambtenaar van de toekomst weet wat hier nodig is: veel liefde, nog meer begrip en volstrekte duidelijkheid – inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar.

Gesproken column tijdens Reuring!Café van 13 mei 2009

Labels: , , , ,

Ik hoop dat mijn kinderen in opstand komen

Mijn generatie is aan de macht. Ik schaam me dood voor onze kortzichtigheid en behoudzucht. We zijn groot in klein denken. En goed in achteruitkijken.

Waar is onze aansprekende toekomstvisie? Waar blijven onze baanbrekende plannen om van Nederland het schoonste, slimste, gezondste en meest tevreden land ter wereld te maken? Waar zijn onze inspirerende vergezichten die vertrouwen in de toekomst geven? Plannen waar je blij van wordt, waar je in wilt geloven en die daardoor ook werken?

We weten dat deze crisis een uitgelezen kans biedt om alles wat achterhaald is en niet meer werkt achter ons te laten: vele 20e eeuwse verworvenheden (lees: zekerheden) die een gezonde en eerlijke ontwikkeling van onze samenleving inmiddels danig in de weg zitten. Gouden ketenen. Vastigheid en vadsigheid. Bescherming en bevoordeling van de gevestigden is de norm. Je zult toch jong zijn of van buiten komen en mee willen doen.

We kunnen een reuzensprong maken en de toekomst die we willen naar ons toehalen. Vanuit deze crisis transformeren naar iets nieuws, onszelf optillen naar een ander niveau van leven en werken. Dat is nog eens volksverheffing. Van consumeren naar produceren. Maken in plaats van opmaken. Misschien is er nog steeds niet genoeg urgentie. Moet het eerst nog gekker worden?

Ik hoop van harte dat mijn kinderen niet op ons wachten. Ik hoop dat ze massaal in opstand komen. Niet met van die suffe demonstraties. Nee, letterlijk in opstand: dat ze opstaan. Ik hoop dat ze volop gaan ondernemen en zich niets gelegen laten liggen aan onze heilige huisjes. Ik hoop dat ze niet wachten op de politiek. Ik hoop dat ze zich niets aantrekken van onze rituele dansen, achterhoedegevechten en schijnoverwinningen. Ik hoop dat hun wereld groter is dan de onze.

Ik hoop dat ze zaken ondernemen die bijdragen aan een betere wereld, om te beginnen Nederland – dat een voorbeeld kan worden voor de rest van de wereld: een schoon land, met gelukkige kinderen, creatieve ondernemers, gezonde werkers, trotse ouders en tevreden bejaarden. Ik hoop dat de jeugd van tegenwoordig tegen ons zegt: ‘Hoe jullie leven is zó 20e eeuws.’

Ik hoop dat mijn kinderen laten zien dat je kunt leven en werken zonder de aarde uit te putten, zonder buitenstaanders en nieuwkomers uit te sluiten en zonder anderen – mens en dier – uit te buiten. Ons laten zien dat in een wereld waarin alles met elkaar samenhangt je eigen belang en andermans belang uiteindelijk hetzelfde is. Een nieuwe kijk op waar we zo goed in zijn: eigenbelang.

Ik wil tegen ze zeggen: ‘Wacht niet op ons. Wij geven niet het goede voorbeeld. Doe het zelf. En ik kan alleen maar hopen dat jullie ons straks niet vergeten zijn.’

Ook te vinden op De Nationale Dialoog

Labels: , , ,

woensdag, april 15, 2009

Krachtig bestuur, of krachtige bestuurders?

Gesproken column, Reuring!Café, Vereniging voor Overheids Management - 15 april 2009, Den Haag


Krachtig bestuur... Ik merk dat ik niet verlang naar krachtig bestuur. Ik verlang naar krachtige bestuurders.

Ik verlang naar krachtige bestuurders die wandelende voorbeelden zijn. Ik verlang naar politici en ambtenaren die in hun kracht staan. Ik verlang naar bestuurders die niets liever willen dan samenwerken – met collega’s, met burgers, met wie maar wil: samen werken. En niet ophouden tot problemen werkelijk zijn opgelost en projecten echt klaar. Niet versagen, volharden. Mensen die ten behoeve van het grote geheel zichzelf kunnen ontstijgen. Voorbij de kleingeestigheid en het dagelijkse gedoe. Grote mensen.

Ik verlang naar krachtige bestuurders – mensen die leven en werken vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. Die nergens bang voor zijn. Zeker niet voor andere mensen. Normaal doen. Het vuilnis buiten zetten. Zoals Michelle Obama daarover tegen de nieuwe president zei: ‘Yes, you can!’ Ik verlang naar krachtige mensen. Allemaal bestuurders – bestuurders van hun eigen leven.

Een krachtig bestuurder is de ambtenaar die ‘Nee’ zegt. Die grenzen stelt. ‘Nee’ zegt tegen consumerende, verwende of gewoon onbeschofte burgers. Of ‘Nee’ tegen een ambitieuze wethouder of gedeputeerde die wil scoren met een onuitvoerbaar, maar politiek o zo interessant plan.

Een krachtig bestuurder is de minister die zijn ambtenaren niet het bos instuurt maar zegt: ‘Ik kan je geen duidelijke opdracht geven want ik weet het niet precies. Kom met je beste ideeën. En alles mag.’

Een krachtig bestuurder is de Kamervoorzitter die tegen een zwartgallige jongeman met witgebleekte haren zegt: ‘Kom eens bij me, haal even diep adem’, een arm om hem heen slaat en heel zachtjes vraagt: ‘Lieve jongen, word je hier nou echt blij van? Van zo boos doen tegen andere mensen? Nee toch?!’

Een krachtig bestuurder is de premier die tijdens de Grote Recessie tegen zijn regering zegt: ‘Een ding: het woord ‘onbespreekbaar’ wil ik hier niet meer horen – we maken onszelf belachelijk, we zijn niet meer serieus te nemen. Alle heilige huisjes zijn vanaf nu bespreekbaar, ook dat huis van mij. Dus laten we beginnen met de hypotheekrenteaftrek te bespreken.’

Een krachtig bestuurder is de vakbondsleider die op haar beurt – gesteund door dit krachtige voorbeeld – tegen haar leden zegt: ‘Ik zou over het stapje-voor-stapje verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd kunnen zeggen: ‘Dat ga ik niet meemaken.’ Maar daarmee wek ik bij jullie valse hoop. Dat zou grootspraak zijn. Net zoiets als: ‘Ik geloof dat ik het van tafel kreeg’, terwijl ik weet dat het er nog op ligt.’

Een krachtig bestuurder is de staatssecretaris die op het jaarlijkse feestje van de bestuurskundigen zegt: ‘Ik weet dat jullie tot de redelijkste mensen van dit land behoren, het land met misschien wel de redelijkste overheid ter wereld. Maar dat is niet genoeg. Wat ik nu van jullie verwacht is wijsheid en compassie. Juist van jullie, en juist nu. Want wijsheid en compassie zijn echt nodig om iedereen mee te krijgen. Obama is de nieuwe maat. Voor mij, en ook voor jullie.'

U hoort het wel. Ik verlang naar krachtige bestuurders, naar mensen die in hun kracht staan. Dat wens ik iedereen hier dan ook van harte toe. Stap in je kracht. Eigen Kracht. Dan komt het met dat Krachtig Bestuur vanzelf wel goed.

Ik dank u voor uw aandacht.

(Deze column vind je ook op De Nationale Dialoog van De Publieke Zaak)

Labels: , ,

maandag, maart 23, 2009

Voortschrijdend inzicht ('Nooit te oud om te leren') - Speech voor onze Maria

"Als Minister van Economische Zaken wil ik - zeker nu het crisis is - innovatie stimuleren. Grappig genoeg had ik daarvoor in mijn vorige kabinetsperiode als Minister van Onderwijs juist de kans: geen betere economische stimulans dan het best denkbare onderwijs. Onderwijs dat gaat over een kind in zijn geheel, met al zijn talenten. Potentieel dat met geen Citotoets of examen te meten valt. Creativiteit en verbeeldingskracht, ondernemerschap en doorzettingsvermogen. Kwaliteiten die nodig zijn om echt iets nieuws tot stand te brengen, en die we meer dan ooit nodig hebben. Ondertussen ligt het talent voor het oprapen en we laten het met z’n allen liggen. We zien het niet en hebben er dus ook geen aandacht voor. En aandacht is nou net de sleutel. Tijd en aandacht voor elk kind. Omdat het er recht op heeft, en het economisch slim is.

Ik zie u denken: is dit onze Maria? Mea culpa? Nee hoor, nooit te oud om te leren. Gewoon voortschrijdend inzicht. Dat hebben we allemaal. Ik ook. ‘Een mens is ook maar een minister’, om Wim T. Schippers aan te halen. Bij mij ging het als volgt. Ik hoorde over een kind van twaalf jaar oud. Een muzikale Haagse jongen. Een creatief en ondernemend kind. Zo creatief en ondernemend dat mijn collega van Sociale Zaken hem een ontheffing van de wettelijke regels voor de kinderarbeid heeft verleend. Diezelfde jongen is dyslectisch, en zijn hersenen werken anders dan bij de meeste kinderen. In ons onderwijssysteem heeft hij dus ‘leerproblemen’. Nu komt hij in aanmerking voor LWOO, leerweg ondersteunend onderwijs. Dan krijgt zijn school voor hem tweemaal zoveel budget als voor een ‘normale’ leerling. Godzijdank heeft hij genoeg eigenwaarde om zijn nieuwe label niet te beleven als een afgang of een handicap. Want hij weet wat hij in zijn mars heeft. Hij heeft zin in zijn nieuwe school – met maximaal vijftien leerlingen per klas. Dus volop aandacht, alle tijd voor betrokkenheid! Bijna De school van Prem, met z’n tienen in een kasteel. Maar dat is eenmalig voor de televisie, en dit is echt.

Het heeft mij aan het denken gezet. Dit kind heeft geluk: hij heeft een officieel erkend probleem. Maar met z’n vijftienen in een klas, dat gun je toch elk kind? Vreemd genoeg hebben we het gewoon niet over voor onze kinderen. Het is stuitend en dom tegelijk, daar ben ik nu wel achter. Want ondertussen besteden we ons geld wel aan de gevolgen van het falende systeem. Wat zijn de maatschappelijke kosten van een onderpresteerder of een schooluitvaller? En wat lopen we met z’n allen mis aan productiviteit en belastinginkomsten als iemand niet meedoet, niet optimaal functioneert?

We zijn nog steeds, ondanks de crisis, een van de allerrijkste landen ter wereld, maar of we het nou hebben over lerarensalarissen of kleinere klassen, bijscholing of extra begeleiding, de discussie gaat niet over nut en noodzaak maar altijd weer over geld – dat we wel hebben maar anders willen besteden. Maar uiteindelijk zijn we dat geld toch kwijt: aan problemen waarvan we er waarschijnlijk veel kunnen voorkomen – door het best denkbare onderwijs. We zien het onderwijs als een kostenpost, in plaats van een investering in onze eigen toekomst. Het is Hollandse zuinigheid, en klassieke kortzichtigheid. Zeker nu.

Degenen die het zich kunnen veroorloven laten hun pubers op het nippertje bijspijkeren bij Luzac, of kopen voor hun kleuters gegarandeerde aandacht bij Florencius. Het Gooi redt zich prima, crisis of geen crisis. Kinderen van betrokken ouders komen er ook wel. Maar je zult toch ouders hebben die niet goedgebekt, hoogopgeleid of veelverdienend zijn. Ik gun elk kind een klas van vijftien kinderen. En elke leerkracht ook. Het is te zot voor woorden dat je eerst een officieel probleem moet hebben (of zijn) om de aandacht te krijgen die je verdient. Elk kind heeft recht op Speciaal Onderwijs. Omdat alle kinderen speciaal zijn.

Wat zouden we met z’n allen er op vooruitgaan – materieel en immaterieel – als we werkelijk gingen investeren in onze toekomst: onze eigen kinderen. Die aandacht gaat zich terugbetalen. Dat is nog eens innovatiesubsidie. En effectieve crisisbestrijding. Je krijgt er een nieuwe maatschappij voor terug: een duurzame samenleving waarin het niet om GSM: geld, macht en status gaat, maar om mensen. Om te beginnen in het onderwijs. Ik dank u voor uw aandacht."

(Speech voor minister Maria van der Hoeven, haar graag aangeboden door André Meiresonne - geplaatst op educare.nl)

Labels: , , , ,

donderdag, maart 12, 2009

Going back to my roots

Hoe toepasselijk kan een songtekst van dertig jaar geleden zijn?

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

I've been standing in the rain
drenched and soaked with pain
Tired of short time benefits
and being exposed to the elements.
I'm homeward bound
got my head turned around.

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

Ain't talkin' 'bout no roots in the land
talkin' 'bout the roots in the man.
I feel my spirit gettin' old
it's time to recharge my soul.http://www.blogger.com/img/blank.gif

I'm zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.


Kijk en luister hier naar de discoklassieker van Odyssey.


En kijk even op dit blogje voor het verband met de crisis.

donderdag, maart 05, 2009

Waarderen door complimenteren - positieve bekrachtiging werkt

Er groeit een verlangen naar fundamentele verandering. Het is niet voor niets dat er een golf van enthousiasme over de wereld ging toen Barack Obama tot president van de Verenigde Staten werd gekozen. Hij belichaamt een hoopvol verlangen naar verandering. En: hij laat zien dat het kan. Maar verandering van wat? Van een steeds dieper gevoelde behoefte aan geloof in mensen en hun mogelijkheden. En dat willen aanboren. ‘Kom maar tevoorschijn en laat maar zien wat je kunt. Je kunt meer dan je denkt.’ De stemming waarmee Obama de verkiezingen won. De tegenpool van ongeloof en cynisme.

Vertrouwen en waarderen
Gebrek aan vertrouwen, en verlangen naar verandering. Dat is waar we staan. Het materialisme is doorgeslagen. Er is een immaterieel antwoord nodig op de materiële crisis. Hoe verschuiven we de focus van korte termijn gewin naar lange termijn geluk? De financiële crisis heeft alles te maken met waarden. En dat is heel wat anders dan beurswaarde. De financiële waarde van bedrijven en vastgoed blijkt schromelijk overschat, terwijl de immateriële waarde zwaar is onderschat. We zijn bedrijven en bezittingen opnieuw aan het waarderen. Dat kunnen we ook doen met de mensen die er aan verbonden zijn. Want organisaties uit bestaan uit mensen. Zij vormen het werkelijke kapitaal. Dat menselijk kapitaal kun je ook waarderen. Niet door hen op de balans te zetten. Of door te speculeren over hun toekomstige waarde of schaarste. Het kan door hen naar waarde te schatten. En dat kan dagelijks. Niet materieel, in de vorm van bonussen met alle mogelijke ontsporingen van dien. Nee, immaterieel. In de vorm van werkelijke en individuele waardering. Menselijk, betrokken. Oprecht en waarachtig. Aandacht voor iemands inzet, voor iemands betrokkenheid. Als iemand iets goed doet. Of het goede doet. Elke keer. Elke keer? Ja, elke keer weer!

Complimenten
Voor dat dagelijks waarderen bestaat een vorm: complimenteren. Complimenteren is de krachtigste vorm om de sfeer in een organisatie te verbeteren en de prestaties van de medewerkers te verhogen. Complimenteren is een vorm van bemoediging en bekrachtiging. Daar is grote behoefte aan. Ook op het werk. Zonder soft of vaag te worden. Realistisch en eerlijk. Hoeveel bemoedigende boodschappen geven en ontvangen we op het werk? Hoe vaak zeggen we: ‘Goed gedaan.’ of ‘Bedankt’? Hoe vaak geven we elkaar een welgemeend compliment? We zijn ongelofelijk terughoudend in het uitdrukken van waardering naar elkaar. Terwijl we er zo’n grote behoefte aan hebben.

Positief of negatief
Hoe werken complimenten? Complimenten halen het beste naar boven, omdat ze het beste benoemen. Een compliment maakt op een positieve manier duidelijk welk gedrag gewaardeerd wordt. Degene die het compliment ontvangt weet dat en kan uit verlangen naar die waardering dat gedrag vaker vertonen. Want gewaardeerd gedrag zet je voort, het herhaalt zich. Complimenteren is een vorm van positieve bekrachtiging. Het is het tegenovergestelde van negatieve bekrachtiging. Dan wordt er druk uitgeoefend, of er is sprake van dwang of sancties. Een voorbeeld is afgedwongen verandering. Je doet het niet uit vrije wil, of omdat je zin hebt om dat te doen. Je doet alleen maar het hoogst noodzakelijke en je houdt er ook weer zo snel mogelijk mee op. Daarom mislukken zoveel verandertrajecten. En in samenlevingen en bedrijven met een steeds hoger opleidingsniveau laten steeds minder mensen zich dwingen.

Druk en dwang komen goed beschouwd voort uit angst. Angst dat iets niet vanzelf gaat. Of niet op de gewenste manier gaat. Vaak ontstaat druk en dwang ook uit de behoefte om op korte termijn iets voor elkaar te krijgen. Of uit angst om de controle te verliezen. Dan kan het zelfs door roeien en ruiten gaan. Vaak met weinig duurzaam resultaat. En soms ook tegen hoge kosten (handhaven, straffen). Druk en dwang werken ook via angst. Belonen, waarderen en complimenteren is het omgekeerde van controleren, dreigen en straffen. De aandacht gaat uit naar wat goed is, in plaats van wat niet goed gaat.

Creativiteit en groei
Belonen laat ook ruimte. In die ruimte kan creativiteit gedijen. Voor creativiteit heb je nu eenmaal ruimte nodig. Om creatief te zijn moet je risico durven nemen: uitproberen, het fout laten gaan, overnieuw beginnen. Angst om gestraft te worden belemmert creativiteit. Ook gehoorzaamheid belemmert creativiteit. Gehoorzaamheid is uiteindelijk vermijding van straf. Daarom is gehoorzaamheid, met op de achtergrond dreiging met straf, de dood in de pot. Gehoorzaamheid ontstaat door druk en dwang: er moet van alles wel, en er mag van alles niet.
Creativiteit vraagt om onbevangenheid en zelfvertrouwen. Die kwaliteiten groeien niet in een sfeer van angst. wel in een sfeer van bemoediging en bekrachtiging. Daarom draagt complimenteren bij aan het creëren van een innovatief klimaat. Een omgeving waarin geen angst is om het fout te doen en juist het goed(e) doen wordt toegejuicht.

Natuurlijk is het nodig om grenzen te stellen aan ongewenst gedrag. Maar het is de vraag of dat moet in de vorm van straffen. Want daarmee voed je schuld en schaamte. Wat weer een remmende en beperkende werking heeft op het vrij laten stromen van de creativiteit. Grenzen stellen kan ook in de vorm van het waarderen van gewenst gedrag. Ook hier geldt: richt je op wat beslist niet mag (of op wat persé moet), of waardeer het gedrag dat wel gewenst is. Alles wat je aandacht geeft groeit... ook het negatieve!

Gedragsverandering
Beloning is veel effectiever dan straf. Straf zorgt voor vermijdingsleren en angstmotivatie. Mensen doen alleen het minimum dat gevraagd wordt en er is veel controle en toezicht nodig. En het werk wordt er vervelend door. Bij de meeste organisaties wordt toch op die manier leiding gegeven. Managers denken vaak dat mensen voor 80% worden gemotiveerd door aansporingen, maar dat is maar 20%.

Gedrag wordt voor 80% door consequenties bepaald. Het heeft dus geen zin om mensen tien keer hetzelfde te vragen of je alleen te beperken tot communicatie (flitsende brochures, handboeken en optredens). Deze zijn belangrijk om een eenmalige gedragsverandering op gang te brengen, maar leiden niet tot duurzame verandering. Doorvoor zullen mensen positieve consequenties moeten ervaren in de vorm van concrete vooruitgang.

Ook op de consequenties zelf blijkt de 80-20 regel van toepassing: 80% van de consequenties zijn negatief, 20% is positief. Terwijl om effectief leiding te geven dat precies omgekeerd zou moeten zijn: 80% belonen en 20% straffen. Dus vier complimenten tegenover hooguit een kritiekpunt.

Beïnvloeding, of manipulatie?
We zijn continu bezig elkaars gedrag te beïnvloeden, of we willen of niet. Sterker nog: het is de taak van de leidinggevende om dit te doen. Elke succesvolle leidinggevende weet dat oprechtheid en authenticiteit sleutelfactoren zijn om tot lange termijn resultaten te komen. Onoprecht complimenteren zal dan ook niet werken, sterker nog, contraproductief zijn. Complimenteren heeft alleen duurzaam effect als het geen kunstje wordt, maar voorkomt uit een persoonlijke vertrouwen dat het meer effect heeft dan negatieve feedback.

Bewerking van een artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2009.

Auteurs: André Meiresonne, Marius Rietdijk, Bram Schaper

Mr A.A. Meiresonne (a.meiresonne@planet.nl) is trainer, spreker en schrijver. Hij is o.m. voor Bout en Partners docent Ik en de Anderen bij de Baak Management Centrum VNO-NCW en auteur van Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen (www.zinboek.nl) en het zojuist verschenen Vrij! Leef je eigen leven (www.vrijlevenboek.nl).

Drs. M.M. Rietdijk (mariusrietdijk@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en universitair docent Strategie en Gedragsverandering aan de VU. Hij is o.a. auteur van Slag om de toekomst en en hoopt in 2009 te promoveren op Organisaties conditioneren. De invloed van beloning en straf op werkprestaties.

Drs. Ing. Bram Schaper (bramschaper@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en coach gedragsverandering bij NedTrain.

Labels: , ,

dinsdag, februari 10, 2009

Crisis is naar, maar hoeft niet erg te zijn

CRISIS IS NAAR, MAAR HOEFT NIET ERG TE ZIJN. Je zit er niet op te wachten, maar de verandering die in de lucht hangt is welkom. Veranderen is niet makkelijk, maar meestal wel nodig. Om bij te blijven, en om vooruit te komen. Soms is daar een crisis voor nodig, maar daar kun je beter uit komen. Als je zo diep gaat als je kunt. Over veranderen en het vergroten van bewustzijn geef ik workshops en lezingen, schrijf teksten en artikelen en maak boeken.

CRISIS IS DE ULTIEME KANS OM EEN NIEUWE STAP TE MAKEN, OM TE TRANSFORMEREN. Want oude regels en bestaande manieren, wat gebruikelijk en gewoon is.... het werkt niet meer. In je relatie, je werk, je organisatie. Als het echt tegenzit is er urgentie. Je kunt diepgaande veranderingen doorvoeren, omdat de weerstand is verdwenen. Ik heb er een boek over geschreven: Vrij! Leef je eigen leven - over het nut van crisis, en transformatie als uitkomst.

CRISIS LEVERT VRIJHEID OP, WANT JE HEBT WEINIG MEER TE VERLIEZEN. Wat je kent raakt je kwijt, er wil iets nieuws geboren worden. Crisis geeft ruimte aan creativiteit, je gaat weer ondernemen. Vlak boven het nulpunt kun je de energie in een organisatie een andere kant opsturen. Weer gaan werken met passie en gedrevenheid. Kwaliteit leveren. Een bekend voorbeeld: zonder het Ahold-drama was Albert Heijn niet opnieuw zo’n goeie supermarkt geworden.

DE UITWEG VIND JE BENEDEN, DOOR AF TE DALEN IN HET BEWUSTZIJN. Eerst naar de wortels, naar waar het allemaal om begonnen was: iets bieden waar een ander op zit te wachten. Wat maakt jou of jouw organisatie uniek en onderscheidend? Waar ben je goed in, wat doe je het liefst? Waar loop je warm voor, waar gaat je hart naar uit? Terug naar de oorsprong en weer waarde toevoegen. Mijn ervaring: in een crisis wil wat werkelijk van waarde is (weer) tevoorschijn komen - en daar ga je met meer bewustzijn (opnieuw) vorm aan geven.

Ervaring met verandering
Begin jaren tachtig, bezuinigingen alom. Na mijn afstuderen kwam ik terecht bij de Stichting Film en Wetenschap. Jarenlange ervaring met educatieve film en video, maar ook verstofd en bedreigd. Zes jaar later was de organisatie getransformeerd tot een bruisende verzameling audiovisuele bedrijven en educatieve activiteiten – innovatief en ondernemend.
Begin jaren negentig raakte ik betrokken bij Weleda. Daar maken ze al sinds de jaren ‘20 geneesmiddelen en verzorgingsproducten. Volledig ambachtelijk en 100% natuurlijk. Maar hun prachtige producten dreigden uit de schappen te verdwijnen: vergrijsd klantenbestand, onvoldoende promotie. We zijn de onovertroffen kwaliteit van de producten en de bijzondere achtergrond van het bedrijf gaan benadrukken. Weleda is nu een succesvolle duurzame onderneming.
Enkele jaren geleden verbond ik me met D66. Ogenschijnlijk geen goed moment. Zes verkiezingsnederlagen op een rij. Ik heb meegewerkt aan het opnieuw formuleren van de uitgangspunten voor toekomstgerichte vrijzinnig-liberale politiek. Duidelijke focus, heldere kaders, toepasbare richtingwijzers. Het werkt. Inmiddels is D66 de politieke partij met de grootste ledenaanwas.

Labels: , ,

donderdag, januari 29, 2009

Naar, en ook mooi (als er liefde is)

In de kerstvakantie overleed Nick. De man van de beste vriendin van mijn vrouw. Tweeënveertig, twee kinderen. Niet eerlijk, onbegrijpelijk, moeilijk te verdragen. Hij had kanker. Vier jaar geleden al. Toen redde hij het nog. Nu was het klaar. Zijn lichaam was op. Hij ging over.

Bijna twee weken was mijn vrouw weg. Ze was in Zwitserland, aan het meer van Genève. In de verte af en toe de Mont Blanc. Maar daar kwam ze nu niet voor. Ze was er voor haar vriendin, en de kinderen. En voor Nick. Om het voor hen allemaal minder moeilijk, minder zwaar te maken. Er waren nog meer mensen. Familie, vrienden. Met elkaar hadden ze een heftige tijd. En gek genoeg, ook een hele mooie tijd. Voor hen een tijd om nooit te vergeten. Zo intens. ‘Ik voel zoveel liefde,’ zei Nick z’n dochter van negen.

Thuis hadden we vanaf de kerstdagen ineens een jongenshuishouden. Zo lang waren nog nooit met z’n vieren geweest. Zonder ‘mama’. We hebben het goed gehad. Alles samen gedaan. Echt met elkaar. Geen taakverdelingen, geen rollen. Alles in overleg. Boodschappen, koken, opruimen. Overal de tijd voor nemen. Niet haasten, geen druk.

Het hielp dat het de eerste week nog vakantie was. De tweede week werd al lastiger om het zo relaxed te doen. De jongens gingen weer naar school. Huiswerk, SE’s. Ik wilde weer aan het werk, me kunnen concentreren. Toen voelde ik hoe lastig het is om zo soepel te leven als school en werk roepen. En toen mijn vrouw terugkwam waren alle wasmanden vol. Dat waren we vergeten. Want we hadden nog schone kleren genoeg.

Schitterend weer was het op de dag van de begrafenis. Volop zon, een wintersblauwe lucht. Rijp op de bomen, sneeuw op de grond. We liepen over het middenpad achter de kist de kerk uit. De deuren gingen open en het witte sneeuwlicht stroomde naar binnen. Of je de hemel in keek.

Nare dingen kunnen ook zo mooi zijn. Als je het goed hebt met elkaar. Als er liefde is.

maandag, januari 19, 2009

Het groeiende verlangen naar menselijk en duurzaam leven

De financiële crisis is een blessing in disguise. Een kans om het echt anders te gaan doen. Want er klopt iets niet in hoe we het doen met z’n allen en hoe we met elkaar omgaan. Dat voelen we allemaal wel. Niets voor niets zijn zoveel mensen blij met Barack Obama. Er moet iets veranderen. Maar wat precies? Het gaat over verdeling van macht en rijkdom. Maar hoe dan? Zomaar weggeven wat we in jaren hebben opgebouwd? Samenwerken met mensen die we niet vertrouwen? En toch, we voelen ons steeds minder op ons gemak bij ellende, of het nou in het groot is of in het klein. Oorlog en honger ver weg, maar evengoed falend onderwijs en tekortschietende zorg, we kunnen er steeds minder tegen. Gelukkig maar, want dan kan er iets veranderen. Tenminste, als genoeg mensen het willen. De financiële crisis is een uitgelezen kans om alles wat we niet meer verdragen aan te pakken.


Wat is er gebeurd?

In alle drukte en opwinding van de jacht naar groter en meer zijn we kwijtgeraakt wat we eigenlijk willen, waar we ten diepste naar verlangen. Wat willen we graag onbevangen, creatief en inspirerend zijn. Zeker, stevig, vastberaden – innerlijk en uiterlijk. We verlangen naar eenvoud en kwaliteit, eenheid en verbondenheid. Inderdaad, precies wat we zo bewonderen in Obama! Daarom zijn zoveel mensen blij met hem. Want hij belichaamt dat verlangen, hij is die hoop op verandering. Want diep van binnen willen we allemaal graag ruimhartig en ruimdenkend zijn. Zijn we het misschien ook wel. ‘Cool, calm and collected,’ zoals Obama. Authentiek en kwetsbaar, zoals steeds meer jonge mensen. En vrij van oordeel, vrij van angst, zoals de grote spirituele leraren ons voorleven. Maar hoe komen we daar? Door deze crisis tot op de bodem te doorleven.

De financiële crisis gaat ook door - en komt weer terug - totdat we de boodschap hebben begrepen. We kunnen er niet langer op los leven, op de pof en ten koste van anderen - liefdeloos, zonder besef van wat we aanrichten. Uitbuiten van andere mensen en uitputten van de aarde, uitsluiten van anderen en uitschakelen van tegenstanders – het gaat zo niet langer. Zeg maar alle dingen die je niet kunt uitleggen aan je kinderen. Dus zonder moeilijke woorden en ‘lekker belangrijk’ begrippen en verhalen. En dat ‘aanrichten’ is misschien ook wel het verband tussen de opstapeling van crises: kredietcrisis, klimaatcrisis, energiecrisis, voedselcrisis en niet te vergeten alle oorlogen die we voeren over natuurlijke rijkdommen.

De jacht naar alsmaar meer

We zijn onszelf kwijtgeraakt in een jacht naar alsmaar meer. En waar gaat het over? Geld, status, macht – zaken waar je nooit genoeg van kunt krijgen. Roem en fortuin – allemaal illusies. We zijn er wezenloos van geworden. Letterlijk: zonder wezen. We zijn ons wezen kwijtgeraakt. Kwijt wie we in wezen zijn. De crisis waar we in zitten kan ons helpen uit te vinden wie we zijn, wat we willen, en wat we kunnen worden. Mensen die liefdevol met elkaar willen leven. In een omgeving waarin niemand de baas speelt. Geen vooropgezette bedoelingen. Geen verborgen agenda’s. Geen machtsspelletjes. Geen manipulaties. Echt samen leven. De wereldwijde beweging is duidelijk. Steeds meer mensen willen dat het om mensen gaat. Zodat zoveel mogelijk mensen tot hun recht kunnen komen. In een wereld waarin iedereen zich gezien voelt en meetelt - en daarom ook meedoet. Waarin mensen geen nummers zijn, kinderen en patiënten geen elektronische dossiers, medewerkers geen fte’s.

De stap naar echt samen leven

Deze crisis geeft ons de kans een volgende stap te zetten naar echt samen leven. Een stap die alles te maken heeft met oprechte aandacht en werkelijke betrokkenheid – voor onszelf, elkaar en onze omgeving. Met een groot woord: Liefde. Want liefde is het cadeau dat op de bodem van het dal op ons ligt te wachten. Liefde voor elkaar en liefde voor het leven – menselijk en duurzaam. De economische kans die dat oplevert is niet te becijferen.

Labels: , , ,

dinsdag, januari 06, 2009

Ontwapen je angst (Najiba Abdellaoui) - Of: Nieuwjaarswens 2009

Pak een grote zware hamer
(je weet wel die ene)
en haal de muren van je hokje naar beneden
Dit is stap één

Pak tussen het puin
je koffer met gesloten ogen
Neem alleen het hoognodige mee
Alleen wat je ooit gevonden hebt
en dat wat je bereid bent te
verliezen
Ga dan op pad

Kijk bij iedere stap die je neemt
verder dan je blik
de koker van je gedachtes
Laat jezelf los
en meevoeren met alle streken
van de wind
Praat met de kwajongens
vossen
vreemden
Lees jouw verhaal
in hun spiegelbeeld
en breek het met steentjes

Haal de angst uit je bitterheid
maar bovenal
ontwapen je angst

Ontdoe jezelf van
Kwetsende granaten
Gefrustreerde pijlen
Onzekere onderzeeërs
Belerende bommen
Stekende sneren
Ieder stuk uit jouw haatzaaiende woordenarsenaal

Ontwapen je angst
(ontwapen mij)
Haal de angel uit je verbetenheid
Doe het licht aan
(verlicht)
en zaai ongeladen woorden

Najiba Abdellaoui


Najiba Abdellaoui heeft vrijdagavond [12 december] het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam gewonnen. In discotheek Tivoli in Utrecht deden tien dichters een gooi naar de winst in de dichtwedstrijd. Abdellaoui werd door de jury geprezen vanwege haar ,,virtuoze taalbehandeling''. (De Pers, 13 december 2008)

donderdag, december 11, 2008

Je kunt nog jaren mee! (Old School Rules!)

Pijnlijke tijden. Vooral voor de gevestigden. Voor iedereen die dacht het voor elkaar te hebben. Zoals: binnenkort met pensioen. Dat duurt ‘ineens’ een stuk langer. En: welk pensioen? Het kan ‘zomaar’ verdampen. En als MD’er heb je er een probleem (‘aandachtsgebied’) bij: de vijfenvijftigplusser die nog jaren ‘mee moet’.
Niet lang geleden werkte ik met operators op een energiecentrale. Een behoorlijk deel van hen werkte daar al meer dan dertig jaar. Bij de oplevering van het complex waren ze ingestroomd. Net klaar met hun technische opleiding. Trots op hun werk bij hun centrale. In ploegendiensten. Leuk werk met leuke toeslagen. Opgewekt wekten ze stroom op. Dat opgewekte ging er in de loop van de jaren wel wat van af. Automatisering en bezuinigingen betekenden steeds minder collega’s. Dus ook minder gezellig. Vooral ’s nachts. Maar het bleef hun werk op hun centrale.
Toen kwam de eerste uitstroom op gang. Collega’s die gebruik maakten van alle goudgerande regelingen die tot voor kort bestonden. ‘Ben je van voor of na 1-1-47?’ was de meest gestelde vraag. ‘Van daarvoor’ kon gaan vissen met z’n maten en gaan fietsen met z’n vrouw, ‘van daarna’ had pech en bleef boos achter. Die moesten ‘ineens’ nog heel lang. Veel langer dan waar ze op gerekend hadden. Maar de grootste schok moest nog komen. Dat waren hun nieuwe collega’s. Dertig jaar jonger. Goed opgeleid. En ambitieus.
Deze ‘jonkies’ bestonden het om na een week te zeggen: ‘Zo, nou wil ik wat anders doen!’ Stel je voor... Je hebt dertig jaar lang dag en nacht min of meer hetzelfde werk gedaan. Dan komt er iemand binnen die zich na een week begint te vervelen. Iemand met een hbo-opleiding, terwijl jij mbo-er bent. Die vanwege zijn leeftijd en ervaring de helft verdient wat jij verdient. Maar ondertussen wel twee keer zo snel werkt. Alleen al omdat hij alles veel eerder begrijpt dan jij. Ineens ben je oud, langzaam en duur.

Extreem voorbeeld? Zal best. Maar vijftigenvijftigplussers – en niet alleen mbo’ers, hbo’ers en wo’ers evengoed - zeggen niet voor niets dat ze geen kans meer maken op de arbeidsmarkt. Jong en willig, gezond en ambitieus, dat is wat we zoeken. Mensen die je om een boodschap kunt sturen. Maar de demografische piramide verandert onherroepelijk. We hebben de vijfenvijftigplussers binnenkort hard nodig. En dan doemt op wat we tot nu toe niet hoefden te zien. Achterstallig onderhoud. Oorzaak: een veel te opgewekt zelfbeeld van de senioren. Junioren zien hen heel anders.
Hoe dan? Vergelijk het met het beeld van het Westen in de ogen van mensen in het Oosten. Volgens sommigen een karikatuur. In ieder geval lastig om te horen. Want wat zeggen ‘ze’ over ons? ‘Ze zijn zelfvoldaan, arrogant. Ze willen de baas spelen. Ze denken het allemaal te weten. Ze zijn naar binnen gekeerd, op zichzelf gericht.’ Herkenbare overeenkomsten met onze senioren? Wie kent ze niet? Mannen - inderdaad: veel mannen! – die niet in de gaten hebben dat ze niet meer aansluiten. Dat hun powerplay niet meer werkt. Hun dominant gedrag weinig impact meer heeft. Grote grijze gorilla’s die steeds minder indruk maken.

Als MD’er word je wel geacht iets voor deze groep te doen. Niet alleen vanwege de komende krapte op de arbeidsmarkt, maar ook omdat ze voor veel geld op de loonlijst staan. En blijven staan. Hebben ze nog potentieel? Hoe kan dat tevoorschijn komen? Wat is daar voor nodig? Bescheidenheid! ‘Give up your domination. Adjust to the new world order.’ is het advies aan het Westen van een onconventionele oud-diplomaat, de Singaporees Kishore Mahbubani. Hij schreef de bestseller De eeuw van Azië. Misschien ook wel van toepassing op de vijfenvijftigplussers die ‘ineens’ nog tien jaar mee moeten. Erken de veranderde situatie. Je bent niet meer de baas. Er zijn anderen die minstens zo goed zijn.
Het begint met het besef wie het salaris van de vijfenvijftigplussers verdienen: hardwerkende twintigers en dertigers. Zij buffelen, zij zorgen voor de hefboom. Zoals de westerse rijkdom niet zou bestaan zonder al die harde werkers in de opkomende economieën. En het daarbij behorende besef dat we elkaar nodig hebben en op elkaar aangewezen zijn. Net als het Westen kunnen vijfenvijftigplussers zich steeds minder op hun macht beroepen. Dus? Ken je plaats! Voor een ander je er hardhandig op wijst.

Ondertussen zijn er veel mensen van in de vijftig en zestig die het juist goed doen. Die iets toevoegen. Die vanwege die waarde gevraagd en gewaardeerd worden. Wat aan hen opvalt is dat ze niet bezig zijn met machtsspelletjes. Ze zijn integer en toegankelijk. Je ziet jonge mensen naar hen toetrekken. Die voelen zich bij hen op hun gemak. De grijze haren zijn eerder vertrouwenwekkend dan indrukwekkend.
Deze senioren weten heel goed wat ze allemaal niet weten. Hun mobieltje vinden ze vaak al te ingewikkeld. Maar ze weten ook dat het daar uiteindelijk niet om gaat. Ze weten wat ze waard zijn. Ze kennen hun eigen waarde, ze hebben eigenwaarde. Het laatste wat ze doen is concurreren. Want ze weten dat ze daar veel te oud voor zijn. Wat ze wel kunnen is aansluiten, levelen. Deze mensen verdienen op een natuurlijke manier respect. Sterker nog, ze zijn in de ogen van jonge mensen zelfs cool.
Hoe ben je overduidelijk old school maar ondertussen toch alom gewaardeerd? Door te genieten van het aanstormend talent. Door niet bang voor ze te zijn. Hen te waarderen voor wat ze tot stand brengen. Soms totaal anders dan wat je zelf zou bedenken en vaak in onbegrijpelijk korte tijd. Laten weten dat jij dat echt niet kunt. En dat je trots op ze bent. Hartstikke trots. En door ze een moreel kompas te bieden. Door ‘Dat kun je niet maken! Dat doe je toch niet?’ voor te leven. Inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Je bent toch ook niet bang voor de ontwikkeling van je kinderen? Daar geniet je toch van? Het bestaansrecht van een senior wordt bepaald door zijn waarde voor een junior. Niet door de baas te spelen. Want dat lukt vroeg of laat toch niet meer.
Praktisch? Heb je als senior de moed om elke junior in je omgeving de vraag te stellen: ‘Ben jij blij met mij?’ En: ‘Wat zou ik kunnen doen waardoor jij blij van mij wordt?’ en ‘Wat zou ik kunnen laten zodat jij blij van mij wordt?’ Goede kans je te horen krijgt: ‘Geef me de ruimte’, ‘Vertrouw me’, ‘Laat het mij op mijn manier doen’, ‘Zorg goed voor me’, ‘Wees niet bang’, ‘Luister naar me’, ‘Wees duidelijk’, ‘Wees eerlijk’, ‘Laat je waardering blijken’, ‘Vertel me vooral wat goed gaat’, ‘Wees doorzichtig’, ‘Hou niets achter’. Inderdaad, alle bekende antwoorden. Je weet het allang. En nu gewoon doen. Dan kun je nog jaren mee. Old School Rules!

Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development, nummer 4, winter 2008

Labels: , , ,

woensdag, november 12, 2008

Cool, calm and collected - Obama's eigenwaarde

‘It feels like hope won. (…) It feels like there’s a shift in consciousness. It feels like something really big and bold has happened here (…). It feels like anything is now possible,’ zei Oprah Winfrey op CNN na de overwinning van Barack Obama. Vanuit Grant Park in Chicago. Met tranen in haar ogen. Net als Jesse Jackson, vlak bij haar. En Colin Powell de volgende ochtend.

Het waren niet alleen zwarten die huilden. Ik heb de dagen die volgden veel mensen horen vertellen dat ze waren volschoten. Toen ze Barack Obama met zijn vrouw Michelle en hun dochters het podium zagen opkomen. Op verschillende momenten tijdens zijn overwinningstoespraak. Gewoon blanke Nederlanders. Niet alleen vrouwen, ook mannen. Ik ook. Mijn vrouw - die dat bijna nooit doet - ook. Collega’s ook. Yes We Can!

Best gek. Mensen die huilen omdat iemand tot president van Amerika is verkozen. Ik weet nog dat mensen huilden om een Amerikaanse president. Maar die was doodgeschoten. Toen huilden ze door de schok, van verdriet. Nu van blijdschap en ontroering. Dat kan een man dus bereiken. One Man. Huilende mensen over de hele wereld. Vreugdetranen. Je kunt het sentimenteel noemen. Lekker veilig. Of cynisch?

Het ontbreken van cynisme is een van de dingen die me aan Obama opvallen. Dirty campaigning leek nauwelijks vat op hem te hebben. Als water van een eend gleden de aanvallen van hem af. Tot wanhoop van zijn tegenstanders. Hij ging er ook niet bovenstaan. Net zoals zijn victoryspeech niet triomfantelijk was. ‘He’s cool, calm and collected’ zoals een dominee - Alvin Love, what’s in a name? - over hem zei.

Obama geeft mensen hoop op een betere toekomst. Volgens sommigen valse hoop. Maar hij heeft nieuwe groepen mensen naar de stembus gekregen. Uiteraard om op hem te stemmen. Mensen die nog nooit gestemd hadden. Omdat ze dachten dat het toch niet veel zou uitmaken. Wel dus. Zonder de hoogste opkomst ooit (met al die nieuwe jonge en gekleurde kiezers) had het heel anders kunnen aflopen. Was er in ieder geval minder gehuild.

Het verhaal van Obama is op papier een onmogelijk verhaal. Daarom is het ook een Amerikaans verhaal. Hij komt niet uit een rijke en machtige familie. Zoals de Kennedy’s. Vader weggelopen, moeder kwijt. Opgevoed door zijn oma. Geen cent te makken. De familie zoekt nu een puppy, in het asiel. Vuilnisbakkenras. ‘Een mengelmoes, just like me.’ Dan moet je zelfvertrouwen hebben. En eigenwaarde.

Dat gevoel van eigenwaarde is wat Obama aantrekkelijk maakt. Hij staat er. Cool, calm and collected. Hij is niet boos, hij is niet opgewonden. Hij is begrijpelijk. Gebruikt geen moeilijke woorden als het niet nodig is. Maar weet wel waar hij het over heeft. Hij sluit niets en niemand uit, hij sluit geen anderen buiten. Hij is een ster maar heeft geen sterallures. En misschien het belangrijkste: hij is niet tegen. Hij is voor.

Nog even terug naar Oprah. Hysterisch? Of heeft ze een feilloos gevoel voor wat er gaande is in de wereld? Ik vermoed het laatste. ‘There’s a shift in consciousness.’ Een bewustzijnsverandering. Begin november 1988 stond ik bij de Berlijnse Muur. Als iemand mij toen gezegd had: ‘Over een jaar staan hier mensen op te dansen’ had ik het niet geloofd. Onvoorstelbaar. Dream on! Toch was het 9 november 1989 zover. Binnen een jaar. Zo snel kan het gaan. Het kan wel!


Labels: , , ,

dinsdag, oktober 28, 2008

Aandeelhouderswaarde? Eigenwaarde!

[Toelichting: Dit stuk schreef ik toen ik boos was. Zie ik achteraf. Ik kan besluiten het niet te plaatsen: de toon is niet liefdevol genoeg. En toch, ik weet dat er mensen zijn die zeggen: precies de spijker op z'n kop. Misschien kan de toon toch werken, juist omdat ie veel te confronterend is. Als mij dat gebeurt vind ik dat niet leuk. Maar soms werkt het wel, als ik heel eigenwijs ben. Dus deze is voor mensen met net zo'n hard hoofd als ik. Het komt uit een goed hart. Vind ik zelf.]


Wat gebeurt er eigenlijk met je als de koers van je bank ineens, zomaar keldert? Terwijl jij weet dat je bedrijf nog steeds hetzelfde bedrijf is als gisteren, als vorige week, vorige maand. Ineens vindt iemand, of veel iemanden, jou minder waard, zelfs veel minder waard. Dan ben je toch geneigd jezelf ook minder waard te vinden. Net zoals je jezelf meer waard vond toen anderen jou veel waarde toekenden. Zelfs heel veel waarde. Toen je gevierd was, toen het niet op kon. En nu ben je ineens van minder waarde. Minderwaardig. Voor een grijpstuiver te koop. Alleen de overheid wil je nog redden. De overheid waar je altijd wat lacherig over deed. Misschien vond je die ambtenaren wel wat minderwaardig. Nu ben je zelf een ambtenaar. Feitelijk. Maar was je dat al niet? Overheid en banken, wie is er meer bureaucratisch? Doen ze voor elkaar onder?

‘Dit is onze bank’ bleek ook al niet te kloppen. Dat werd in een klap duidelijk toen de hedge funds langskwamen. Je was helemaal geen baas in eigen huis. De aandeelhouders bleken de baas. En die deden wat je kunt verwachten maar waar niemand op rekende: dollars in de ogen en voor grootste gewin gaan. Een aandeelhouder is een belegger. Vroeger heetten dat speculanten. En veel mensen die in beursfondsen beleggen zijn gewoon speculanten. Mensen die ergens geld insteken met als enig doel om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen. Niets mis mee. Gewoon kapitalisme.

Maar je komt van een koude kermis thuis als je denkt dat aandeelhouders het beste met jou en je bedrijf voorhebben. Of als je denkt dat het jouw bedrijf is. Niet dus. Het heet op de balans niet voor niets: vreemd vermogen. Niet eigen vermogen maar vreemd vermogen. En vreemd vermogen gedraagt zich ook heel vreemd. Althans in jouw ogen. Uiteindelijk bleek het niet om jouw welzijn en jouw voortbestaan te gaan maar om hun centen. Dat was schrikken. Dat is de betekenis van aandeelhouderswaarde: jouw waarde in de ogen van de aandeelhouder. En die kijkt echt niet naar jou als organisatie, als samenhangend geheel, als verband van mensen. Aandeelhouders zien iets dat geld verdient, voor hen. Een moneymaking machine. Niks mis mee, gewoon kapitalisme.

Maar wil je dat ook? Want het knaagt aan je eigenwaarde: ineens ben je niets meer waard. Omdat de aandeelhouder dat vindt. Alleen maar omdat hij even niet genoeg aan je denkt te kunnen verdienen. Die aandeelhouder blijkt niets met jou of met jouw bedrijf te hebben. Hij heeft iets met zijn eigen portemonnee. Kun je dat een aandeelhouder kwalijk nemen? Nee, natuurlijk niet! Jij wilde zo graag geloven in zijn goede bedoelingen. Jij wilde leven in de illusie dat dit jouw bedrijf was. En ondertussen had iedereen het over aandeelhouderswaarde. Niet begrijpend wat dat betekende: het draait allemaal om de aandeelhouder. Niet om jouw werk maar om zijn geld.

Alle nadruk op aandeelhouderswaarde maakt de aandeelhouder de baas. En we hebben nu gezien wat dat doet. Vreemd geld dat zich vreemd gedraagt. Bezig met ogenschijnlijke waarde, in de ogen van de aandeelhouder. Niet in de ogen van de klanten, van de medewerkers, of van de omgeving. Geld van ver weg, geld dat geen enkele band heeft met het bedrijf zelf. Geld zonder verbinding. Waar dat in zijn uitwassen toe kan leiden hebben we gezien: totale vervreemding. Mensen die toevallig veel geld hebben - of erger: het niet ineens hebben maar er alleen maar handig mee zijn - zijn zomaar, ineens, de baas. En kunnen jouw bedrijf zomaar, ineens, ten gronde richten omdat zij daar geld mee kunnen verdienen. Vreemd geld doet vreemde dingen. En dat heb je misschien zelf ook wel gedaan, toen het nog goed ging. Dat wil zeggen toen jij er ook van profiteerde. Je begreep het misschien zelf ook niet maar je verdiende onwaarschijnlijk veel geld.

En nu? De eerste ballonnen zijn lekgeprikt, en ze blijven doorgeprikt worden tot ze echt allemaal leeg zijn. Het gaat nu over werkelijke waarde. En werkelijke waarde heeft alles te maken met eigenwaarde. Eigenwaarde is niet koersgevoelig. Daar kun je niet mee speculeren. Die is niet afhankelijk van de luimen van een ander. Om je eigenwaarde te kunnen ervaren en bepalen is het eerst nodig je niets meer aan te trekken van wat anderen van je vinden. Dan kun je je eigen plan trekken. Dat dwingt respect af. Weten wie je bent. Weten wat je wilt. Doen wat je kunt. Waar sta je voor? Onafhankelijk, autonoom, soeverein. En dan je vrienden kiezen. En alleen nog maar geld aannemen van mensen die je kent en die je vertrouwt. Mensen die met jou en jouw onderneming het beste voor hebben.

Dat betekent wel dat je zelf ook ophoudt met wat je aandeelhouders verwijt: greed, hebzucht. Dat betekent je volwassen gedragen. Zelf ook niet in de verleiding komen. Begrijpen dat je niet gelukkig wordt van GSM: geld, status en macht. Maar dan moet je vaak eerst wel goed voor op je bek zijn gegaan. Ophouden met kinderachtige gegoochel, stoppen met flauwe slimmigheid. Perverse prikkels niet meer financiële innovaties noemen. Ophouden elkaar na te praten en elkaar op te jutten. Ophouden met dat schoolpleingedrag. Misschien is dat wel het nut en de opbrengst van de financiële crisis. Dat zou wat zijn.

Business ethics

‘I want to be able to explain my mistakes. This means I do only the things I completely understand.’ is een van de meest bekende uitspraken van Warren Buffett. Een van de rijkste mensen ter wereld. Niet zomaar, en al jaren. Iemand die het graag eenvoudig houdt. Bijvoorbeeld bijzonder eenvoudig woont (zie foto).

Hij zegt ook: ‘There seems to be some perverse human characteristic that likes to make easy things difficult.’ Hij weigert gewoon te geloven dat ingewikkeld beter is. Sterker nog, hij weet dat er dan gevaar dreigt. En hij weet waar complexiteit nogal eens wordt aangeleerd: ‘The business schools reward difficult complex behavior more than simple behavior, but simple behavior is more effective.’

Niet begrijpen wat je aan het doen bent, dingen nodeloos ingewikkeld maken, anderen uitsluiten door slim te doen, perverse prikkels, het is allemaal van toepassing op de financiële crisis. En dat is niet zozeer een kwestie van organiseren, daarin komt het uiteindelijk tot uitdrukking. Het is vooral een kwestie van mentaliteit, en ook moraal. Ethiek, met een groot woord. Business ethics.

Labels: , , ,

woensdag, oktober 22, 2008

Vrij!gelaten

Vrij! Leef je eigen leven is afgelopen vrijdag vrijgelaten. En ligt vanaf vandaag in de boekhandel, is te bestellen, leverbaar. Alle informatie vind je op de site van mijn uitgever, Uitgeverij Quist.

Vrij! Leef je eigen leven gaat over de golven van het leven. En hoe daar mee om te gaan: soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar wat heet ‘tegen zitten’? Een crisis kan een blessing in disguise zijn.

Vrij! Leef je eigen leven verschijnt middenin de financiële crisis. Een sleutelzin in Vrij! is: ‘De schat ligt op de bodem van het dal’. Voor de volhouders heeft elke tegenslag een cadeau in petto.

Vrij! Leef je eigen leven is het cadeau dat ik vond. Dit boek is wat ik – in vrijheid - te geven heb. Ik hoop dat je het mooi vindt.

(foto Rob Schippers / www.freelancefoto.nl)

maandag, september 29, 2008

De strijd met de draak in jezelf: vind je jezelf belangrijk, of neem je jezelf serieus? (De kredietcrisis)

Op een dag kwam ik erachter dat niemand meer met mij wilde samenwerken. Omdat ik onmogelijk was; niet te hebben, niet te doen. Collega’s bleven uit m’n buurt, partners meden me. Een echte professional: ik wist alles beter. Het kon op allerlei manieren, zolang het maar mijn manier was. Ik begreep er niets van. Waarom zag niemand wat ik allemaal kon? Waarom kreeg ik niet de kans? Ik was jaloers op degenen die wel succesvol waren. Ondertussen verveelde ik me suf en ik verveelde anderen. Ik kon mezelf niet kwijt. Voelde ook wel dat ik beter kon. En daar had ik dan weer anderen voor nodig. Maar ja, die wilden niet, want het moest altijd op mijn manier. Tot de liefste therapeut van het land mij The Artist’s Way van Julia Cameron aanraadde.

Een periode van twaalf weken begon. Een kwartaal lang heel gedisciplineerd aan de slag met m’n eigen drempels. Minstens een dag per week intensief bezig met het opruimen van m’n persoonlijke blokkades. Op een manier die geïnspireerd lijkt door het afkickprogramma van de AA, Alcoholics Anonymous. Mijn verslaving was: problemen maken met anderen, om die van mezelf niet onder ogen te hoeven zien. Ik kwam erachter dat ik vol zat met aannames en opvattingen. Natuurlijk over anderen, maar vooral over mezelf. Hoe ik naar mezelf keek, mezelf tekortdeed en kort hield. Hoe ik mezelf van alles niet toestond en anderen dus ook niet. In hokjes dacht, vastzat in hoe het hoort. Ik ontdekte bij mezelf allerlei taboes en dogma’s. Begreep dat ik veel minder vrij was dan ik altijd had gedacht. En vanbinnen heel bang. Bang voor mijn eigen talent.

In die tijd maakte ik mijn Creativiteitsmonster. Zeg maar de draak in mezelf. Het werd een fantastisch gedrocht: exotische bierblikken bijeengebonden met ballerige stropdassen. Intuïtief maakte ik een beeld van alles wat mij ervan weerhield om mijn creativiteit te laten stromen. Mijn afgeknepen-zijn, mijn ‘kijk míj eens’. Mijn geblaat en gebral. Mijn angst voor de stilte. Eindelijk zag ik mijn buitenkant, mijn oppervlakkigheid. Zo ontdekte ik: echte creativiteit komt van binnenuit, heeft diepgang. Met mijn monster maakte ik de stap van ‘mezelf belangrijk vinden’ naar ‘mezelf serieus nemen’. Vanaf dat moment nam ik ook anderen een stuk serieuzer. Ik werd minder jaloers en was minder verveeld. M’n creativiteit begon te stromen, op een manier ik die nog nooit had toegestaan. Ongeremd en ongegeneerd. Eindelijk kon ik samenwerken, want ik had iets in te brengen: mezelf.

Kun je dit ook toepassen op organisatievernieuwing? Kunnen organisaties zichzelf ook in de weg zitten, en zichzelf isoleren van hun omgeving? Kunnen organisaties door hun aannames en opvattingen hun eigen creativiteit blokkeren? Kan een ‘wat-hebben-wij-het-getroffen-met-onszelf’-bedrijfscultuur ervoor zorgen dat een organisatie zich niet vernieuwt en vastloopt? Zeker weten. De bedrijven met de grootste mond vallen uiteindelijk om. Omdat ze niet meer aansluiten bij hun omgeving: de klanten lopen weg van zoveel arrogantie, collega-bedrijven willen niet meer met hen samenwerken, jong talent wordt afgeschrikt door het teveel aan machtsvertoon. Dood in de pot. Andersom, een organisatie die echt verbonden is met haar kernwaarden en daadwerkelijk van daaruit opereert, is letterlijk aantrekkelijk. Daar willen anderen zich mee verbinden.

Een voorbeeld? Kijk even rond in de bankwereld. Wie zijn de
stijgers, wie zijn de dalers? Waar stromen op dit moment de Nederlandse spaartegoeden naartoe? Naar banken die zichzelf serieus nemen, in plaats van zichzelf belangrijk vinden. Mensen zijn niet gek. Uiteindelijk kiezen ze voor duurzaamheid. Zeker als het gaat om hun spaarcenten.

(Verschenen in nummer 3, 2008 van Business Spiritualiteit Magazine Nyenrode)

Labels: , ,

donderdag, september 18, 2008

Boekpresentatie VRIJ! Leef je eigen leven op vrijdag 17 oktober om 15 uur in penthouse Nautilus op Scheveningen



Met veel plezier presenteren we VRIJ! Leef je eigen leven op Vrij!dag 17 oktober om 15.00u in Den Haag, op letterlijk een toplocatie: bovenop het Nautilusgebouw op Scheveningen. Getransformeerd door archipelontwerpers, ons aangeboden door Rob van Hoogdalem. Een ruimte die helemaal past bij het boek: ruim en open, met uitzicht en een verhaal.




Wil je erbij zijn?
Mail dan naar andremeiresonne@zinboek.nl en we sturen je per mail een uitnodiging met alle gegevens.

Labels:

woensdag, september 17, 2008

Leve de crisis?!

Menno Lanting, een marketeer die ik hoog heb zitten, schreef deze blog: Leve de recessie! Ik vind het lef. En ben er zelf nog niet uit. Waar haal je het vertrouwen vandaan om juist nu door te gaan? Om nu niet mee te gaan met het marktsentiment? Blijven geloven in vooruitgang? Hoe kunnen we deze crisis in ons voordeel laten werken? Wat valt er uit te halen? Is hier betekenis aan te geven? Wat zegt de kredietcrisis ons over waarde, en dan bedoel ik werkelijke waarde, dingen die echt van waarde zijn?

Al jaren verbaas ik me over de jongens en meisjes in London en New York. Inderdaad, degenen die nu met verhuisdozen het pand ijlings moeten verlaten. Ze kunnen goed goochelen met geld, dat nu ineens op is. Waar gaat het over? denk ik dan. Maar van economie heb ik geen verstand. Tegelijkertijd lijk ik met het kale bezit en wat laten onderhouden van ons huis onderhand meer geld te verdienen dan met werken. En ik ben niet de enige. Vreemde wereld...

Waar ik van droom is dat we ons geld kunnen verdienen met wat we het liefste doen en waar we het beste in zijn. En dan genoegen nemen met wat we daarvoor terugkrijgen. Dat kan minder geld zijn. Misschien juist wel meer. Of misschien is dat wel niet waar het om gaat. Money can't buy me love... zongen The Beatles. Maar ja, toen waren ze al rijk! Materieel gezien dan. Net als al die jonge bankiers met hun dozen. Ik ben er nog niet uit. Wie het weet mag het zeggen.

Labels: , ,

donderdag, september 04, 2008

Het geweld van 9/11



Laatst hadden mijn vrouw en ik gedoe. Het ging als volgt. Zij was zomaar ineens boos op mij. Ik voelde mij aangevallen. Logisch, want zij deed zomaar, ineens, boos, tegen mij!

Ik doe boos terug:
Waarom doe je zo boos?!
Waarom ik boos doe? Waarom deed jij zo boos?!
Huh..? Ik deed niet boos!
Je deed wel boos!
Etc etc

Wat bleek? Zonder het in de gaten te hebben had ik verontwaardigd gedaan tegen haar. Op een bozige toon iets gezegd. Verwijtend, aanvallend. Daar reageerde zij op: boos. Mijn eigen toon had ik niet gehoord, die van haar des te meer. Resultaat: ruzie. Een vorm van geweld.


Het begint met een toon. Onaardig, niet vriendelijk. De ander ervaart een aanval: Waar heb ik dit aan verdiend? En verdedigt zich. Met een tegenaanval - die jij weer opvat als een verrassingsaanval. Zomaar... ineens! Dus jij denkt ook: Waar heb ik dit aan verdiend? En dan heb je een ruzie waarin je allebei denkt dat de ander begonnen is.

Het doet denken aan 11 september. Na de aanslagen op de Twin Towers voelde Amerika zich aangevallen. Zomaar, ineens. Alle reden om terug te slaan. 'Revenge!' werd geschreeuwd. Maar waren de aanslagen nou een aanval, of een tegenaanval? Kwam 9/11 uit de lucht vallen, of was er iets aan vooraf gegaan?

Veel Amerikanen vroegen zich hardop af: 'Why do they hate us?' Mark Hertsgaard, een Amerikaanse onderzoeksjournalist trok met die vraag de wereld in. Een eenduidig antwoord kon hij niet vinden. Tot hij weer thuis was en het vroeg aan een pakjesbezorger: 'Why do they hate us?' 'Because we're rich and arrogant' was het antwoord. Onderzoek klaar.

Misschien heeft Amerika niet altijd in de gaten hoe onaardig het zich vaak gedraagt. Met grote cowboylaarzen door de wereld stappen. Zich machtig en superieur gedragen. Geen idee wat het aanricht. Maar wel verbaasd over de boosheid die het oproept en tegenkomt. En daar dan boos over wordt. Ervan overtuigd dat de ander begonnen is...

Dat zou een bijdrage aan de wereldvrede kunnen zijn: ophouden met boos doen tegen anderen. Vanuit het besef dat het allemaal geweld is. Geweld dat je bovendien vroeg of laat terugkrijgt. Net als Amerika. Geweld komt niet uit de lucht vallen. Het begint ergens. Ben je het zat om in die geweldsspiraal te zitten? Stap eruit. Probeer een dag vrij te zijn van geweld. Bijvoorbeeld op 11 september.

Labels: , , ,

vrijdag, juni 13, 2008

stevige vriendelijkheid | vriendelijke stevigheid

Kijk om je heen en wat zie je? Cultuurverandering! Heeft iemand daar iets aan gedaan? Nee! Kan iemand daar iets aan doen? Evenmin! Cultuurverandering gebeurt gewoon. Gaat vanzelf. Daarom is verzet ertegen niet alleen dom maar ook erg grappig. En er vanuit een gedachte van maakbaarheid aan willen sturen (‘stimuleren!’) is even illusoir als vrolijkstemmend.

Misschien is het slimmer om goed te kijken wat je ziet en er je voordeel mee te doen. Vraag niet hoe het kan maar profiteer ervan! Er is heel veel voordeel deze dagen. En dat gaat verder dan dat ik vandaag vanuit huis binnen een straal van 500 meter het grootste deel van de internationale cuisine kan ruiken en proeven en de ingrediënten ervan kan zien en kopen.

Een van de meest intrigerende cultuurveranderingen die mij opvallen is de stille revolutie die zich voordoet onder leidinggevenden. Dat zijn steeds vaker vrouwen. En wat voor vrouwen! Een ander soort vrouwen dan ik zag opkomen in de jaren tachtig en negentig. Geen bitches, geen verklede mannen. Geen penisnijd - en dus ook minder castratieangst onder mannen!

Het afgelopen jaar heb ik zes vrouwelijke topambtenaren geïnterviewd voor de website van de Baak. Een leerzame ervaring. Ik wist wel dat er vrouwelijke toppers rondlopen die anders zijn. Waarbij ik nou eens niet het gevoel krijg dat ze uit tomeloze ambitie en niet te stuiten geldingsdrang vooruit en hogerop willen, koste wat kost. Vrouwen die normaal blijven doen.

Want wie schetst mijn verbazing? Ik kom zomaar zes bijzondere vrouwen tegen. Vrouwen die zo stevig zijn als je volgens de normen van het assessmentbureau van een topmanager mag verwachten en zo vriendelijk als elk kind van zijn of haar moeder hoopt en verlangt. Zeg maar: vriendelijke stevigheid. Of andersom: stevige vriendelijkheid. Afhankelijk van de situatie.

Het zijn stuk voor stuk vrouwen die weten wat ze willen. Ze paren nuchterheid aan betrokkenheid. Ze zijn rationeel maar dat wil niet wil zeggen dat ze hun gevoel niet tonen. Sterker nog, ze onderkennen hun gevoel en dat zetten ze ook in. Wat opvalt is dat ze zichzelf goed kennen, naar zichzelf durven kijken en open staan voor feed back. En die ook durven geven.

Wat is daar nou zo bijzonder aan? Dat is toch een prachtig profiel voor elke leidinggevende? Daar wordt van teamleiders tot directeuren toch op geselecteerd tegenwoordig? Dan kun je je afvragen waarom de Baak zulke goede zaken doet. Of waarom er zoveel ontevredenheid is over leidinggevenden en wat ze links en rechts schijnen aan te richten (‘managers!’).

Dat vriendelijke stevigheid / vriendelijke stevigheid bijzonder is ontdekte ik toen ik aan een van die vrouwen vroeg: ken je ook mannen die zo zijn? Het bleef lang stil. Ze wist het niet. En dat lag niet aan haar intelligentie, integendeel. Toen zij ze: ik ken wel vriendelijke mannen maar die zijn vaak niet stevig; en ook stevige mannen, maar die zijn vaak niet vriendelijk.

Daar zat ik dan. Als man. Ik wist het ook niet. Ik zie veel Machers en macho’s en ik zie veel watjes en softies. Zelf ga ik daar tussen heen en weer. Soms veel te stevig, en dan weer te vriendelijk. Die balans is zo lastig. De vrouwen die ik interviewde zie ik die balans veel beter bereiken. Natuurlijk, n = 6. Maar volgens mij heb ik de toekomst geinterviewd.

Want de cultuur verandert die kant op. Onherroepelijk, maar ook zonder dat iemand daar bewust mee bezig is, of daar op stuurt. Dit soort vrouwen komt omhoog, ze komen bovendrijven. Niet door gebrek aan gewicht maar omdat ze dingen voor elkaar krijgen zonder bedreigend te zijn. Behalve voor bange mannen van boven de vijftig. Maar daarover weer een andere keer.



Kijk voor de interviews op http://www.debaak.nl/themas/publiekebaak (voorpagina en meer onder ‘Interviews’)

Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development, nummer 2, zomer 2008

vrijdag, mei 09, 2008

Zin!Posium|Vrij!Markt komt eraan!




Het verbindende thema van de nieuwe editie van het Zin!Posium is Vrijheid. En het is een markt: vraag en aanbod komen bij elkaar.

Vandaar: Zin!Posium|Vrij!markt. Donderdag 29 mei a.s. van 14 tot 20 uur in Maarssen. Heb je iets nieuws? Een workshop, een training, een presentatie? Dan kun je het hier aanbieden.

Heb je een vraag of een idee waar je al een tijd mee rondloopt, maar kom je er in je eentje niet uit? Stel je vraag op de Vrij!Markt en kijk of er mensen zijn die je verder kunnen helpen vanuit hun kwaliteiten of die zich bij je initiatief aan willen sluiten.

Wat je ook wilt, je kunt het komen brengen of je kunt het komen halen op de Vrij!Markt. En natuurlijk kun je ook gewoon komen rondneuzen… omdat je nog niet precies weet wat je zoekt.

We bieden een plek, de ruimte en de vrijheid om te ondernemen waar jij Zin! in hebt. Te doen wat je wilt, te spreken wie je wilt, te zien wat je doet. Creating Out of Nothing!

Er is een programma (zie hieronder), er zijn vaste momenten en er is weer prima eten & drinken. Er is ritme en structuur, juist om daarbinnen in alle vrijheid aan de slag te kunnen. Free Space!

Programma

14.00u - 14.30u Plenaire opening
14.30u - 16.00u Plenaire presentaties
16.00u - 16.30u Frisselekkernijen
16.30u - 17.30u Workshop ronde 1
17.30u - 18.30u Tapasbuffet
18.30u - 19.30u Workshop ronde 2
19.30u - 20.00u Plenaire afsluiting & borrel

Kosten

Voor het Zin!Posium | Vrij!Markt 2008 wordt een bijdrage van € 69,- gevraagd. Voor dit bedrag kun je het hele programma volgen en genieten van een uitgebreid tapasbuffet en lekkere drankjes!

Locatie & Route

Seats2meet.com
Planetenbaan 100
3606 AK Maarssen

Labels: , ,

woensdag, april 23, 2008

Is democratie de helft plus een?




De voorzitter van D66, Ingrid van Engelshoven, haalde in haar toespraak op het D66 voorjaarscongres een uitspraak van Rita Verdonk aan uit de NRC van 9 februari: "Als je thuis moet beslissen over het avondeten en drie willen er patat en twee zuurkool, dan wordt het toch patat? Heel simpel. Zo werkt democratie." Inderdaad heel simpel... Ingrid maakt spaghetti van de zuurkool maar legt ondertussen helder en rustig uit waarom ze liever niet in Rita's democratisch gezin zou wonen (laat staan groot zou worden):

"Onlangs vergeleek Rita Verdonk democratie met wat er in het gezin gegeten moet worden. Daarbij gaat het volgens haar gewoon om wat de meerderheid wil: Willen er drie spaghetti en twee patat, dan wordt het gewoon spaghetti.

Maar wat nou, als je in dat gezin alsmaar tot de minderheid behoort en dus nooit te eten krijgt wat je lekker vindt. Dan gaat dat toch wringen. En het zou niet het gezin zijn waar ik graag in zou wonen.

Democratie is meer dan de helft + 1. Democratie is ook rekening houden met de minderheid. Democratie is ook zoeken naar oplossingen waar zoveel mogelijk mensen achter kunnen staan."

Ingrid van Engelshoven kreeg een daverend applaus. Democratie is niet simpel de meerderheid beslist, democratie is vooral rekening houden met minderheden. Inclusief Rita Verdonk en haar beweging. Godzijdank een minderheid. Heer geef wijsheid.

Labels: , ,

vrijdag, maart 28, 2008

Microblog IJsvogel




(foto Hetty Mos)

Een ijsvogel gezien! Wat een prachtig, indrukwekkend beestje... En een van de boswachters, mevrouw Mos - mooie naam voor een boswachter - bleek 'em op de foto te hebben gezet. Lees hier verder...

Labels:

zondag, maart 09, 2008

De jeugd van tegenwoordig - Binden? Boeiuh!


Organisaties vergrijzen, want ouderen blijven langer werken. Die vergrijzing versnelt doordat jongeren makkelijker vertrekken. De vrijheid lokt, en het risico is klein. Want de economie groeit, en de arbeidsmarkt is krap. Je kunt zo iets opzetten, je hebt zo wat opdrachten. En mocht het tegenzitten dan kun je zo weer terug naar een baas.

De meest creatieve en meest innovatieve mensen vertrekken het eerst. En wanneer de economische groei mocht vertragen en ontslagen dreigen dan gebeurt grappig genoeg hetzelfde. Ook dan beginnen de meest ondernemende mensen het snelst voor zichzelf en vertrekken de meest getalenteerden het eerst. Wel of geen economische groei, wat overblijft zijn grijze koppen en grijze muizen in grijze organisaties. Somber verhaal? Zal wel meevallen? De jeugd van tegenwoordig valt helemaal niet mee! Binden? Boeiuh!

Het begint al jong, in het onderwijs. Veel te veel kinderen hebben geen idee waarom ze op school zitten. Ja, de leerplicht. Ja, diploma. Ticket to freedom. Om straks iets te kunnen doen wat je echt leuk vindt. Maar tot je achttiende is het corvee. En daarna misschien ook wel. Het kan hen nauwelijks boeien. Docenten die van een andere planeet lijken te komen. Die vooral bezig met hun vak - in plaats van bezig met jou. Weinig aandacht, weinig begrip en weinig respect. Over en weer.

Veel meisjes doen nog braaf hun best, maar vooral jongens dromen van ruimte en vrijheid. Ze haken steeds vaker af en beginnen voor zichzelf. In een netwerk, met gelijkgestemden gaan ze doen waar ze zin in hebben en waar ze goed in zijn. Wat vaak hetzelfde is. Zo ontstaat in de marge een creatieve economie van kleine zelfstandigen en startende ondernemingen. Mensen met heel veel energie en veranderkracht. Mensen waar menig personeelschef van droomt. Die hun organisatie fris en fruitig zouden kunnen houden. Maar op school of tijdens hun studie haken ze al af. ‘Boeit niet.’

Misschien zijn we in Nederland - zeker voor wat betreft ‘blank en hoogopgeleid’ - met z’n allen aangeland in het bovenste puntje van de piramide van Maslov. We komen onze ouders niet meer overtreffen. ‘Beter dan zij krijgen we het toch niet. We kunnen hun huizen niet eens meer betalen!’ Generaties lang groeiden we verder dan onze ouders, klommen we hen voorbij op de maatschappelijke ladder. We zijn aan het eind van de ladder! Wat nu? Wat boeit nog?

Dan kom je vanzelf bij vragen naar de zin van dit alles. Je staat op de top en vraagt je af: Wat nu? Een zingevingvraag. De kerk heeft geen antwoord, want daar komen we nauwelijks meer. Terugvallen op de stevigheid en veiligheid van je familie valt ook tegen met al die samengestelde gezinnen. ‘Extended family’ dan? Die stellen vooral goedbedoelde vragen in de trant van ’Wat ga je er zelf aan doen?’ Boeiend, denk je dan.

Teruggeworpen op onszelf. Vraag het aan een trendwatcher, Justine Marseille van The Future Institute. “We hebben een dak boven ons hoofd en voldoende eten. We vinden het leuker om kennis bij te dragen en ons te kunnen ontwikkelen, dan om alleen maar geld te verdienen. Onze zelfverwezenlijking is belangrijker geworden dan het hebben van dingen. We willen daarom van een ander horen wat we waard zijn.” Daar valt een interessant woord: Waard. Dat zou wel eens een toverwoord kunnen worden. Waard, waarde, waarden - boeiende begrippen.

‘What is a cynic? A man who knows the price of everything and the value of nothing.’
zei Oscar Wilde. Steeds meer mensen hebben geen zin om een cynicus te worden. Geen zin om het spel mee te spelen. Opeten of opgegeten worden. De vlucht naar voren. Groot, groter grootst. Werken voor de anonieme aandeelhouder. Die ‘jouw’ bedrijf zomaar kan verkopen aan de hoogste bieder. Of rennen voor een topman wiens grootste risico is dat zijn ego gekwetst wordt. Omdat zijn vertrekbonus niet zo groot is als die van zijn golfmaatje. Inderdaad, waar gaat het nog over?

Er is een omslag gaande. Van prijs naar waarde. Toegegeven, het is een luxepositie, het is ongelofelijk elitair... maar we hebben het met z’n allen zo goed dat steeds meer mensen zich kunnen veroorloven hun aandacht te verschuiven van prijs naar waarde. Het is ook mentaliteitsontwikkeling. Vergelijk het met het groeiende aantal kinderen dat welbewust geen vlees meer wil eten. Daar kun je tegen zijn, het onverantwoord vinden, zelfs ongezond... het maakt niet uit, het zijn er steeds meer. En dat is boeiend.

Wat moet je hiermee? Maar accepteren dat je organisatie vergrijst? Grijzer wordt in alle opzichten: ouder, saaier en suffer? Of kom je in aktie? Wil je dit niet meemaken! Gaat het jou niet gebeuren!? Misschien helpt dit dan. Het is een hartekreet van Iro Evangelou, een goed opgeleide, ambitieuze jonge vrouw. Het zijn flarden en fragmenten uit haar Open Brief aan de Nederlandse Werkgever:

“Wat ik je in http://www.blogger.com/img/gl.link.gifessentie wil vragen is (...) meer in gesprek met me te raken. (...) Wat me opvalt, is dat je het steeds lastiger vindt om iets over jezelf te vertellen. Hoe groter je wordt, hoe moeilijker het lijkt te zijn. Je woorden worden wolliger en je ambities vager. (...) Ben je bereid vragen te stellen en nieuwsgierig te zijn naar mijn antwoorden? Denk je echt dat ik alleen geïnteresseerd ben in salaris of in een leasebak? Of dat ik wil presteren om het presteren? (...) Wat ík nodig heb, is iets anders dan mijn collega. Zou het niet mooi zijn als er wat flexibiliteit in je voorwaardenpakket zou komen? (...) Ik wil je vragen mij niet meer in een hokje te stoppen (...) Binnen zo'n hokje verlies ik snel mijn eigenheid. Ik volg namelijk dezelfde opleidingen, doorloop dezelfde procedures en doe dezelfde (soorten) projecten en klussen als alle anderen. Hoe houd ik dan vast aan mijn authenticiteit? (...)”

Zo’n vrouw kan van grote waarde zijn. Als ze zich naar waarde geschat voelt. Durf je dat aan? Iedereen behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden? Persoonlijk, betrokken? Gezien en gewaardeerd? ‘Bij je vader voel je de hoogachting’ zei iemand een keer tegen Anselm Grün over diens vader. Voor Grün werd het een leidraad: ‘En het was altijd een vraag voor me of de mensen zich door mij hooggeacht voelden.’ Anselm Grün leidt de Benedictijner abdij van Münsterschwarzach in Beieren. Veel novicen. Boeiende man.

Dit artikel verscheen - in ietwat gewijzigde vorm - in het Tijdschrift voor Management Development (jaargang 16, nummer 1, voorjaar 2008)

Labels: , ,

maandag, februari 11, 2008

Zin!Posium, nu ook in company

Het Zin!Posium is een halfjaarlijks evenement. Het is ontstaan vanuit en rond de lezers van het boek Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Er was behoefte om elkaar te ontmoeten en om ervaringen uit te wisselen. Kijk hier voor een impressie van het eerste Zin!Posium op 1 november 2007 bij Seats2Meet in Utrecht.

Het eerstvolgende Zin!Posium vindt plaats op donderdag 29 mei 2008 bij Meeting Plaza in Maarssen. Het wordt weer een mix van presentaties in de middag en workshops in de avond met rond zes uur een tapas buffet. Er worden dit keer enkele honderden deelnemers verwacht. Binnenkort meer informatie!

Het Zin!Posium kent nu ook een in company variant. Dan vindt het evenement plaats binnen de muren van een bedrijf of organisatie. Daar geldt hetzelfde concept: verkennende presentaties in de middag, verdiepende workshops in de avond en een lopend buffet ertussen in.

Om het een echt Zin!Posium te laten zijn hanteren we bij een in company Zin!Posium enkele eenvoudige uitgangspunten:
- Deelname is op vrijwillige basis
- Het staat open voor alle medewerkers
- Het draait om samen werken en leren van elkaar
- Zelf doen en ervaren staat centraal - met hoofd, hart en handen

Ontdekken hoe leuk het kan zijn om samen te werken aan een betere organisatie, meer zin krijgen in je werk en ontdekken hoeveel je van elkaar kunt leren: dat gebeurt bij een in company Zin!Posium – de opzet is uitnodigend, de sfeer is ongedwongen.

Je kunt presentaties bijwonen en workshops volgen - allemaal kort en indringend, met titels als:
- Doe normaal!
- Open je oren
- Tussen droom en daad
- Kaders geven ruimte
- Intuïtie & talent
- Jij en je pit
- Geld!


Een in company Zin!Posium is compleet verzorgd. Het enige waar het bedrijf of de organisatie nog voor hoeft te zorgen is de ruimte, bijv. het bedrijfsrestaurant.

Het in company Zin!Posium is een gezamenlijke onderneming van André Meiresonne en Lorraine van Beeck. Meer weten over de mogelijkheden bij jouw bedrijf of organisatie? Mail dan lorrainevanbeeck@casema.nl

De boerka – niks verbod, mogen weigeren!

Het boerkaverbod: hoe de politiek van een maatschappelijk verschijnsel een probleem maakt. Want er is helemaal geen probleem.

Het enige dat hoeft te gebeuren is dat iemand met een boerka geweigerd mag worden, net als ieder ander waarvan identiteit niet duidelijk waarneembaar is. Het kan gaan om een boerka, maar even goed om een bivakmuts, integraalhelm of palestijnensjaal.

Iemand die zich zo kleedt moet je kunnen weigeren omdat je niet ziet wie het is. Op school: in de les of voor de klas; in de bus, de tram of in de trein: als reiziger, bestuurder of conducteur; in de supermarkt: als klant of achter de kassa; en vanzelfsprekend als ambtenaar. Maar evengoed op een evenement, behalve als het een gemaskerd bal is.

Weigeren zonder dat hij of zij een beroep kan doen op ‘Discriminatie!’ Toestemming om te weigeren in plaats van een verbod om te dragen. Want je hoeft geen boerka te dragen. Dat is een keuze. En keuzes hebben in ons land, een vrij land, consequenties. Een verbod om iets te mogen dragen roept alleen maar weerstand op, en niet alleen bij moslims.

De vrijheid om mensen te mogen weigeren maakt duidelijk dat je alle recht hebt om iets te dragen maar dat je niet moet zeuren over de gevolgen ervan. Dat is alles. Dan is er ineens ook geen probleem. Dan is er ook geen verbod nodig. Alleen maar toestemming om iemand die niet wil laten zien wie hij of zij is te weigeren, waar dan ook.

‘Sorry, u mag er hier niet in want ik kan niet zien wie u bent.’ Zo simpel? Zo simpel!

(Verschenen als ingezonden brief in NRC Handelsblad op zaterdag 16 februari 2008)

Labels: , , , ,

zondag, februari 10, 2008

De verkeersdrempel - een waar gebeurd verhaal over regulering: is het verzadigingspunt bereikt?

Nederland kent niet alleen veel regels, maar blinkt ook uit in een andere vorm van regulering. Fysieke verkeersregulering door middel van paaltjes, stoepranden, drempels die moeten voorkomen dat mensen zelf bedenken waar ze zullen rijden en dus ook van het rechte pad zouden kunnen afwijken. We kennen allemaal de straten en rotondes die zover volgelegd zijn met stoeptegels en randen dat er nog maar één smalle rijbaan overblijft. En dan is er de plaag van de verkeersdrempels. Daarover gaat dit waar gebeurd verhaal. Is het verzadigingspunt is bereikt?

Een sportieve rijksambtenaar rijdt op een avond in het donker naar huis. Hij fietst van een bijeenkomst in de ene stad en naar zijn huis in de andere stad. Inderdaad, Den Haag. Hij is een betrokken man, heeft idealen over een betere wereld en probeert daar in zijn werk ook vorm aan te geven. Met groot uithoudingsvermogen en bovenmenselijk geduld zet hij zich in voor meer welzijn en geluk voor ons allemaal. Stapje voor stapje ziet hij dat dichterbij komen. Wetten, regelingen, afspraken en convenanten zijn voor hem manieren om oplossingen voor grote en kleine politieke en maatschappelijke problemen binnen bereik te brengen. Hij weet: nota’s schrijven en beleid ontwikkelen is een, het ook nog uitvoeren is twee. Dus hij heeft ook ideeën over slimme implementatie van beleid.

Deze man fietst in het donker over een ventweg langs een vaart. Zijn fietslicht brandt want hij is behalve een betrokken ook een nette en oppassende burger. Vanaf de andere kant nadert een bromfiets, ook met licht op. Ze komen tegelijkertijd aan bij een verkeersdrempel. Die drempel is uiteraard bedoeld om de snelheid van het verkeer, en met name auto’s, af te remmen. Er wonen namelijk mensen langs die weg, en die hebben kinderen etc. De verkeersdrempel is niet over de volle breedte even hoog: naar de zijkant loopt hij af waardoor de drempel meer op een heuvel lijkt. Wat doet de bromfietser? Je hebt het vast wel eens gezien. Die remt niet af maar gaat er omheen. Niet, zoals je zou verwachten, rechtsom, maar linksom! En daar reed onze Haagse held...

Hij kreeg de bromfietser frontaal op zich. Knie open. Hij heeft twee weken met krukken gelopen. Het viel eigenlijk nog mee. Het had heel wat slechter af kunnen lopen. Het brengt mij op de volgende gedachte. Deze verkeersdrempel is daar ongetwijfeld met de beste bedoelingen aangelegd. Misschien was er wel een ongeluk gebeurd omdat er te hard werd gereden. Of mensen waren bang dat zoiets zou gebeuren. Maar nu is er ook een ongeluk gebeurd. Een ongeluk dat nooit had plaatsgevonden als die drempel er niet gelegen had. Gek idee. Zou het zo kunnen zijn dat we een verzadigingspunt bereikt hebben in Nederland? Dat nog meer goedbedoelde regulering zich tegen ons gaat keren? Dat de toch al afnemende meeropbrengst nu omslaat in zijn tegendeel? Dat nog meer goedbedoelde regulering zelfs leidt tot onbedoelde ongelukken?

Labels: , ,

zaterdag, februari 02, 2008

Vermoorden scholen de creativiteit van onze kinderen?



Vermoorden scholen de creativiteit van onze kinderen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Kijk en oordeel zelf. Pedagoog Sir Ken Robinson, precies een jaar geleden in Monterey, California. Nog even actueel. Twintig minuten food for thought.

Labels: , ,

zondag, januari 27, 2008

Obama: Yes. We. Can.

Barack Obama, na Iowa nu South Carolina. Alweer kippenvel. Of hij de nominatie nou gaat winnen of niet, dit gaat over overtuigingskracht. Geloof in jezelf en de mensen om je heen.

Ik weet niet of hij betrouwbaar is. Bestaan er betrouwbare politici? Is dat mogelijk, integriteit in de politiek? Ik weet het allemaal niet. Ik weet wel dat dit mij raakt. "Yes we can." Drie woorden. Van een bevlogen man. En een zaal die dat ook vindt, gelooft, met hem.

We zullen zien. Misschien bestaat het echt. Misschien is cynisme inderdaad de grootste vijand. En zijn twijfel en angst dodelijk: niet durven geloven waartoe we in staat zijn, als we echt willen. Hij durft het in elk geval. Respect. Hieronder de tekst van het laatste deel van de speech.



The choice in this election is not between regions or religions or genders. It’s not about rich versus poor; young versus old; and it is not about black versus white.

It’s about the past versus the future.

It’s about whether we settle for the same divisions and distractions and drama that passes for politics today, or whether we reach for a politics of common sense, and innovation – a shared sacrifice and shared prosperity.

There are those who will continue to tell us we cannot do this. That we cannot have what we long for. That we are peddling false hopes.

But here’s what I know. I know that when people say we can’t overcome all the big money and influence in Washington, I think of the elderly woman who sent me a contribution the other day – an envelope that had a money order for $3.01 along with a verse of scripture tucked inside. So don’t tell us change isn’t possible.

When I hear the cynical talk that blacks and whites and Latinos can’t join together and work together, I’m reminded of the Latino brothers and sisters I organized with, and stood with, and fought with side by side for jobs and justice on the streets of Chicago. So don’t tell us change can’t happen.

When I hear that we’ll never overcome the racial divide in our politics, I think about that Republican woman who used to work for Strom Thurmond, who’s now devoted to educating inner-city children and who went out onto the streets of South Carolina and knocked on doors for this campaign. Don’t tell me we can’t change.

Yes we can change.

Yes we can heal this nation.

Yes we can seize our future.

And as we leave this state with a new wind at our backs, and take this journey across the country we love with the message we’ve carried from the plains of Iowa to the hills of New Hampshire; from the Nevada desert to the South Carolina coast; the same message we had when we were up and when we were down – that out of many, we are one; that while we breathe, we will hope; and where we are met with cynicism, and doubt, and fear, and those who tell us that we can’t, we will respond with that timeless creed that sums up the spirit of a people in three simple words:

Yes. We. Can.

Labels: , ,

maandag, januari 14, 2008

Op elkaar schieten in Afghanistan, een verhaaltje voor het slapen gaan

Nederlandse militairen in Afghanistan hebben kinderen in Nederland. En die kinderen maken zich zorgen over hun vaders. Of ze wel levend terugkomen. Daarover chatten ze op MSN. Taliban strijders hebben misschien ook wel kinderen. En hun kinderen hopen misschien ook wel dat zij weer thuiskomen. Vaders vechten tegen vaders. En hun kinderen zijn bang.

Laatst op tv, twee Nederlandse meisjes. Hun vaders zijn in Kamp Holland. Die vechten in Uruzgan tegen de Taliban. Foto’s van de meisjes hangen in hun barak. De meisjes missen hun vaders. Ze vinden het spannend en ze zijn bezorgd. Komt papa weer veilig thuis? Want hij kan zo maar dood zijn. Of geen benen meer hebben.

Op het journaal zie je af en toe hoe het daar toegaat in die oorlog tussen de NAVO en de Taliban. Nederlandse en Afghaanse soldaten vechten tegen Afghaanse opstandelingen. De gevechten spelen zich af in het veld, maar ook in boomgaarden en tussen de huizen. Want daar kunnen schutters zich goed kunt verschansen.

Laatst zijn Nederlandse soldaten beschoten vanuit huizen langs de weg. Ze schoten terug. Twee Afghanen werden gedood en vijf raakten gewond. Een van de twee doden is een kind. Hoe oud het kind is weten we niet. Ook drie van de vijf gewonden zijn kinderen. Die worden nu verzorgd in het hospitaal van Kamp Holland.

In Afghanistan kun je ook beschoten worden door je eigen vrienden: ‘friendly fire’. Net weer gebeurd. Dat gaat per ongeluk. Er wordt op je geschoten omdat iemand denkt dat jij de vijand bent. Dan schiet je terug. En kan het zijn dat je iemand doodschiet die je kent. Dat is erg. Misschien heb je er net nog mee gepraat. En nu is ie dood.

Wat zou er gebeuren als alle soldaten en strijders die nu op elkaar schieten elkaar zouden kennen? Zouden weten dat de ander familie en vrienden heeft. Misschien wel kinderen? De foto’s ervan gezien hebben, weten hoe ze eruit zien en hoe ze heten. Misschien wordt elk vuurgevecht dan ‘friendly fire’. En is elke dode erg. Aan welke kant die ook valt.

Labels: , , , ,

vrijdag, januari 04, 2008

Obama, alsof hij al president is

Alsof hij al (bijna) president is, wat een lef, en wat een overtuigingskracht: Barack Obama na de gewonnen voorverkiezing in Iowa. "Together, ordinary people can do extraordinary things!"

Veertien fascinerende en soms aangrijpende minuten met een man die gelooft in zichzelf, zijn omgeving, zijn land. Iemand die praat vanuit zichzelf en daar anderen bij betrekt. Een verbinder die vertrouwen in mensen uitdrukt, zonder naïef te lijken.

,,Op deze avond in januari, op dit beslissende moment in de geschiedenis, hebben jullie datgene gedaan waarvan de cynici zeiden dat we het niet konden. Dit is het einde van de politiek van de angst, het begin van de politiek van de hoop.''

"For many months, we’ve been teased and even derided for talking about hope. But we always knew that hope is not blind optimism. It’s not ignoring the enormity of the task ahead or the roadblocks that stand in our path. It’s not sitting on the sidelines or shrinking from a fight. Hope is that thing inside us that insists, despite all evidence to the contrary, that something better awaits us if we have the courage to reach for it, and work for it, and fight for it."

Labels: , , ,

vrijdag, december 21, 2007

Ondernemende weldoeners, de echte politici van het jaar

Fijne dagen! Nu is Geert Wilders, tot verbijstering van velen, ook nog politicus van het jaar. Misschien is het hele gedoe rond hem als volgt samen te vatten: Wilders vertelt alleen maar wat heel veel mensen denken en vinden, verbeeldt hun onvrede. Mensen die zich vaak onmachtig voelen om zich te redden in een steeds complexere wereld. Hij verwoordt hun onmacht. Eenvoudige wereldbeelden, vol van tegenstellingen, weinig gelaagdheid – en veel woede en angst.

Moeten wij Wilders kwalijk nemen dat hij verwoordt wat er leeft in onze samenleving? Misschien kunnen we ons beter realiseren dat minstens 15, maar wellicht zelfs 20 tot 30 procent van onze landgenoten er dit soort gedachten op na houdt! Dat kun je genant vinden, verwerpelijk etc, maar dat helpt niet, ze gaan er niet anders van denken want het is nu eenmaal hun beleving. Knappe debatten, slimme discussies, elkaar betwisten leidt alleen maar af van wat er nodig: respect voor en betrokkenheid bij deze mensen.

Mensen die gewoon op straat lopen, je buren zijn, waarmee je bij de kassa en in de tram staat. Mensen die zich grote zorgen maken over de toekomst en slechte ervaringen hebben in het verleden. Mensen die geen idee hebben hoe ze hun dagelijkse problemen in hun eentje op moeten lossen. En godzijdank, daar is dan Wilders, of Verdonk - ook al politicus van het jaar, in een andere verkiezing - of Marijnissen: mensen die eindelijk eens zeggen waar het op staat. Dat het zo niet langer gaat. En daar ook begrijpelijke, eenduidige oplossingen voor hebben.

Alleen iemand die begrip voor de positie (aan de kant) en het wereldbeeld (bedreigd) van de extreem links of rechts stemmende mensen weet te paren aan wijsheid en ervaring kan hun vertrouwen winnen. En misschien is dat onze frustratie: geen van de nette, verstandige, bevlogen mensen waar andere zich idem dito voelende mensen op stemmen kan dat echt en goed, tot nu toe. Progressief en/of liberaal, sociaal en/of christelijk, het maakt niet uit.

Zijn we gewoon boos op onszelf? Boos dat we met al onze academische intelligentie en verstandige ervaring een groot deel van die mensen niet kunnen bereiken? En Geert Wilders en andere populisten wel? Als ik Geert en consorten was zou ik van ‘populist’ een geuzennaam maken: zij begrijpen in ieder geval van binnen uit wat er leeft onder massa’s mensen. Ze bieden geen oplossingen die werken, but who cares? Wel een uitlaatklep voor de frustraties van massa’s mensen.

De populisten bestrijden is allemaal afleiding. Misschien kunnen we onze energie beter steken in praten en werken met degenen om wie het gaat: mensen die het niet zo goed getroffen hebben, die weinig perspectief hebben, die het allemaal teveel is. Hen vragen hoe we ze kunnen helpen, waar ze behoefte aan hebben. Gewoon een menselijk gesprek en daarin ook durven zeggen dat het echt nooit meer wordt zoals het was (en waarschijnlijk nooit geweest is). ‘Hou op met sentimenteel doen, en met anderen de schuld te geven’.

Als we onze intelligentie nou eens gebruiken om met echt slimme oplossingen komen? En ons vooral niet vergissen in wat er allemaal aan energie aanwezig is. Energie die nu vaak negatief is. Diezelfde energie kan ook positief worden. Als we die nou eens aanboren. Kijk naar alle initiatieven die er zijn in buurten, op scholen, in de zorg. Stuk voor stuk afkomstig van betrokken mensen die niet wachten en klagen. Ondernemende weldoeners die niet bezig zijn met Wilders: dat zijn voor mij de politici van het jaar.

Labels: , , , , ,

donderdag, december 13, 2007

Geert Wilders mag zeggen wat hij wil, graag zelfs

‘Gekker moet het niet worden’, hoor je vaak als Geert Wilders wat gezegd heeft. En hup, daar gaat hij er met een volgende uitspraak alweer overheen. Iedereen nog hoger in de gordijnen. Een verbod op de Koran, en de bouw van moskeeën: je moet er maar op komen. Binnenkort een verbod op moslims? ‘Walgelijk’, ‘misselijkmakend’ en ‘abject’ zin inmiddels standaardreacties. En laatst dan ‘Wilders is het kwaad en dat kwaad moet gestopt worden’. Weer is iemand er ingestonken. Wilders moet zich een hoedje lachen, elke keer weer.

Laat Geert Wilders alsjeblieft alles zeggen wat hij wil. En laat hij zich vooral niet inhouden. Dan weten we tenminste wat hij vindt. En niet te vergeten wat zijn kiezers vinden. Toevallig wel honderdduizenden mensen, misschien nog wel veel meer. Allemaal mensen die net als Wilders vinden dat er veel te veel moslims zijn, en veel te veel moskeeën. Mensen die vinden dat het de verkeerde kant op gaat met Nederland en echt denken dat dat door ‘de buitenlanders’ komt. Mensen die boos zijn, bang zijn en anderen de schuld geven.

Wilders is volksvertegenwoordiger en dat neemt hij heel letterlijk: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk..!’ Natuurlijk, het is verstandiger om af en toe je mond te houden. En het is wijzer om alleen iets te zeggen als het iets toevoegt. Maar een beroep op wijsheid werkt blijkbaar niet. En ingetogenheid is zo te merken niet aan de orde. Dan kunnen we het ook andersom doen. Over de top. Misschien werkt dat wel.

Ik zou zeggen: ‘Geert, leef je uit! Gooi alles wat je dwars zit eruit. Loop volkomen leeg. Niet steeds een beetje erger. Nee, nu graag, de hele emmer. Houd je niet in, wees alsjeblieft niet fatsoenlijk of parlementair. Neem je ruimte in het parlement, gebruik de vrijheid van meningsuiting. Knal eruit wat je allemaal dwars zit. Over alles en iedereen. Want het kan maar duidelijk zijn.’ Misschien gebeurt er dan iets.

Misschien dat kiezers dan afhaken: te veel, te erg. En misschien denkt hij dan zelf ook een keer: ‘Nou is het wel genoeg geweest’. Tenminste, dat is mijn ervaring. Dat mensen zich van je afwenden. Dat ze je zat zijn en dat je dan ook jezelf zat wordt. Want in je eentje op anderen schelden is niets aan. Dat houdt een keer op. En dan kun je er achter komen dat het niet over anderen gaat... maar over jezelf. Dat je boos bent op jezelf. Boos dat je zo bang bent. Boos over je eigen onmacht. Boos dat je niet in staat bent om je eigen leven te leiden. Boos omdat je niet weet hoe je gelukkig kunt zijn.

Dan kun je er ook achter komen dat je, in al je boosheid op jezelf, anderen bang en boos maakt. En als je begrijpt dat je eigenlijk boos bent op jezelf wil je anderen ook niet meer bang en boos maken. Maar dan moet je eerst wel boos genoeg geweest zijn. Spit it out! Knal het eruit! Het helpt. En voor degenen die dan de volle laag dreigen te krijgen: Bukken! Ga de stront van een ander niet opvangen. Weet dat het niet over jou gaat. Iemand is boos op zichzelf. Net als heel veel anderen. Allemaal onmacht.

Labels: , , , , , ,

zondag, december 02, 2007

'Kan niet, dan krijg ik kamervragen...' Zeg de dingen als ze gezegd moeten worden!

Zaterdag 24 november 2007, Rotterdam. De manifestatie 'Eén land, één samenleving'. Een paar honderd zo op het oog verstandige mensen, en zo te zien van allerlei achtergrond. Tenminste, ik zie nogal wat verschillende kleuren - kleuren die je normaal gesproken wel op straat ziet, zeker in de Randstad, maar niet op een conferentie. Daar is de gemiddelde kleur meestal wat blanker.

Een mooi uitgewogen programma, zonder extremen. Een en al redelijkheid. De burgemeester van Rotterdam, drie hoogleraren - Tariq Ramadan, een gematigde Zwitserse moslim, Pauline van Meurs, een PvdA'er uit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Anton Zijderveld, een CDA'er – en een oud vice-premier van de VVD houden interessante en intelligente verhalen over integratie. De teneur is 'laten we, ondanks alle verschillen, toch vooral proberen samen te leven'. Lovenswaardig streven. Natuurlijk weer niet zo makkelijk als het lijkt: Zijderveld, emeritus professor in de sociologie, probeert ten koste van Irene van Lippe-Biesterfeld ('verwarde prinses die met bomen praat') grappig te zijn. Best lastig, echt tolerant zijn. En niet moeilijk, flauwe grapjes over iemand die er niet bij is, met spirituele ervaringen waar je zelf blijkbaar geen weet van hebt.

De rij sprekers wordt afgesloten door Hans Dijkstal, mede-organisator en inspirator van de manifestatie en bijbehorend manifest. Een vlammend betoog. Zo heb ik hem nog nooit gehoord. Associeer hem toch meer met ontspanning en jovialiteit. Op de bres voor tolerantie in onze samenleving. Echt heftig wordt hij als het gaat om bescherming van minderheden. Democratie betekent niet zozeer dat gebeurt wat de meerderheid van het volk wil, maar vooral dat minderheden beschermd worden tegen de wil van die meerderheid. Daar hebben we grondrechten voor. Om te beginnen artikel 1 van de Grondwet: het gelijkheidsbeginsel, en het verbod op discriminatie. En, zo ging Dijkstal verder, laat nou er recent nou iemand geweest zijn die dat nou juist wilde afschaffen. Het F-woord viel nadrukkelijk niet, maar iedereen begreep: dit gaat over Pim Fortuyn (die zich eind 2001 in de Volkskrant liet verleiden tot zijn uitspraak over het afschaffen van artikel 1). Dijkstal windt zich merkbaar op over iedereen die niet begrijpt hoe die rechten zijn verworven en ten koste van welke offers. Vanuit de zaal klinkt instemming en applaus. Dan is het pauze. Buiten de zaal hoor ik iemand, zo te horen een echte Rotterdammer, zeggen: ‘Als-ie dat toen nou eens gezegd had..!’

Ik wil er meer van weten. Want Hans Dijkstal was in 2001, toen Pim Fortuyn aan zijn opmars begon, niet alleen leider van de VVD maar ook Minister van Binnenlandse Zaken (die gaat over de Grondwet) en vice-premier in het tweede kabinet Kok. In de lunchpauze loop ik hem tegen het lijf.
'Hoe komt het dat u dit zes jaar geleden, toen Fortuyn opkwam, niet zo uitgesproken, duidelijk en heftig hebt gezegd?'
Dijkstal antwoordt: 'Ik doe het nu!'
'Ja, dat hoor ik, en daar ben ik van onder de indruk. Maar wat zou er gebeurd zijn als u dat toen had gedaan?'
'Daar had ik toen de vrijheid niet voor!'
'Hoezo niet? Waarom hebt u die vrijheid niet genomen?'
'Dan had ik kamervragen gekregen'
'Nou en?'
'Dan was mij gevraagd of dit het standpunt van de regering was!'
'Ja, en?'
Dan moet hij verder. Ik blijf in een mengeling van bewondering, verwarring en verbijstering achter.

De man die eind 2001 nog uitzicht had op het komende premierschap zegt dat hij toen niet zo expliciet als nu op kon komen voor onze grondrechten. Omdat hij bang was voor kamervragen. Daar had hij de vrijheid niet voor... Ik begrijp het niet meer. Daar ben je toch juist minister voor?! Wat zou er gebeurd zijn als iemand van zijn kaliber (intelligent, welbespraakt, populair) en zijn positie (minister, vice-premier, partijleider) in alle oprechtheid, zoals nu, stelling had genomen tegen de al te rabiate uitspraken van Fortuyn? We zullen het nooit weten.

Ik weet nu wel een ding: Zeg de dingen op tijd, als ze gezegd moeten worden. Niet als het kwaad al geschied is, en het leed geleden. Dat brengt mij bij de vraag: Wat heb ik nu te zeggen dat ik nu niet durf te zeggen omdat ik denk dat ik er nu niet de vrijheid voor heb?

Labels: , , , , , ,

vrijdag, november 30, 2007

Steeds gekker, straks komt er een verbod op neuspeuteren

De staat bemoeit zich steeds meer met ons dagelijks leven. Onder invloed van de moraalridders mag binnenkort niemand meer van zijn eigen fouten leren. Zaterdag 29 december j.l. in de bijlage 'de Verdieping' van dagblad Trouw. Geniet, nu het nog kan!

De verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker en heel ongemerkt in een bemoeistaat. Een staat waarin niets meer mis mag gaan. Waarin iedereen beschermd wordt, tegen een ander en vooral tegen zichzelf. Omdat een steeds grotere meerderheid dat wil. Een staat waarin niets meer fout mag gaan. Waarin je niets meer leert omdat je geen fouten meer kunt maken. Domme dingen doen is binnenkort uitgesloten. Waarin langzamerhand alles verboden raakt wat onaangepast of ongezond is - wat volgens steeds meer mensen hetzelfde is.

De burgers nemen het over, dit is de nieuwe burgerlijkheid. Die burgers hebben het beste met zichzelf en anderen voor. Ze doen het waarschijnlijk met de beste bedoelingen. Het komt vast voort uit oprechte bezorgdheid. Alleen heb ik er nooit om gevraagd. Ik heb er ook geen enkele behoefte aan. Ik bepaal liever zelf wat goed voor me is. Daar heb ik echt geen politiek, overheid en staat voor nodig. Ik wil graag mijn eigen leven kunnen leiden. In de dubbele betekenis: mijn eigen gang kunnen gaan en mezelf leiding geven. Daar heb ik niemand anders voor nodig. En zeker niet de overheid. Ik heb het recht om domme dingen te doen. Want dat is het enige waar ik echt iets van leer. En ik geloof dat ik niet de enige ben. Mensen leren van vallen en opstaan. Vanaf dag één. En dan kun je maar beter ouders hebben die je niet overal voor proberen te behoeden. En het omgekeerde is nu gaande.

Want wat staat al op de rol? Niet meer roken in de horeca. Paddo’s illegaal. Kraken verboden. Steeds verzint een welwillende burger in de Kamer of op een departement weer iets nieuws. Er vindt een incident plaats en de reactie is: ‘Zo gaat het niet langer!’ Een megareclamebord met een mevrouw in haar ondergoed. Een Frans meisje springt van een brug. Krakers zetten een val. Een puber drinkt zich in een coma. Een aanleiding om iets aan te pakken waar veel mensen zich allang aan ergeren, of erger nog, bang voor zijn. 'Zo gaat het niet langer!' 'Er gaan nog doden vallen!' Mensen moeten tegen zichzelf en elkaar beschermd worden, en daar gaat de overheid voor zorgen!

Het wachten is op een verbod van heftige computerspellen waarin je al je agressie kunt uitleven (Helemaal het verkeerde voorbeeld, brengt je maar op verkeerde ideeën). Niet meer dan tien procent blote huid op posters in bushokjes (Kunnen kinderen niet tegen). Een verplichte fietshelm voor elke fietser (Laatst is er nog een minister gevallen). Kleuters die vieze spelletjes doen direct melden bij jeugdzorg (Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn!). Een rookverbod binnenshuis (Natuurlijk, voorlopig alleen als je kinderen hebt). En dan in het park natuurlijk ook een rookverbod (Vogeltjes roken ook mee!). In het bos plassen mag ook niet meer (Heel zuur, kunnen bomen niet tegen!). Tatoes en piercings, daar moet ook maar eens iets aan gebeuren (Zo intimiderend, zo eng!). Met als sluitstuk een verbod op neuspeuteren in de auto (Vies! Gevaarlijk! Niet handsfree! Zo onsmakelijk voor je medeweggebruikers!). Dan is alles onder controle, dan kan er niets meer fout gaan.

We zijn hard op weg naar een dodelijke combinatie van diepe burgerlijkheid en totale controle. De jaren ’50 en '1984' ineen. De gordijnen dicht en voor het donker thuis. Goedbedoelende christenen, Vinex moraalridders en emanciperende moslims vinden elkaar in nieuw burgermansfatsoen. Voor hen leefbaar, want het spoort met hun waarden. Maar het maakt anderen onvrij en het land juist minder leefbaar. Daar hebben ze geen idee van, verblind als ze zijn door hun zendingsdrang en hun beste bedoelingen. Het is bovendien de dood in de pot. Dit is nog eens het land op slot! Maar misschien heeft het ook z’n aantrekkelijke kanten. Kun je eindelijk lekker weer eens iets doen dat verboden is! Net als vroeger. Omdat het niet meer mag. Want zoals mijn kinderen zeggen: Als het niet mag is het juist leuk om te doen!

Labels: , , , , , , ,

vrijdag, november 16, 2007

Vervelia's en de liefde

(Maandag 19 november 2007 in het Financieele Dagblad)

"Het beeld dat Paul Schnabel onlangs in zijn column 'Hatemail' schetste van boze Nederlandse mannen herken ik. Als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag schreef hij eind oktober in deze krant ondermeer: 'Nauwelijks hadden we op het journaal verteld dat Nederlanders in het algemeen heel gelukkig zijn in hun persoonlijk leven, of de hatemail stroomde weer binnen'.
Als management trainer kom ik ze tegen. Ik noem ze 'Vervelia's'. Ze stralen onmacht en teleurstelling uit. Ze zijn kampioen zichzelf voor de gek houden. Het ligt allemaal aan een ander.
'Hullie' ligt hen in de mond bestorven. Ze hebben geen idee hoe ze leiding kunnen geven aan hun eigen leven. Ze weten dat ze weinig bijdragen en zijn doodsbang voor verantwoordelijkheid. Oprechte aandacht is meestal het enige dat dan werkt.
Soms ontdekken ze groter te zijn en meer te kunnen dan ze dachten, en hen vroeger verteld is. Dan kunnen ze ophouden met zich groot houden en een grote mond te hebben.
Misschien hebben ze nooit de aandacht en de liefde gekregen die we allemaal nodig hebben. Dat gaat zo van generatie op generatie. In Amsterdam-West, en evengoed in het Gooi. Tot iemand zegt: 'Ik wil het anders'.
Maar nu? Anders opvoeden? Veel te beperkt. Anders grootbrengen! Heel liefdevol. Maar dat kun je niet regelen. Wat dan rest is het onderwijs. Veel aandacht en vooral heel veel liefde. Dan lopen we aan tegen de grenzen van de politiek. Want hoe maak je voor liefde budget vrij."

Tot zover mijn ingezonden stuk in het FD. Omdat ik zelf een ontzettende Vervelia kan zijn durf ik dit te schrijven. Tegelijkertijd met enige schroom. Want echt aandacht geven, oprechte betrokkenheid tonen: ik vind dat ongeveer het moeilijkste wat er is. Dat is voor mij echt hogeschool. Thuis en in m'n werk. Misschien ben ik daarom wel trainer geworden? Omdat ik het wil leren? Omdat ik dan wel moet, tenminste als ik een goeie trainer wil zijn? 'While we teach, we learn', om Seneca aan te halen? Dat hoop je dan! Of is Oscar Wilde meer van toepassing: 'Everybody who is incapable of learning has taken to teaching'. Ik hou het toch maar op Maria Montessori: 'Ons spelen is ons leren'. Dingen durven zeggen, misschien wel domme dingen. Om van te leren. En: nooit te oud om te leren. Is dat nou 'leven lang leren'?

En dan de liefde - als doorgang, als oplossing, misschien zelfs als verlossing. De liefde is niet te vangen, en zeker niet in geboden en verboden. Liefde doe je: 'Houden van is een werkwoord'. We weten allemaal het verschil tussen liefdevol en liefdeloos. En wat we het liefste zouden willen. Maar als ik op de dag terugkijk en mezelf de vraag stel: 'Wat was nou echt liefdevol van wat ik vandaag gedaan heb?', dan kom ik meestal niet zo ver. Ach, het was zeker niet allemaal liefdeloos, maar echt liefdevol? Dat is toch een andere categorie. Eredivisie. Zo kan ik ook kijken naar het stukje hierboven in het FD. Is dat nou liefdevol? Of gewoon mijn frustratie over mensen die ik niet kan bereiken? Wie het weet mag het zeggen!

Ik heb het geluk gehad mensen tegen te komen die het geduld hadden om zo'n eigenwijs stuk vreten als ik te begeleiden en iets te leren. Natuurlijk, ik wilde ook leren. Maar dat kwam pas met de jaren. Toen tot mij doordrong dat het zo niet langer ging. En ik gelukkig nog net genoeg krediet had. Niet meer bij de bank, wel bij sommige mensen. Zulke mensen zou ik iedereen toewensen. En over de bank gesproken: instituties kunnen daarbij niet helpen, hoogstens voorwaarden scheppen. Soms door pijnlijke dingen te doen. De bank kan je krediet stopzetten, de overheid je uitkering. Dat kan helpen, het onomkoombare wordt pijnlijk duidelijk: het enige wat er op zit is veranderen. Dan heb je mensen nodig die belangenloos, zonder agenda iets voor je doen. Mensen met een groot hart.

Labels: , , , ,

zaterdag, november 10, 2007

Trek een lange neus naar alle klagers

We hebben in Nederland de gelukkigste kinderen. En we hebben de rijkste armen ter wereld. We hebben nog nooit zo goed gehad. En we hebben nog nooit zo hard geklaagd. En zijn nog nooit zo bang geweest. Voor elk risico dat we ontdekken bedenken we iets (een maatregel, regeling, wet) om het risico te beperken. Zo kan er bijna niets meer fout gaan in dit land. Net zo goed als je hier bijna niet meer kunt doodgaan. Overlijden in je slaap, zoals Jan Wolkers, is niet voor niets zo'n mooie dood. Want je ligt voor je het weet zomaar een half jaar aan de slangen, om dan alsnog dood te gaan.

Misschien is het onze gehechtheid aan materie die ons zo klagerig en gestresst maakt. Vooral omdat we die materie kwijt zouden kunnen raken. Bovendien stijgt de gemiddelde leeftijd. En oude mensen zijn nu eenmaal eerder bang dan jonge mensen. Dan krijg je van die wonderlijke verschijnselen dat de ervaren veiligheid daalt, terwijl meetbare veiligheid stijgt. (Soort gevoelstemperatuur). Een dodelijke combinatie, die steeds meer zorgen oplevert: steeds meer geld (en de bijbehorende angst om het te verliezen) en een steeds hogere leeftijd (minder flexibel, meer kwetsbaar).

De verzorgingsstaat heeft ons nooit geleerd op eigen benen te staan, misschien zelfs wel afgeleerd. Een soort opvoeding waarbij je weinig zelfstandigheid geleerd wordt, met een moeder die tot je uit huis bent je boterhammen voor school blijft smeren, je op tijd wakker maakt en je bed opmaakt. Dat levert dierentuingedrag op: afhankelijke zwakke mensen die geen idee hebben hoe ze voor zichzelf kunnen zorgen (zonder asociaal te worden) of hoe ze zich moeten redden (zonder een ander te vertrappen).

Mensen die bovendien geleerd hebben dat het voor iedereen alles hetzelfde geregeld moet zijn. Anders is het al gauw 'zielig', 'niet eerlijk' of zelfs 'asociaal'. Dat noemen we gelijkheid. Het is in feite gelijkschakeling. Die leidt er weer toe dat eigen, particulier initiatief op het gebied van zorg en onderwijs door tweederde van onze landgenoten niet wordt gewaardeerd (een uitkomst van het 21minuten onderzoek, zie http://21minuten.nl).

Het netto-effect is een volgevreten land dat tevreden achteroverleunt en ondertussen bang is voor de boze buitenwereld. Verder gaat alles goed! Welkom in NL! Ik had ooit een oom, een hardwerkende tuinder, die wel eens zei: 'Het wordt tijd dat het weer eens oorlog wordt...' Daar bedoelde hij mee: Dan houden mensen misschien op met klagen, omdat ze weer begrijpen waar het in het leven om gaat: in ieder geval niet om materie. (En dat dertig jaar geleden, ten tijde van Joop den Uyl, misschien is het van alle tijden?)

Oorlog hoeft van mij niet, maar misschien is de klimaatverandering wel een blessing in disguise: eindelijk weer eens iets dat echt bedreigend is, dat weer een doel kan geven, dat mensen met elkaar kan verbinden om samen weer iets te gaan ondernemen waar we met elkaar trots op kunnen zijn. Dat is nog eens wat anders dan dat gezeur over Schiphol waar alle schizofrenie en inconsequentie van Nederland prachtig samenkomt (‘Ik wil wel vliegen maar er geen last van hebben’).

Om vrolijk af te sluiten: gelukkig is het land waar de Partij voor de Dieren twee zetels heeft in het parlement. Dan is het voor 'de mensen in het land' blijkbaar ‘godallemachtigprachtig’ geregeld. Er is ongehoorde vooruitgang. Vooral materieel. En dat levert veel verwende mensen op. Die (waarschijnlijk?) geen idee hebben hoe goed ze het hebben. Idee voor de middelbare scholen: werkweken voortaan in Afrika. Met nadruk op werk. Dat is nog eens een maatschappelijke stage.

'De materie voorbij' lijkt mij de enige uitweg. Maar daarvoor moet je wel een stap (willen) maken in de piramide van Maslov. De laatste, naar het zingevingniveau. Gaan begrijpen, ervaren, voelen dat nog meer materie jou niet gelukkiger gaat maken. Gekoppeld aan het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen leven kan dat nog veel moois opleveren. Maar die stap kun je niet afdwingen, ook – of juist? – de politiek niet.

Laten nog veel meer mensen nog veel rijker worden. Dan word je het vanzelf een keer zat. Ik geef toe, dit is allemaal op termijn. Voorlopig blijft het tobben om je heen. Trek je daar vooral geen bal van aan. Ga iets leuks ondernemen. Iets waar jij blij van wordt. Dat jou vervult, omdat een ander er iets aan heeft, ook weer blij van wordt.

De politicus die met de nodige humor een lange neus naar alle klagers durft te trekken zou het nog wel eens ver kunnen schoppen. Iemand die ons laat (in)zien hoe zot is het is om zoveel te klagen en zo bang te zijn. Of kun je dat van niemand vragen? Moeten we het gewoon zelf doen?

Labels: , , , , , , , , ,

zondag, november 04, 2007

Opvoeding? Respect? Daar moet de overheid voor zorgen!

Het 21minuten.nl onderzoek bevat vermakelijke uitkomsten. Bijvoorbeeld dat naar de mening van in totaal 90 procent van de Nederlanders de overheid er voor moet zorgen dat ouders hun kinderen goed opvoeden. Bovendien vindt bijna driekwart van die 90 procent dat de overheid daar meer aan moet doen dan nu het geval is. En maar liefst 92 (!) procent van onze landgenoten vindt dat de overheid er voor moet zorgen dat burgers respectvol met elkaar omgaan. Ook weer driekwart daarvan vindt dat dat meer moet gebeuren dan nu het geval is. Je kunt er om lachen, zelfs huilen van het lachen... Of is dat - om met Max Tailleur te spreken - 'lachen om niet te huilen'?

Hoeveel verantwoordelijkheid wil je buiten jezelf leggen? Welke hoogstpersoonlijke zaken wil je overdragen aan een externe instantie? Voelen negen van de tien Nederlanders zich echt niet bij machte om hun individuele zaken en zorgen zelf op te lossen? Zeggen ze eigenlijk: dat kan ik niet, het is me teveel, dat moet de samenleving voor mij oplossen? Denken onze landgenoten (de buren, de mensen in de straat) echt dat zo ongeveer het meest persoonlijke wat je kunt doen (je omgang met anderen, je kinderen opvoeden) bemoeienis behoeft van de overheid? En dat het dan beter of anders zal gaan in Nederland? Betere opvoeding? Meer respect? Dat dan minder kinderen thuis worden doodgeslagen? (Vijftig per jaar, inderdaad: één kind per week) Dat dan na sluitingstijd minder uitgaansgeweld plaatsvindt? (Eufemistisch: 'Zinloos Geweld', alsof er zinvol geweld bestaat)

Blijkbaar hebben negen van de tien landgenoten behoefte om hun individuele verantwoordelijkheid op z’n minst te delen de samenleving. ‘Daar moet de overheid me bij helpen.’ Om vervolgens diezelfde overheid er vervolgens de schuld van te gaan geven dat het niet lukt... Nee natuurlijk niet, want het is een illusie! Het is per definitie onmogelijk om je individuele verantwoordelijkheid over te dragen aan een instantie buiten jezelf, welke dan ook: de samenleving, de overheid of de politiek. En elke politicus die zegt dat wel kan houdt zichzelf en de rest van de wereld voor de gek.

Zit daar ook de kern van het probleem, de oorzaak van die zogenaamde kloof tussen burger en politiek? Misschien willen we wel voor de gek gehouden worden! Want dan kunnen we doorleven in de illusie dat ‘wij’ er niets aan kunnen doen en dat ‘zij’ het hebben gedaan. Lekker makkelijk! Is dat de stilzwijgende afspraak tussen politiek en burgers? Zij mogen de baas zijn als wij mogen zeggen dat het allemaal hun schuld is. Lekker kankeren op ‘die zakkenvullers in Den Haag’. De machteloosheid ten top.

Dus als we het niet meer weten? De overheid! Opvoeding? Respect? Natuurlijk, daar is de overheid ook voor! Wat volgt? Huiselijk geluk? Vakantiestress? Spirituele leegte? Sexuele bevrediging? Misschien tijd dat iemand ons de spiegel durft voor te houden. Een lachspiegel wel te verstaan. Want het is om te gillen van de lach. Volwassen mensen die zich willens en wetens afhankelijk maken van de overheid. En politici en ambtenaren die daar aan meedoen. Alleen al omdat ze er hun brood mee verdienen. Een systeem dat zichzelf heel vanzelfsprekend, door alle belangen die er spelen, in stand houdt. Een systeem ook dat van buiten steeds weer gevoed wordt door de media die vertellen wat de mensen vinden (help mij, red mij) en wat de politici graag willen horen (ik kom u redden). Eigenlijk een soort ontwikkelingshulp, in ieder geval net zo’n verslavend systeem. Een systeem dat overspannen verwachtingen creëert. En een systeem dat mensen collectief gevangen houdt in onvolwassen gedrag. Een systeem waaraan behoefte is omdat mensen graag gevangen willen blijven.

Het 21 minuten onderzoek maakt pijnlijk duidelijk dat we met z’n allen vrijwillig gevangen zitten in een collectief en zelfverkozen gevangenis. Zolang er zoveel mensen zijn die anderen ergens de schuld van willen kunnen geven en zoveel mensen de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven willen kunnen overdragen of afwentelen op een ander zal daar niets aan veranderen. Dan blijft het lachen... om niet te huilen.



(Op http://21minuten.nl kun je het hele onderzoek downloaden, incl. het commentaar van Pieter Winsemius, Yoeri Albrecht en Paul Schnabel.)

Labels: , , , , , , , , , ,

maandag, september 10, 2007

Nederland in Afghanistan: Wie denken we wel niet dat we zijn?

Afghanistan, wat hebben we daar in hemelsnaam te zoeken? Wat waren ook alweer de argumenten om ons met die mensen te bemoeien? ‘Ze bieden er onderdak aan terroristen van Al-Qaida.’ Die zitten nu in Pakistan, inclusief Osama bin Laden. Onvindbaar voor onze alziende satellieten en alwetende intelligence. Wat gaan we nu doen? Pakistan bezetten? ‘De Taliban onderdrukt vrouwen, het is een wreed en onmenselijk regime’. Klopt, en daar zijn er nog meer van in deze wereld. Gaan onze jongens daar nu ook naar toe? Dan krijgen ze het nog druk. ‘Ze verbouwen er papaver.’ Ja, en waarom? Omdat onze verslaafden hier heroïne nodig hebben. Misschien moeten we daar wat aan doen (als daar al iets aan te doen valt).

Wie denken wij wel niet dat we zijn? Vrede brengen, veilig maken, weder opbouwen. In een land dat we niet kennen, met mensen waar we niets mee hebben, gewoonten die we niet begrijpen. Een land vol stammen die het bijna nergens met elkaar over eens kunnen worden. Met primitief en tribaal gedrag dat wij alleen nog maar uit de geschiedenisboekjes kennen. Waar een stamhoofd vaak een warlord blijkt te zijn (wat vaak nog een gerespecteerde functie is ook). De Hoekse en Kabeljauwse twisten, daar doet het aan denken. Inderdaad, aan het einde van onze middeleeuwen. En dat heeft hier honderd jaar geduurd.

Is het domweg de arrogantie van de macht? Van onze vermeende morele macht? Komt het omdat wij in het Westen het altijd beter weten, erger nog: ons moreel superieur voelen en zo dan ook graag gedragen? En dat dan internationale solidariteit noemen? Met honderdduizenden hebben we De Vliegeraar van Hosseini gelezen en denken nu: Zo gaat het niet langer! We zien in The National Geographic twee foto’s van een jonge vrouw met prachtige groene ogen en roepen: We komen u redden... of u wilt of niet! Is het zoiets? Maar de doden die nu terugkomen, is dat nu ons lesje in nederigheid? Net zoals Srebrenica? We konden die mannen niet redden. Maar dat maakt voor hun vrouwen niet uit. Wij (en niet de VN!) hebben het in hun ogen gedaan, bij ons ligt het verwijt.

Komen we er nu weer achter dat wat wij willen en ook denken te kunnen misschien wel onmogelijk is? Omdat het gewoonweg niet binnen onze macht ligt? Ondanks onze beste bedoelingen en onze nobele harten? Zijn we eigenlijk de padvinder die het oude vrouwtje de zebra overtrekt terwijl ze helemaal niet wil oversteken? Zo simpel ligt het vast niet. Er zijn ongetwijfeld heel veel Afghanen die graag een beter en gelukkiger leven willen. Die zo snel mogelijk afwillen van zowel Talibanstrijders als drugsmaffia. Boeren die graag wat anders dan papaver verbouwen als ze daar ook een boterham mee kunnen verdienen. Maar is wel mogelijk hen daarbij te helpen? Of moeten ze dit echt zelf doen? Zelf erachter komen hoe je met elkaar kunt samenleven? Net als wij door schade en schande wijzer zijn geworden?

'Mensen worden niet ontwikkeld, mensen ontwikkelen zichzelf’ was een gedenkwaardige uitspraak van Prins Claus. Mag iedereen ‘life and how to live it’ alsjeblieft op zijn eigen manier uitvinden? Zoals wij dat hier in dit land al ruziemakend ook gedaan hebben? Waardoor we gekomen zijn waar we zijn? Ja, het is verschrikkelijk om aan te moeten zien wat mensen elkaar aandoen. Dat ze elkaar het kot uitvechten, en elkaar uitmoorden. We weten er hier alles van. De Tweede Wereldoorlog is pas zestig jaar geleden. Vijftig miljoen doden in ons beschaafde Europa. En als nasleep de toen (en nu?) nog steeds niet uitgeraasde Balkan. Met als luguber hoogtepunt en moreel dieptepunt Srebrenica.

We moeten allemaal - elk mens, elke stam, elk volk, elk land - door meestal heel vervelende, vaak bijzonder nare ontwikkelingsfasen heen. En vaak gaat dat gepaard met veel verdriet en pijn, tot en met moord en doodslag. Verdriet en pijn over wat jou aangedaan is, en wat jij anderen vervolgens weer aan doet. ‘Revenge’ riepen heel veel Amerikanen na 9-11. Desnoods wraak op mensen die er niets mee te maken hebben. Zo werkt het blijkbaar. Tot iemand op een dag zegt: Ik doe niet meer mee. Ik wil geen oorlog meer. Ik begrijp dat geweld altijd en alleen maar nog meer geweld oproept. En zo kan het geweld langzaam maar zeker stoppen. En dan op een dag, misschien ooit, komt uit wat Frankie Goes To Hollywood zingt op Two Tribes: ‘Just think of it... War breaks out and nobody turns up’.

Maar dat is een lange weg. En een shortcut werkt niet. Je kunt een land niet tot een democratie bombarderen. Dat is een illusie. Zie Irak. Als bezetter kun je geen hearts & minds winnen. Dat is niet alleen naïef, dat is gewoon dom. Zie Irak. Geweld moet uitwoeden. Geweld met geweld onderdrukken zorgt ervoor dat het op een ander moment er minstens zo hard alsnog uitkomt. Als een bal die je onder water houdt. Zie Irak. Die gedachte is moeilijk te verdragen. Dat gevecht is nauwelijks aan te zien. Maar met de beste bedoelingen gaan meevechten maakt het allemaal nog veel erger. Zie Irak. Je kunt niet vechten voor vrede. En zeker niet voor andermans vrede. Je kunt geen vrede van buitenaf opleggen. Vrede komt van binnenuit, of niet. ‘Fighting for peace is like fucking for virginity.’

Labels:

maandag, juli 16, 2007

Hersenkraker: Heb ik nu iets gewonnen?

Om de zomer door te komen een heuse hersenkraker.

Ron Rijghard beschrijft in de NRC van 20 april 2007 heel droog een kamerdebatje. Het gaat over cultuur en subsidies. De vertegenwoordiger van de Partij van de Vrijheid kiest een invalshoek waar andere kamerleden zich over opwinden. Maar niemand van dit intelligente en goedbetaalde gezelschap kan het betoog ontzenuwen. Niemand krijgt er speld tussen. Want iedereen denkt vanuit het adagium, paradigma zo je wilt, 'cultuur moet'. Maar waarom dan? Dat weet niemand helder te verwoorden. Wel veel politieke correctheid, heilige huisjes en morele verontwaardiging.

De PVV dwingt met hun extreme standpunten en soms rabiate opvattingen in ieder geval tot nadenken en positie kiezen. Wat dat betreft zijn het de (wees)kinderen van Pim Fortuyn. In dit geval tot het bedachtzaam formuleren van fundamentele gedachten over kunst en cultuur, en het nut en de noodzaakvan het subsidiëren ervan. Maar ja, kom daar maar eens om. De laatste die dat lukte was Piet Hein Donner, over de doodstraf, toen hij werd uitgedaagd door de LPF.

Hier het letterlijke verslag uit de krant, het leest als een toneelscript.
De kop luidde: Heb ik nu iets gewonnen?

Mijn partij wil 16 miljard bezuinigen. Dat kan op ontwikkelingshulp, diversiteitsbeleid en cultuur. Zo begon Martin Bosma van de Partij voor deVrijheid (PVV) gisteren zijn opvallende bijdrage aan het cultuurdebat in deTweede Kamer. Dat ging eigenlijk over de wetswijziging voor een nieuw systeem van subsidies verdelen. De redenering van PVVer Bosma was eenvoudig: minder belasting heffen, betekent meer geld bij het volk, dat dan zelf kunst kan kiezen. Subsidie is het juk van de collectieve dwang. Slechts één zinsdeel in de wet sprak hem aan: dat er werd gesproken van Nederlandse cultuur: In de multiculturele woestijn bloeit een bloem.

De woordvoerders van de andere partijen aarzelden hardop of ze dit wilden laten passeren, maar kozen voor een confrontatie.

Nicolaï (VVD): Uw redenering volgend, verdwijnt de opera.

Bosma: Nee hoor. De gegoede burger kan en zal meer betalen. Er zal minder publiek komen. Dat moeten we dan maar accepteren.

Halsema (GroenLinks): Hoeveel wilt u bezuinigen op het kunstbudget? De helft? Driekwart?

Bosma: Doe maar de helft. Dan is mijn partij gelukkig.

Van der Ham (D66): De Nederlandse cultuur heeft altijd geprofiteerd van buitenlandse inbreng. Weet u waar Vondel is geboren?

Bosma: Ik dacht in Keulen. Heb ik nu iets gewonnen?

Leerdam: Wat is uw definitie van Nederlandse cultuur?

Bosma: Tja, wat gangbaar is in Nederland. Cultuur die in Nederland bestaat. Is dit belangrijk?

Van der Ham: Helmert Woudenberg maakte een prachtvoorstelling over Fortuyn, die zelfs zijn familie tot tranen bracht.

Bosma: Er gaat via Rijk, gemeentes en provincies 2 miljard subsidie naar kunst. Daar mag Woudenberg wel iets moois van maken.

Tot zover het verslag. Breng daar maar eens iets tegen in...
Wie het weet mag het zeggen!

Labels: , , , ,

Jan Peter, Walk the Talk...


Grote woorden vragen om grote daden. 'Verantwoordelijkheid nemen' ligt premier Balkenende in de mond bestorven. Ik zou zeggen: ‘Jan Peter, walk the talk...’

In 2003 deed Nederland mee aan de inval in Irak. Een oorlog onder leiding van Amerika en Engeland. Een inval zonder steun van de Veiligheidsraad. Een oorlog op eigen houtje, van het duo Bush en Blair. Waarvan veel mensen zeiden: Dit is niet mijn oorlog. De gevolgen zien we dagelijks op tv. Dit is domweg Vietnam Revisited. Ik groeide op met beelden van napalmbombardenten, nu zien mijn kinderen zelfmoordaanslagen met autobommen in Baghdad. De geschiedenis herhaalt zich en we leren er niets van.

Leren heeft alles te maken met je bewust worden van dingen. Door ergens bij stil te staan. Er de volle aandacht voor te hebben. Balkenende, Bos en Rouvoet hebben bij de kabinetsformatie afgesproken om geen parlementair onderzoek toe te staan naar de toedracht van de betrokkenheid van Nederland bij de inval in Irak. Dat ontneemt ons de kans om iets te leren. Ik wil hier graag van leren. En misschien wel meer mensen. Dat lukt alleen als alle informatie ook bekend is en gedeeld wordt. Al is die, wie dan ook, onwelgevallig.

Mensen leren het meest van hun fouten. En die fouten onder ogen zien en ze toegeven doet pijn. Je voelt je schuldig, je schaamt je. De natuurlijke neiging is dus stilhouden. Heel begrijpelijk. Maar zolang je het stilhoudt leer je niets. Onderzoek, open durven zijn is de enige route. En wat is het alternatief? Alle vooroordelen over de politiek, 'regenten', 'hoge heren', 'zakkenvullers', weer bevestigen? De afkeer van Den Haag nog verder vergroten? De kloof tussen burger en politiek des te breder en dieper maken?

Een ding is voor mij zeker: ik voel me als burger van dit land absoluut niet serieus genomen. Drie heren die met elkaar bedisselen dat ik niet mag weten, wat er een paar jaar geleden bedisseld werd, door een van hen, met weer andere heren. Het is niet van deze tijd. En het is respectloos. Premier Balkenende, u bent de man die tegen mij zegt: neem uw verantwoordelijkheid als burger. Dat doe ik graag en dagelijks, bij deze!

Want andersom, als burger zou u willen zeggen: neem uw verantwoordelijkheid als minister-president, en leg verantwoording af. Ik wil u graag kunnen respecteren. Van mij hoeft u niet af te treden als er dingen boven water komen waarvan iedereen straks zegt: Hoe kon je? Allemaal wijsheid achteraf. Straks aftreden om iets uit 2003 is net zo suf als het kabinet-Kok dat op de valreep vertrok vanwege de val van Srbrenica, jaren ervoor.

Gooi de boel open, laat ons er allemaal van leren, maak waar nodig oprechte excuses dan zand erover. Nu krijg ik elke dag een beetje meer het gevoel dat er echt iets grondig mis is. Waar rook is daar is vuur. Zo simpel. Neem verantwoordelijkheid en laat ons allemaal leren van mogelijke fouten. Dan hoeven we ze misschien niet meer te maken. En als u er echt van overtuigd bent dat er uberhaupt geen fouten zijn gemaakt dan begrijp ik het hele probleem niet.

Fouten zijn bedacht om van te leren. Dat doen we al sinds de zondeval. Het is niet anders hier op aarde. Minister Donner zei het laatst zo mooi: ‘De mens is geneigd tot het kwade, en in staat tot het goede’. Meneer Balkenende, doe dat laatste, nu voedt u vooral de eerste gedachte. Hou op met rook maken. Leg verantwoording af. Dan kan ik zeggen: Balkenende, ik ben het vaak niet met hem eens, maar ik heb wel respect voor hem. Dan is de premier van dit land iemand die voor mij een voorbeeld is. Een voorbeeld van jezelf en anderen serieus nemen. 'Walk the talk'.

Labels: , , ,

donderdag, juli 12, 2007

Je regrette... Ik zie nu dat ik zelf schaapachtig ben



Feministe en econoom Heleen Mees loopt te hoop tegen hoogopgeleide moeders die besluiten om (gedeeltelijk) te stoppen met werken of (tijdelijk) hun ambities bij te stellen om zich te kunnen wijden aan het grootbrengen van hun kinderen. De zweep erover. Het is een j’accuse, zegt ze in NRC Handelsblad van donderdag 5 juli 2007 tegen Japke-d. Bouma. Vrouwen verkwanselen hun talent als ze niet werken. Maar als ze ooit kinderen krijgt en dan toch stopt met werken zal ze een groot pamflet met excuses schrijven. Dat kan nu al. Een denkbeeldig Je regrette.

Vrijheid is een innerlijke overtuiging
Het spijt me, ik zat er naast. Niet een beetje, ik zat er echt helemaal naast. Op zich had ik wel gelijk, het grootste gelijk van de wereld. Maar het was mijn gelijk. Ik ben er achter dat iedereen zijn eigen gelijk heeft. En dat het geen zin heeft om andermans gelijk te bestrijden. Wel heeft het zin andermans, in dit geval andervrouws, gelijk te erkennen en te begrijpen. Ik heb de hoogopgeleide moeders van Nederland tekort gedaan door ze over een kam te scheren. Zonder zelf te weten wat het is om moeder te zijn, wat er dan met je gebeurt, mentaal, fysiek, emotioneel, hormonaal, spiritueel, heb ik er van alles van gevonden. Omdat het in mijn beperkte, nauw omkaderde wereldbeeld paste. Want als feministe vond ik dat iedere vrouw zelfstandig moet kunnen zijn. En dat doe je door te werken, zeker als je hoogopgeleid bent. Want de econoom in mij zei: Met die opleiding hoor je wat te doen. Ik begrijp nu dat je ook zonder te werken, zonder een eigen inkomen te hebben, zelfstandig kunt zijn en je onafhankelijk kunt voelen. Omdat je vrij voelen geen uiterlijk gegeven maar een innerlijke overtuiging is.

Irrationele beslissingen kunnen waardevol zijn
Het spijt me dat ik me heb lopen bemoeien met zaken die me niet aangaan. Ik begrijp nu dat dat niet alleen heel calvinistisch is, maar ook bijzonder moralistisch. Want wie ben ik om me op zo’n manier met andermans keuzes, met een ander haar leven te bemoeien. Met de beste bedoelingen heb ik mensen wakker willen schudden. En er zijn ook mensen wakker door geworden. Alleen heel anders dan ik me had voorgesteld: ze werden zich bewust van de juistheid, voor hen, op dat moment, van hun keuze! Het effect was dat vrouwen hardop gingen zeggen: Ja, zo doe ik dat op dit moment, daar kies ik nu heel bewust voor. Nu ben ik er voor mijn kinderen. Daar heb ik het volste recht toe. Ik voel me aan niets of niemand verplicht, hoogstens aan mijn kinderen, die ervan genieten dat ik er zo veel voor ze ben. Straks zie ik wel weer verder, nu eerst dit. Want ik trek het niet om hard te werken èn voluit moeder te zijn. Werken kan altijd nog, moeder zijn kan alleen in deze jaren... Ik begrijp nu dat er momenten en periodes in je leven kunnen zijn dat alles anders is, en dat je dan ook andere keuzes kunt maken. En dat beslissingen die niet rationeel lijken toch waardevol kunnen zijn.

Luisteren naar wat je gevoel je zegt
Het spijt me dat ik boos heb gedaan over en tegen mensen die ik niet eens ken. Het was allemaal ergernis over zaken die mij niet aangaan. Irrationele ergernis die ik ondertussen erg goed wist te beredeneren. Ergernis waar niemand om gevraagd had en die anderen nergens aan te danken hadden. Ik begrijp nu ook de boze reacties van mensen. Dat ze over mij zeiden: Ze heeft zelf zeker geen kinderen, of erger nog: Heeft ze zelf geen leuke moeder gehad? Dat ik er helemaal naast zat begreep ik toen iemand mij plagerig vroeg: Maar Heleen, ben je soms jaloers? Ik werd eerst razend, maar toen diegene daar hartelijk om moest lachen en ook bleef lachen durfde ik langzaam maar zeker iets tot me door te laten dringen: hoe ik mezelf loop op te jagen. En niet alleen mezelf, ook anderen. Ik joeg anderen op om op die manier mezelf te overtuigen: dat het goed is om te werken, zelf de kost te verdienen, en dat het niet alleen goed is maar ook moet, omdat ik me anders niet goed en ongelukkig, lees: niet zelfstandig en onvrij voel. Maar wat zou ik eigenlijk graag eens iets doen wat oneconomisch is, wat ogenschijnlijk helemaal niets oplevert of nergens toe bijdraagt. Even uit die tredmolen van eindeloos presteren en alsmaar hogerop. Gewoon even uitblazen. Ik begrijp nu dat je ook naar je gevoel kunt luisteren. Dat ik meer ben dan mijn overactieve hoofd. Opmerkzaam kunt reageren op signalen van je lichaam wanneer het zegt: Nu even niet.

Plezier hebben in wat je zelf doet
Het spijt me dat ik Nederlandse vrouwen schaapachtig heb genoemd. Iemand vertelde mij wat ze dacht toen ze voor het eerst mijn foto zag: Wat kijkt die schaapachtig... Omdat ze het tegen me durfde te zeggen kon ik er om lachen. En inderdaad, laat ik het nu maar zeggen, het is waar. Ik kan erg schaapachtig kijken. Ik vind het verschrikkelijk als ik mezelf daar op betrap. Ik begrijp nu dat het een prachtige projectie is. Ik zie overal om me heen wat ik van mezelf liever niet wil zien, van mezelf niet wil weten. Het belangrijkste wat ik geleerd heb is dat we niet allemaal hetzelfde in elkaar zitten. Dat ik zoveel energie en ambitie heb wil niet zeggen dat iedereen dat heeft of zou moeten hebben. En dat ik zo graag buiten de deur ben en mezelf in de schijnwerpers zet wil niet zeggen dat er iedereen daar plezier in heeft of zou moeten hebben. Ik begrijp dat het geen enkele zin heeft om me zo druk te maken over anderen. Ik kan maar een ding doen: zelf plezier hebben in wat ik doe. En anderen laten. Misschien ben ik dan een inspirerend voorbeeld voor anderen. Ook voor hoogopgeleide jonge moeders. Of niet, moeten ze zelf weten. Want ik ga er niet over.

Labels: , , , ,

maandag, juli 09, 2007

Workshop Mens Erger Je Niet!



Minder gedoe en meer resultaat
Ergernissen blokkeren een open communicatie, irritaties belemmeren een neutrale waarneming en allergieën staan een vruchtbare samenwerking in de weg. Het gebeurt elke dag. Mens erger je niet! Inderdaad, ‘Het meest gespeelde spel’! Ondertussen kost het veel tijd en energie. Wil je dat? Of kun je er ook iets aan doen?

Verschrikkelijk irritant gedrag van anderen
Je kunt ergernissen ook gebruiken. Om jezelf beter te leren kennen en meer uit jezelf te halen. Bij de workshop Mens Erger Je Niet! komt irritant gedrag in een ander licht te staan. Het is niet zomaar ergerlijk gedrag van een ander, het gaat ook over jou. En je kunt er iets aan hebben.

Jezelf doorzien, ander gedrag ontwikkelen
In deze workshop krijg je zicht op je eigen kwaliteiten en hoe je die in kunt zetten. Je kunt je ergernissen aanwenden voor je eigen ontwikkeling. En de volgende dag kijk je met andere ogen naar diezelfde mensen waar je je zo aan ergerde. Je gaat met hen om en werkt met hen samen. Volwassen en professioneel. Dat scheelt veel energie en gedoe.

Mens Erger Je Niet! is een afwisselende workshop van een dag.
De trainers zijn André Meiresonne en Léonne Meiresonne.
De groep bestaat uit maximaal acht deelnemers.
Meer weten? Stuur een email

Reacties van deelnemers:
‘In een schijnbaar simpele setting snel tot de kern doordringen’
‘Geeft inzicht in je eigen drijfveren, verlangens en ambities’
‘Verrassende cursus’

Labels: , ,

maandag, juni 25, 2007

Iedereen ZZP'er!


Fantaserend over wat een zegen het zou zijn als iedereen ZZP’er* zou worden (eigen verantwoordelijkheid, niet meer leunen en steunen) belandde ik laatst in een demonstratie van rijksambtenaren. Niet in het carnavaleske begin van de optocht (petjes, fluitjes, hesjes, liedjes, dweilorkest) maar in de staart van de stoet (grijs, oud, uitgeteld, moedeloos, uitzichtloos, verward en verstrooid).

Kunnen deze mensen ZZP’er worden? Hun collega’s voorop vast wel. Want die kunnen ook heel goed een demonstratie organiseren (vergunningen, publiciteit, busvervoer uit het hele land, petjes&fluitjeslogistiek, spandoeken, muziekcontracten), die zijn heel ondernemend, vindingrijk en creatief (‘We want more’). Maar die mensen in de staart, helemaal achteraan...

Toen dacht ik: Gelukkig, zijn die er ook. De harde werkers, die er elke dag weer zijn. Zo betrouwbaar. Zij zorgen er toch maar mooi voor dat alles blijft draaien. De belastingaangiftes worden verwerkt, de vuile straten geveegd en besneeuwde wegen gepekeld. Die mensen zijn ook snel bezorgd, vaak overbezorgd. Voor hen moeten we juist goed zorgen.

Maar de rest? Zo snel mogelijk ZZP’er! Ik durf uit eigen ervaring te zeggen: Wat zal ons land daar van opknappen!

*) Zelfstandige Zonder Personeel, maar volgens mijn accountant: Zwakzinnige Zonder Pensioen...

Labels: , ,

woensdag, juni 13, 2007

Je eigen frietzaak!

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, zomer 2007)

De pers begint onze kinderen te ontdekken. De jongste rockband van Den Haag. Ja boeiuh!, hoor ik u al denken, 'weet ik onderhand wel.' Boeiend was misschien het volgende. Binnen een paar dagen kwamen er twee journalisten langs. De een schreef een artikel dat helemaal raak was, waarin die jongens zich herkenden: groot en vol zelfvertrouwen, opmerkingen konden nog worden verwerkt. De ander schreef een artikel waar die jongens zich niet in herkenden, met een foto waar ze niet blij van werden - en daar was niets meer aan te doen.

Met de ene journalist willen die jongens graag verder: primeurs aan geven, inseinen, betrekken. Met de andere journalist zullen ze uit zichzelf geen contact meer zoeken. De een werkt zelfstandig als freelance journalist. De ander is in dienst van een groot mediabedrijf. De een leek bezig met de vraag: Wat is mijn bijdrage? Praktisch: Wat kan ik hiermee? Kan ik hier terugkomen? De ander leek daar niet mee bezig. Ik heb er in ieder geval niets van gemerkt.

Maar wat zou je doen als het je eigen frietzaak was? vroeg iemand mij een keer. Tja, dan denk je net even langer na. En kom je soms op heel andere gedachten. Dan ga je misschien wel anders om met het budget dat je hebt. Want alles komt dichterbij. Soms zelfs heel dichtbij. Want je voelt het direct. Wat ben ik opgeknapt van het zelfstandige bestaan! Ik kan niemand meer de schuld geven. Als u dit stukje massaal niks vindt of hierna niets meer van mij wilt lezen, heb ik een probleem. Want dan vraagt de redactie mij niet meer. Zo simpel! Voeg ik iets toe, dan heb ik wat te doen; voeg ik niets toe, dan heb ik niets te doen.

Van Zelfstandig Zonder Personeel...
ZZP’ers zijn de snelst groeiende groep werkenden in Nederland. Het gaat inmiddels om honderdduizenden mensen. En het gaat door. U zult misschien zeggen: Kunst, met zo’n groeiende economie. Maar het begon juist toen de economie in een dal zat. En de mensen in een dip. Het was voor velen een manier om op eigen benen te gaan staan. Niet bij de pakken neer te blijven zitten. Hun eigen ding te gaan doen. Dat is wat ze vertellen, die Zelfstandigen Zonder Personeel. (Of zoals mijn accountant zegt: Zwakzinnigen Zonder Pensioen...) In vrijheid jezelf kunnen ontwikkelen. Alles heel direct voelen. Zowel succes als mislukking. Direct effect. Het komt allemaal bij jou terug: jij hebt het zelf gedaan. En je hebt de daarbij horende verantwoordelijkheid. Beslissingen, keuzes, de hele dag door. Afhankelijk zijn van wat je zelf verovert, of van wat anderen jou gunnen. (Of is dat eigenlijk hetzelfde?) Doodeng, en volstrekt onzeker. En toch, de meeste ZZP’ers willen niet anders. Die vrijheid! Dan de onzekerheid maar op de koop toe nemen.

Stel je nou eens voor: deze ontwikkeling zet door. Het aantal zelfstandigen groeit exponentieel. Met de wind in de rug, groeiende economie, toenemende krapte op de arbeidsmarkt, durven nog veel meer mensen het aan om voor zichzelf te beginnen. Ze verhuren zichzelf, tijdelijk of behoorlijk permanent. Ze regelen hun eigen zaakjes als arbeidsongeschiktheidsverzekering (niet of nauwelijks: veel te duur, dus pas uitkering na zes maanden ziekte en dan nog maar de helft van je gemiddelde salaris) en pensioenopbouw (niet of een beetje, beleggen in je eigen huis is veel profijtelijker). Ze werken zo veel of weinig als ze willen (ze hoeven bij niemand vrij te vragen, dat overleggen ze met hun klanten en opdrachtgevers) en zo lang of kort als ze willen (de pensioengerechtigde leeftijd is niet van toepassing en dus ook geen issue meer). Ze sluiten wederzijds opzegbare managementcontracten af of nemen geheel of gedeeltelijk klussen aan. Ze zijn niemand tot last en er hoeft bij ziekte niet een obligaat boeketje naar toe (‘Beterschap, we hopen je snel weer te zien!’). Aansporingen zijn niet meer nodig. De Arbo artsen hebben bijna niets meer te doen en de HRM afdeling kan gedecimeerd. Ze zorgen voor hun eigen ontwikkeling, regelen hun eigen opleidingen. Organiseren hun eigen tegenspraak, creëren samen intervisiegroepen. De MD’er kan ook naar huis.

... naar Zeer Zelfstandig Personeel
Nou zal het zo’n vaart niet lopen. Hoopt u. En toch gaat het die kant op. Steeds meer mensen nemen het heft in eigen hand. Willen op eigen benen staan. En wat voegt u dan nog toe? En het gaat niet alleen om RvB-leden met hun eigen management-BV, maar ook om interim-managers (intern of extern), tijdelijke managers (invallers, jobrotators), leden van de Y-generatie, projectmanagers. Het worden er elke dag meer. Steeds meer van uw hipo’s* worden ZZP’er. Of gedragen zich ernaar. En misschien is dat nog wel een veel ingrijpender ontwikkeling. Want steeds meer mensen stellen niet alleen aan zichzelf de vraag: ‘Wat draag ik bij?’ (om scherp te blijven, om aan te blijven sluiten). Ze stellen die vraag ook aan hun omgeving. Dus ook aan u! Wat draag jij als MD’er bij aan mijn ontwikkeling? Of botweg: Wat heb ik aan jou?

Ooit was de vraag: Ben ik in beeld? Nu is de vraag: Ben ik van toepassing? Wat voeg je toe als MD’er? Misschien wel meer dan je denkt. Daar kun je achter komen wanneer je je ook als een ZZP’er gaat gedragen. Neem je vrijheid, pak je verantwoordelijkheid. Voel de autonomie, ervaar de soevereiniteit. En beleef ook je behoefte aan verbinding en aansluiting. Ook ZZP’ers (of mensen die zich zo gedragen) willen zich maar al te graag ergens thuis voelen, op hun gemak zijn. Het zijn net mensen. Gewoon mensen van deze tijd. Moderne mensen die graag Prins Claus aanhalen: One does not develop people, they develop themselves. Die geen behoefte hebben aan iemand die voor hen zorgt, die hen wil ontwikkelen. Dat doen ze zelf wel. Ze hebben behoefte aan iemand die van binnenuit hun grootste zorg begrijpt: Voeg ik iets toe? Een MD’er die ze serieus kunnen nemen, (omdat) die zichzelf die vraag ook dagelijks stelt. Die hun grootste behoefte begrijpt: kan ik me hier ontwikkelen? Iemand die zich echt in hen kan verplaatsen, (omdat) die met hetzelfde bezig is. Een MD’er die zo boeiend is dat ook deze mensen zich met de organisatie willen verbinden.

*) high potentials

Labels: , , ,

maandag, juni 04, 2007

We hebben de politiek niet meer nodig


Als je de wereld wilt veranderen dan doe je dat via de politiek. Zo heb ik het geleerd. Vrijheid en democratie betekent politiek. Zo groeide ik op in de jaren zestig. Mijn kinderen wijzen me de weg in andere, nieuwe tijden. Ze zijn niet bezig met structuurveranderingen en systeemwijzigingen. Laat staan dat ze denken dat je daar gelukkiger van wordt. Hyves, MySpace, YouTube, dat is voor hen democratisering. Andy Warhol's 15 Minutes of Fame zijn voor hen werkelijkheid, op het internet. Hun motto is: Trek je eigen plan, onderneem wat goed voelt en doe waar je goed in bent, werk samen met de mensen bij wie jij je op je gemak voelt.

We zijn hard op weg naar een wereld die niet meer geografisch verdeeld is, maar naar mensen die je liggen. Gelijkgezinden wordt het thema. Dankzij internet en goedkoop vliegen is de wereld heel snel heel klein aan het worden. En met steeds meer wereldwijde economische samenwerking komt de wereldvrede snel dichterbij. Want bij oorlog hebben steeds minder mensen belang. Bij globalisering des te meer.

De politiek en de overheid schuiven langzaam maar zeker van het centrum naar de zijkant. Zij krijgen geen kleinere maar wel een andere, meer volgende en ondersteunende rol. De boel kantelt, andere organisaties en instanties, en vooral individuele mensen en de groepen waarin ze zich, al of niet op tijdelijke basis en naar thema en onderwerp, verbinden zorgen steeds vaker voor de werkelijke vernieuwing. Het burgerinitiatief over de intensieve veehouderij is daar een mooi recent voorbeeld van.

Ondernemende mensen nemen initiatieven en vervullen een rol die tot voor kort van de overheid of de politiek werd verwacht. Sonja Bakker doet wat geen overheidsinstantie, goedbedoelde Postbus 51-campagne of fiscale maatregel ooit vermocht: Nederland massaal laat lijnen. Het zijn ondernemers die de wereld veranderen, en die de dingen doen waarvoor je vroeger naar het collectief keek: in de zorg, de kunst, het onderwijs. Kijk naar het opkomend maecenaat, de Joop van de Ende Foundation. Zie de nieuwe particuliere universiteiten die ingeslapen provinciesteden als Middelburg en Zutphen tot leven wekken. En ook op een klassiek overheidsterrein als de infrastructuur rukt het ondernemen en investeren op. Pensioenfondsen zijn alle vertragingen zat willen zelf wegen en tunnels gaan bouwen en zo hun investeringen bereikbaar houden.

Steeds meer mensen kunnen en willen zelf aanpakken. Ze hebben geen zin om te wachten op een ander, laat staan de overheid, zíj gaan het doen. En het barst in deze wereld van het geld, het wachten is op een goed idee, dat kan elke venture capitalist je vertellen. Ga niet uit van geld, maar van een visie. Dan komt het met het geld vanzelf wel goed, aldus prof. Hans Becker, econoom en uitvinder van de Geluksbevorderende Zorg (gelukkige mensen kosten minder).

Begrijp de economische drijfveren van mensen en zet de individuele mens, met zijn zorgen en behoeften, wensen en verlangens, angsten en dromen, in het midden. Dan begrijp je ook waarom kleinschalig microkrediet een stuk effectiever is dan internationale ontwikkelingshulp, en waarom een dieetgoeroe veel succesvoller is dan welke minister van Volksgezondheid ook. Vraag aan een ondernemer wat hij van de overheid verwacht en je hoort: Creëer een duidelijk en eerlijk speelveld, maak een heldere set regels die voor iedereen geldt, handhaaf die regels en bemoei je er verder niet mee. En zorg voor het allerbeste onderwijs en een werkende infrastructuur. Who needs politics?

De politiek is in de 21e eeuw niet meer het podium dat het in de 19e en 20e eeuw wel was: de plek om maatschappelijke verandering voor elkaar te krijgen, de maatschappij in een werkbare en werkende vorm te gieten. Politiek was de manier om de massa te emanciperen, waar we nu met elkaar de economische en sociale vruchten van plukken. De overheid werd daarvan het voertuig, zie alle spending departments.

De politiek hoeft nu alleen nog maar te zorgen voor kaders die zoveel mogelijk ruimte en vrijheid geven om te ondernemen en te doen wat je goed dunkt, en dat te voorzien van een stevige morele bodem. Want bij meer vrijheid hoort meer verantwoordelijkheid. Dat betekent een steeds groter beroep op ieders integriteit. Moraliteit is meer dan ooit nodig. En dan heeft juist de politiek nog een lange weg te gaan. Want hoe zat het ook alweer met de verantwoording over de betrokkenheid van Nederland bij de oorlog in Irak? De enige politicus die zich daar echt druk over maakt is Dries van Agt. Godbetert.

(Verschenen in NRC Handelsblad, Opinie & Debat, 2/3 juni 2007)

Labels: , , ,

dinsdag, mei 29, 2007

Het Sonja Bakker Effect


Sonja Bakker krijgt voor elkaar wat geen overheidscampagne ooit vermocht: Nederlanders massaal laten lijnen. Ze draagt bij aan het beperken van de kostenstijging in de gezondheidszorg en wordt ondertussen zelf miljonair. Ze laat ook zien dat de Nederlandse instituties niet meer werken. Die lijden ook aan overgewicht en onbewegelijkheid. Een dieetadvies aan het nieuw kabinet: Zomerslank met Sonja!

Binnenkomen op nummer 1. Dat wil elke auteur. Een miljoen exemplaren verkopen van je eerste boek. Dat is een Nederlander nog nooit gelukt. Sonja Bakker is er hard naar op weg. Waarschijnlijk in de loop van dit jaar. Ze gaat nu de Duitse markt op. Nadat ze bij de nonnetjes in Vught is geweest en in Duitsland in heel veel winkelwagentjes heeft gekeken om de eetgewoonten van de Duitsers beter te begrijpen. Ze heeft inmiddels zeven miljoen euro op haar bankrekening. Rijdt geen oude Twingo meer maar een gloednieuwe Audi TT. Maar woont nog steeds in haar doorzonwoning in Spierdijk.

Sonja blijft eenvoudig. En Sonja doet normaal. Dat is ook haar boodschap: beweeg genoeg, eet niet teveel en zorg voor afwisseling. Zo simpel? Zo simpel! Sonja is gewoon en ze houdt het simpel. En Sonja durft te genieten van haar succes, uiteraard met mate. Dat is genoeg om heel veel Nederlanders voor haar en haar aanpak te laten vallen. Honderdduizenden vallen een veelvoud af. Dat is ook genoeg om anderen jaloers te maken. Een minder succesvolle gewichtsconsulente beschuldigt Sonja van plagiaat en het Voedingscentrum zegt dat Sonja’s methode geen aantoonbaar blijvend resultaat oplevert.

Je zult toch het Voedingscentrum zijn. Al jaren bezig, met veel subsidie en overheidssteun, om Nederlanders gezonder en gevarieerder te laten eten. Je weet dat je iets doet dat belangrijk is, je zet je in voor de publieke zaak. Je weet je gesteund door de overheid, daar ben je tenslotte door opgericht, ooit jaren geleden. Je weet ook dat institutionalisering dreigt en dat je bij moet blijven. Dus vernieuw je de schijf van vijf. En je zet een test op je site, je ontwikkelt een interactief spel en geeft een koelkastmagneet weg bij de nieuwe brochure, die je ook nog in prijs verlaagt.

En dan is daar Sonja Bakker. Geen doctorandus, niet eens diëtiste. Nee, een conulente met een LOI-opleiding. Ze werkte op kantoor bij Christine le Duc. Inderdaad, van de sexlingerie en de Tarzans. Dochter van een bloembollenboer. En zij krijgt voor elkaar wat nog niemand gelukt is. Nederlanders massaal laten lijnen. Door een begrijpelijke methode te ontwikkelen. Genoeg bewegen, met mate en afwisselend eten. Geen gedoe en gereken met koolhydraten en eiwitten, vetten om op te letten. Geen schijf van vijf. Gewoon uitgespeld wat je op een dag mag eten. Precies wat veel mensen willen.

Ik heb een SAS-dag, hoorde ik een tijdje geleden voor het eerst. Het ging niet over skandinavisch vliegen. Hij had een Schijt Aan Sonja die dag. Hij was aan het sonjabakkeren en liet me trots zijn nieuwe kleren zien. Kijk, hier zat een buik: Dat kon ik me inderdaad herinneren. Een kilo per week eraf. Twaalf kilo bij elkaar. Dankzij Sonja! Nu ging hij stoppen met roken. Zijn vrouw deed ook mee. En wat blijkt. Mensen zoeken steun, helpen elkaar. Thuis, op het werk, via het internet. Kijk even op Sonja haar eigen site. Groepjes, streefgewichten, weekresultaten.

Als ik minister van Volksgezondheid was dan wist ik het wel als het gaat over overgewicht. Hou op met alle campagnes, stop het ontwikkelen van beleid. Vergeet belasting op ongezonde producten. Schrap het woord stimuleren uit alle nota’s en notities. Het is een illusie dat de overheid iets kan doen aan het uitdijen van de Nederlanders. Dat kunnen mensen alleen zelf. Als ze echt willen, een reden hebben: dik genoeg zijn, onbewegelijk worden, zich vies en vadsig voelen. Of in de ziektewet of de WIA terechtkomen. En dan hebben ze behoefte aan iemand die hen begrijpt. Aan Sonja.

Sonja Bakker laat met haar drie boeken in de boekentop vijf (en haar spaarrekening!) zien dat geïnstitutionaliseerd Nederland steeds minder werkt. En dat eigen initiatief en ondernemerschap wel werkt. Haar basiskennis deed ze op bij het LOI, een schriftelijke opleiding, zelf betaalt. Ze begon een eigen praktijk aan huis als gewichtsconsulent. Na acht jaar schreef ze zelf op wat ze wist. In de vorm van negen weekmenu’s. Ze leurde er mee langs uitgeverijen. Niemand wilde het hebben. Ze heeft het tenslotte samen met haar man zelf uitgegeven, in eigen beheer. Met geleend geld. De rest is geschiedenis.

Labels: , , ,

dinsdag, mei 22, 2007

‘Dan moet je subsidie aanvragen!’



Onze kinderen hebben een rockband: All Missing Pieces. Ze zijn veertien, twaalf en tien. Spelen gitaar, drums en bas. Dat hebben ze zichzelf geleerd. Ze hebben hun instrumenten ook zelf gekocht, net als hun apparatuur. Daar hebben ze voor gewerkt en gespaard. Ze schrijven hun eigen nummers. ‘Coverbandjes zijn er al genoeg.’ Ze oefenen bijna elke avond, op zolder. De buurt verdraagt het. En veel buren zijn trots, op de jongste rockband van Den Haag. Misschien wel van Nederland.

Ze regelen hun eigen optredens. Beter gezegd, de optredens komen naar hen toe. Ze speelden al in het Haagse stadhuis en het Museon, in het Paard van Troje en Café de Paap. Ze spelen alleen op plekken die voor iedereen vrij toegankelijk zijn. Zoals op 23 juni op de Grote Markt. Ze staan in de Haagse kranten, zijn op de Haagse tv en te vinden op allerlei Haagse sites. En nu ook live op de Nederlandse televisie. Bij de VPRO, in Villa Live, op eerste pinksterdag. Zo vieren ze hun eigen Pinkpop.

Via het internet maken ze dagelijks vrienden. In heel Nederland, in Europa, tot in Amerika. Vaak volstrekt onbekenden die hen weer verder helpen. Want elkaar helpen en geholpen worden, dat is hun wereld. Via MySpace en Hyves. Muziek en filmpjes op het net zetten. Via YouTube. Die worden door anderen dan weer op hun MySpace en Hyves gezet. Etc. etc. Optreden, demo’s opnemen, muziek en filmpjes op het net zetten, weer optreden, meer demo’s, dat is hun business model. Aanstekelijk en wederkerig.

Een van onze buren is ambtenaar bij Economische Zaken. Hij denkt in termen van innoveren en stimuleren. Hij hoorde vorig jaar van de drummer over hun plannen voor een geïsoleerde studio. Ze wilden misschien aandelen, Pieces, ‘studiostukken’ van 100 euro gaan uitgeven om hun studio te financieren. Maar voor de EZ-ambtenaar dat hoorde was zijn spontane reactie al: ‘Dan moet je subsidie aanvragen!’ Daar had de jonge ondernemer nog nooit van gehoord.

Labels: , ,

‘Weten wat je wilt, doen wat je kunt'


Als je je leven durft om te gooien, kom je beter in je vel te zitten. André Meiresonne ervoer dat, toen hij zijn managementbaan opgaf en voor zichzelf begon. Om zijn ervaringen te delen met anderen, schreef hij het boek ‘Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen’.

Tekst en foto: Lilian van Dijk, voor Haag West Nieuws

Zin! Is het eerste boek van André Meiresonne. Hij is net 51 jaar geworden. 'Ik heb het gevoel dat ik pas net begonnen ben. Dit is wat ik wil. En ik kan het nu ook. Hiermee ga ik verder de diepte in.' Het rijpingsproces voor Zin! duurde vijf jaar en mondde uit in een creatieve explosie. 'Ik had het al die tijd al bij me.' Zomer 2006 schreef hij het boek in vijf weken tijd. 'Het rolde als vanzelf eruit. Ik ben toen nog vijf weken met de vormgeving bezig geweest, samen met jacky-o uit Rotterdam. Ik ken geen ontwerper die zo flexibel is en zo open staat voor suggesties. En nu ga ik door. Ik wil nog een boek schrijven.'

Wat hij in Zin! beschrijft, heeft Meiresonne in die periode zelf geleerd en al doorgegeven in workshops. Het is een bijzonder boekwerk geworden, dat op het eerste gezicht lijkt op een extreem dicht cahier waarin je in de jaren zestig je huiswerk maakte. Het bestaat uit korte hoofdstukjes. Het zijn impressies, gedachtespinsels, ervaringen in het gezin en op het werk, geïllustreerd met van alles en nog wat, van foto’s van bekende personen uit de vorige en deze eeuw tot badeendjes en speelgoedfiguurtjes en abstracte kunst. Teksten van hemzelf of van anderen, die hem inspireerden of aan het denken zetten. Omdat het allemaal minihoofdstukjes zijn, kun je het gemakkelijk even oppakken, wat lezen en het neerleggen tot een volgend moment dat je even tijd hebt. Dat betekent niet, dat er geen lijn in zit. Deel I, Zin krijgen, gaat over bewust worden van jezelf en je omgeving. Deel II Zin hebben, heeft als subtitel Weten wat je wilt en doen wat je kunt en het derde gedeelte, Zin geven, spoort de lezer aan met: ‘En nu aanpakken’.

Meiresonne verklaart zijn missie met dit boek als volgt: 'Ik wil mensen een handje helpen om zichzelf beter te leren kennen om daardoor makkelijker met andere mensen te kunnen omgaan. Minder gedoe, meer plezier. Ik weet uit eigen ervaring dat je jezelf behoorlijk in de weg kunt zitten.' Maar je kunt jezelf ook verder helpen. 'Als je jezelf durft aan te kijken voor de spiegel en ziet wie je bent, met inbegrip van je vervelende kanten, zul je merken dat een heleboel gedoe om je heen zich oplost.' Meiresonne is ervan overtuigd dat mensen veel problemen zelf creëren. Zijn advies: 'Kijk wat je er zelf aan bijdraagt. Andersom kun je dieper doordringen in wie je werkelijk bent. Veel mensen zijn heel wat leuker en aardiger dan ze van zichzelf denken. Ze lopen met een negatief zelfbeeld rond. Dat is doodzonde.' Mensen leven te veel in hun hoofd, vindt Meiresonne. 'Ze hebben er grote moeite mee om echt te voelen wat ze voelen. Hun gevoel is afgesloten en daarom kunnen ze ook niet voelen wat anderen voor hen voelen. Ze kunnen geen liefde ontvangen. Als een ander iets aardigs tegen hen zegt, denken ze steeds: dat zeg je nou wel, maar dat doe je alleen maar om. Zo blijft hun negatief zelfbeeld in stand. De angst om te voelen wat ze voelen en dat te tonen, zit hen in de weg. Zelf worstel ik er ook nog dagelijks mee.'

'Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient'


Meiresonne ziet hoe mensen zich anders opstellen in hun werksituatie. 'We komen binnen, hangen onze jas op en trekken ons terug in ons hoofd. Dan worden we van die rationele, koude, calculerende, bange mensen. Het lijkt wel of we niet meer normaal kunnen doen.' Je zou jezelf eens wat kritische vragen kunnen stellen, vindt hij. 'Wat zou er gebeuren als we op het werk even hartelijk, leuk en aardig zou doen als in onze vrije tijd? Hoe komt het dat we dat alleen kunnen tonen als we bardienst hebben bij de voetbalvereniging? Waarom zijn we om negen uur iemand anders dan toen we om half negen de kinderen naar school brachten? Waarom verstrakken we?' Hij geeft zelf het antwoord: ‘Dat gedrag hebben we heel lang geleden aangeleerd, omdat het ons voorgedaan is. Kopieergedrag heet dat. We doen anderen na. Onze vader, moeder, leraar, de dominee, de boven-ons-gestelden.'

Meiresonne weet hoe je dat gedragspatroon kunt doorbreken: 'Sta stil bij jezelf. Vraag je af: wat ben ik aan het doen? Wat voel ik erbij? Vraag je zelf drie maal daags af: Wil ik dit wel? Kan dit ook anders? Word ik hier blij van?' Het antwoord is vaak nee. 'Dan gaan alle luiken dicht, want we zijn bang voor dat antwoord. Ja maar, denk je dan, zo hoort het toch? Zo gaat het nou eenmaal. Hoe moet ik anders de kost verdienen?' Meiresonne ervaart dat vaak in gesprekken met mensen tussen de 40 en 50. 'Als ik hen vraag: ‘Waarom ga je dan niet iets doen wat je wel leuk vindt?’, beginnen ze over de huur of de hypotheek, of over wat het kost om de kinderen te laten studeren. En daarmee is het einde gesprek.' Meiresonne gelooft niet dat die financiële overwegingen een belemmering hoeven te zijn. 'Als je echt gaat doen wat je het liefst wilt en waarin je goed bent, zul je zakelijk gezien zelfs misschien nog succesvoller zijn en als mens gelukkiger. Iedereen heeft een kwaliteit, iets bijzonders, iets te bieden. De kunst is om door te dringen in wat jouw eigen ding is, wat je het allerliefst doet. Jouw bijdrage. Waarom zou een ander blij zijn met jou? Kun je daarbij komen?'

Meiresonne heeft zelf in die situatie gezeten. 'Ik heb ook al mijn zekerheden opgegeven. Ik was manager, mijn vrouw had een goede baan. Op een dag hebben we gezegd: ‘Het is mooi geweest.’ Ik was bijna vijfenveertig. Ik ben toen voor mezelf begonnen, niet gehinderd door enige kennis van zaken.' Wat ook heel belangrijk is: 'Je laat je status los. Je hoeft bijvoorbeeld niet op wintersport. We komen nu met z’n vijven met minder rond dan toen we met z’n tweeën waren. Wij hebben nog maar één auto, een ouwetje vol krassen en deuken. Hij rijdt heerlijk. Je kunt met minder toe dan je denkt.' Veel mensen zijn er tegenwoordig mee bezig, weet Meiresonne. 'Ze doen niet langer mee met de race naar de top.' Als echtpaar moet je vertrouwen in elkaar hebben. 'M'n vrouw Léonne zei: ‘Ga alsjeblieft iets doen waar je hart naar uit gaat. Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient dan een vervelende die genoeg verdient.'

Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt

Een sleutelvraag die je jezelf kunt stellen als je bang bent om uit een vertrouwde, maar onbevredigende arbeidssituatie te stappen is, volgens Meiresonne: 'Van wie moet ik dit? Dan kom je bij je oude voorbeelden: je vader, je moeder, je leraar, de dominee. Het gaat ook over bevrijding van je verleden zonder dat je blijft hangen in boosheid. Dat helpt toch niet.' Je moet er anders mee omgaan: 'Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt, maar wat je ook in een kluis op het station kunt achterlaten. Dit heeft me tot hier gebracht en nu ga ik mijn eigen leven leiden.' Doorbreek het patroon, spoort Meiresonne aan: 'Het grootste cadeau dat je je kinderen kunt geven is het verbreken van die eindeloze keten die van generatie op generatie wordt doorgegeven van wat er allemaal moet. Daarmee geef je ze de vrijheid om zelfstandig keuzes te maken en hun eigen leven in vrijheid te leiden. Je geeft ze de ruimte.'

Veel mensen zijn doodsbang voor een crisis, weet Meiresonne. 'Je hebt dan de neiging om eruit te willen, maar als je niet durft door te gaan tot op de bodem, kom je in een volgende crisis terecht. Zo ga je van crisis tot crisis. Als je de moed hebt om echt tot op de bodem te gaan, komt het inzicht wardoor je je leven wit veranderen. Je gaat beslissingen nemen: nu ga ik het eens anders doen. En nou is het mooi geweest. Afgelopen, klaar! Je moet het spuugzat zijn.' Na die woede kom je op een punt dat je hardop zegt: ‘Ik weet het niet meer’, aldus Meiresonne. 'Dan weet je dat je op de bodem zit. In die overgave, vanuit dat niets, komt het verlossende inzicht en kun je weer gaan groeien. Dat heet transformatie. Je komt op nieuwe ideeën, krijgt heldere inzichten, ruimte om een volgende stap te zetten.' Meiresonne raadt iedereen aan zijn leven in eigen hand te nemen. 'Je kunt de moed in jezelf vinden. Soms word je van buiten geholpen, bijvoorbeeld als je eruit gegooid wordt bij een reorganisatie of je partner gaat bij je weg. Beleef een crisis niet alleen als iets ellendigs, maar ervaar de mogelijkheden, grijp je kansen. Ga niet bij de pakken neerzitten. Het kan, ik heb het zelf meegemaakt.'

Labels: , , , , ,

maandag, mei 07, 2007

Help! Een burgerinitiatief


"Gemeenteambtenaren weten zich nauwelijks raad met actieve burgers. Daarom sneuvelen veel initiatieven al in de planfase. En dat terwijl zelfs in het nieuwe regeerakkoord staat dat burgerinitiatieven zo belangrijk zijn: 'De overheid laat burgers ruimte om initiatief te nemen en rust hen toe om voluit mee te doen'. Maar hoe doe je dat, ruimte geven? Wie zijn die actieve burgers eigenlijk en wat kunnen ambtenaren van hen leren?"

Daarover gaat de publicatie Help! Een burgerinitiatief, waaraan ik op uitnodiging van Jornt van Zuylen van InAxis, Commissie Innovatie Openbaar Bestuur met veel plezier heb meegewerkt. Tientallen mensen die daadwerkelijk ervaring hebben met de zgn. derde generatie burgerparticipatie (oeps, wat een begrip!) komen aan het woord, honderden geslaagde voorbeelden passeren de revue. Meer dan honderd pagina's praktijklessen, columns, schema's, theorie, literatuur, portretten, perspectieven en een behartenswaardig nawoord van Pieter Winsemius. Je kunt de hele publicatie, barstensvol informatie, ideeën en wetenswaardigheden, meningen en opvattingen bestellen en downloaden.

Dr Jurgen van der Heijden van AT Osborne en Universiteit van Amsterdam moet even apart genoemd (en geroemd). Jurgen is NL Kampioen Opsporen & Duiden Burgerinitiatieven, een wandelende databank. Zonder hem was dit boek er niet gekomen. Hij is een bijzonder mens die het verdient om binnenkort bijzonder hoogleraar te worden.

Initiatiefnemer en ambtenaar Jornt van Zuylen kent de weerbarstige gemeentepraktijk vanuit de Rotterdamse (dus heftige) realiteit. Hij had het lef de publicatie aan te bieden aan twaalf 'burgerhoogleraren' van de Pendrecht Universiteit. U weet wel: het Rotterdamse Pendrecht, zo'n dramatische wijk, een van die vermaledijde veertig. En wat trof ik daar: een zaal vol mondige, zeer zelfbewuste mensen die bijzonder goed weten wat wel en niet goed is voor hen en hun wijk. Niks zielig, niks triest. Mensen die bijzonder trots zijn op 'hun' wijk en volop mogelijkheden zien. Waar je maar beter naar kunt luisteren. Scheelt ambtenaren een hoop werk. De burgerhoogleraren gaven het boek en de auteurs ongezouten kritiek, maar ook lof en prijs en uiteindelijk gemiddeld een acht. Die is binnen!

Hieronder vind je een column van mij die in de publicatie is opgenomen. Gestrooid door het boek kun je ook nog een aantal 'Prikkelingen' lezen. Acht pogingen tot humor en relativering in een wereld die daar niet direct om bekend staat. Confronterend ook wel. Met hulde aan InAxis om het te plaatsen. Wie zegt dat de overheid niks durft? Hieronder 'Op het andere been' (incl. wat prikkeling). Voor veel meer, van al die anderen, en minstens zo interessant, zo niet vele malen interessanter: bestellen of downloaden maar dat hele boek!


W a a r s c h u w i n g !

De hieronder volgende tekst verwoordt niet noodzakelijkerwijs de mening van de verantwoordelijke bewindspersoon.


Sterker nog, de redactie distantieert zich nadrukkelijk van deze al te gemakkelijke opvattingen die geen enkel recht doen aan de enorme complexiteit van de materie waar hardwerkende ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Wij nodigen u van harte uit om afstand te nemen van deze tekst door duidelijk, bij voorkeur met een fluorescerende markeerstift, aan te geven met welke passages u het niet eens bent.


Op het andere been

Ambtenaren willen besturen. Daarom heeft u gekozen voor werken in het openbaar bestuur. U studeerde misschien bestuurskunde, bestuursrecht, bestuurswetenschappen. Besturen is uw ding. En besturen doe je vanuit één punt. Net als een auto, die heeft ook maar één stuur. Zo bestuurt de regering dit land, en het gemeentebestuur de gemeente. Toch? Niet dus. Was het maar zo! Dan was het bestuurlijke leven nog overzichtelijk. Dan was uw dagelijkse werk een stuk minder ingewikkeld.

De sturing van onze samenleving gebeurt steeds minder vanuit één punt. Met het complexer worden van onze maatschappij verdwijnt de centrale sturing. De macht raakt verdeeld over steeds meer mensen, de macht zoekt de breedte en gaat naar beneden, de macht versnippert over steeds meer partijen en spelers. Steeds meer mensen krijgen het voor het zeggen omdat ze zelf willen bepalen hoe hun leven en hun omgeving eruit ziet. Ze nemen zelf het heft in handen. Ze willen hun eigen zaakjes oplossen. Zonder asociaal te worden. Juist niet.

De Republiek
Voor zover er natuurlijk ooit centrale sturing is geweest in Nederland. Want als er een ding is waar Nederlanders niet tegen kunnen is het centrale sturing. Even ter opfrissing: de Republiek der Zeventien Nederlanden ontstond uit een opstand tegen het centrale gezag van de Spaanse koning. En ook nu is Nederland om met Prins Claus te spreken ‘een republiek met een koning’. En die koning mag er zijn zolang hij maar niet doet of hij de baas is.

Het aantal ‘sociale’ initiatieven groeit exponentieel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen heet dat. Of sociale innovatie. En dat kan heel profijtelijk zijn. Met uitgekiende zorg kun je geld verdienen. Of budget overhouden voor ‘leuke dingen’. Zonder subsidies kun je ook overleven. Sponsoring is vaak interessanter: het geeft meer vrijheid en minder gedoe. Succes is minder afhankelijk van politieke grillen en meer van de kwaliteit van je contacten. Welkom in de netwerksamenleving. En wat valt er daarin nog te besturen?

We hebben in de 20e eeuw met elkaar een reflex ontwikkeld: de Overheids Reflex. ‘Daar moet de overheid nou eens iets aan doen’, ligt menigeen in de mond bestorven. Een item op het journaal of een bericht in de krant leidt in veel gevallen tot een Kamervraag met de bekende formulering ‘Is het de minister bekend dat’ (volgt de korte inhoud van het televisie-item of het krantenbericht). Het antwoord is uiteraard ‘Ja’. ‘En wat denkt de minister daaraan te gaan doen?’ Wat zou het een verademing zijn wanneer de minister dan ‘Niets’ zegt. En uitlegt dat de overheid daar niet over gaat.

Particuliere initiatieven
Tot de 20e eeuw was het gros van wat nu onder de ‘spending departments’ valt een kwestie van particulier initiatief. In de vorige eeuw draaide dat gegeven om. De overheid nam het met goede redenen over. Inmiddels heeft de overheidszorg zijn grenzen bereikt. En aan het begin van een nieuwe eeuw komt het (blijkbaar onuitroeibare!) particulier initiatief weer boven. Bijna een eeuw lang het primaat van de staat: sociale zaken, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur. En juist op die terreinen schieten de initiatieven als paddestoelen uit de grond. De Voedselbanken, de Weggeefwinkels, de Van Harte Resto’s, de Thomas Huizen, de Iederwijs Scholen, de Joop van de Ende Foundation. Er komt (bijna) geen ambtenaar aan te pas...


Bespiegeling: Wat is uw mening over bovenstaande column?

Ik vind deze column:
- Onzin
- Links geleuter
- Wishfull thinking
- Goed spul!

Ik ga:
- Deze column snel vergeten
- Mijn eigen column schrijven
- André mailen dat ik het volledig met hem eens ben (a.meiresonne@planet.nl)
- André mailen dat hij niet goed wijs is (a.meiresonne@planet.nl)

Labels: , , ,

maandag, april 23, 2007

Zin! is een sociaal virus: delen is vermenigvuldigen

When you and I have a dollar each and exchange it, you and I would still have one dollar each. When you and I have one idea each and exchange it, you and I have two ideas. (Anonymous)

Vorige zomer schreef ik een managementboek: Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Vijf jaar werken als managementtrainer stroomde in vijf weken in m’n iBook. Na de zomer veranderde het in vijf weken tijd in een kleurrijk beeldboek. Door zomereditie van de Great Place To Live krant ontmoette ik Jacky-o. Zij maakte van elke tekstpagina een spannende spread. ‘Het vakantieboek voor managers!’ riep een vriendin van haar.

Maar het verhaal is nog niet klaar.
‘Wil je zoveel mogelijk boeken verkopen?’ vroegen Martijn Aslander en Sanne Roemen. ‘Dan moet je het weggeven!’
Ja, dahag! We hebben al zoveel geïnvesteerd... en dan zomaar weggeven zeker... die is gek! Omdat twee zelfbenoemde internetgoeroes dat zeggen zeker. Sociaal virus, virale marketing... Lekker makkelijk, zoiets adviseren over andermans boek!
‘Ja, echt waar, probeer maar: een gratis download, dat werkt.’
EEN GRATIS DOWNLOAD? VAN HET HELE BOEK? VAN KAFT TOT KAFT?
Dat vindt m’n uitgever vast niks, dacht ik. Maar Paul Quist vond het een prima idee...

Toen had ik een gek probleem. Want in m’n trainingen zeg ik altijd: Begin met geven! Desnoods haal ik Jezus zelf aan: Het is beter te geven dan te nemen. Maar nu ik zelf voor de keuze stond kwam het wel heel dichtbij. Ik voelde hoe moeilijk het is om ‘zomaar’ weg te geven wat je lief is: het boek waar zo hard aan gewerkt is. Op internet zetten, te downloaden door wie maar wil. Met een druk op de knop binnenhalen, 10 MB, 144 pagina’s. Er geen enkele controle meer over hebben. Te printen en te kopiëren, en ook nog te bewerken en zelfs te verhaspelen.

Al weifelend realiseerde ik me ineens hoe ik zelf aan het boek gekomen was. Dat ik me vaak een doorgeefluik voelde. Dat ik dagen had waarop het leek of het boek zichzelf schreef. Hoezo, 'heb ik geschreven'? Misschien is het wel een doorlopende ingeving! Heb ik het ook maar gekregen... Die gedachte hielp!
We hebben een site rond Zin! gebouwd: http://www.zinboek.nl/ Met een hele grote DOWNLOAD-knop erop. Het boek verspreidt zich nu als een virus over het net en in de wereld. Het komt op plekken terecht waar ik geen weet van had. Bij mensen die ik anders nooit zou bereiken of ontmoeten. Ver buiten de doelgroep die ik in m’n hoofd had. Zin! wordt virtueel cadeau gegeven, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven. Het boek wordt van het scherm gelezen door studenten, huismoeders, mensen die voor zichzelf willen beginnen. Het komt terecht bij trainees, ambtenaren, marketeers, profvoetballers en hulpverleners. Het wordt aangeraden aan mensen die in gedachten met zelfmoord bezig zijn... En ik maar denken dat ik een managementboek had geschreven!

Zin! is ook een zelfhulpboek aan het worden. Voor heel veel mensen. Omdat we zijn begonnen met geven. Mensen geven de site aan elkaar door en het boek cadeau op verjaardagen. Mailen erover, vormen inspiratiegroepjes, doen met elkaar de oefeningen. Zin! is het sociale virus aan het worden dat Martijn en Sanne beloofden. Dankzij het internet, en al die mensen op het net. Het is echt waar: Delen = Vermenigvuldigen. Ik heb het nu zelf beleefd. Begin met geven... Heel soft! Of is dit het nieuwe ondernemen?

(Dit artikel verscheen op 21 maart 2007 in de Great Place To Live krant, een uitgave van Pentascope)

Labels: , , , ,

maandag, april 16, 2007

Frans Bauer heeft gelijk, en maakt school bij Ahmed Marcouch!

Frans Bauer kan het kort en goed zeggen. Zoals vorige week bij Pauw & Witteman: Als kinderen zich thuis niet thuis kunnen voelen gaan ze de straat op...’ Heel waar, maar ik bleef ook achter met de vraag: En nu? Maar goed, Frans is geen politicus, en verwacht van hem geen oplossingen. Wat overheerst is bewondering voor zoveel grondige bondigheid. Bijna Cruijffiaans.

En Frans maakt nog school ook. En een politicus kan leren. Dat gaat als volgt: bij het gesprek bij Pauw & Witteman was ook Ahmed Marcouch aanwezig. Hij is stadsdeelraadvoorzitter (onthouden voor Scrabble!) van Amsterdam-Slotervaart. Want het ging over 'zijn' onderwerp: Marokkaanse jongeren (en dan natuurlijk vooral degenen die niet willen deugen, tegenwoordig: 'niet meedoen').

Toen Frans Bauer, zeker voor zijn doen, al lang z'n mond gehouden had (minstens vijf minuten) kwam hij met die memorabele zin. Marcouch had lang gepraat zonder veel te zeggen. Jeroen Pauw nam hem al à la Sarkozy onder handen: 'Het is gewoon tuig en dat moet je toch aanpakken?!' Marcouch kwam er niet goed uit, en er niet goed vanaf.

Goed nieuws, er is hoop! Wat zegt Ahmed Marcouch een paar dagen later, op zondagavond in het Acht Uur Journaal? 'Als het leuk thuis is dan blijf je thuis'. Inderdaad, de positieve formulering van de behartenswaardige analyse Frans! Het begin van een oplossing? Het bleek de intro naar een pleidooi, breed gedragen, voor uithuisplaatsing van kinderen naar internaten.

Nu zit ik weer met een vraag: Zouden die kinderen zich in een opvoedingsgesticht wèl thuis voelen..?

Labels: , , ,

donderdag, april 12, 2007

Wouter Bos, zie de mens

‘Sinds Wouter Bos partijleider is vind ik hem niet meer zo leuk’ zei mijn oudste zoon (toen twaalf) een paar jaar geleden ineens. ‘Hoezo?’ vroeg ik hem. ‘Kweenie, hij doet zo ingewikkeld’ was het niet te beredeneren antwoord. ‘Ik vertrouw hem niet’ zei een bejaarde vrouw op televisie toen haar naar Wouter Bos werd gevraagd. ‘Waarom niet?’ ‘Z’n ogen staan niet goed!’ Je zal partijstrateeg zijn, wat moet je ermee? Of je zal Wouter Bos zijn, en dat over jezelf horen. Wat doe je dan? Wat kun je ermee? Misschien wel niets. Maar ondertussen ben je wel een middelbare scholier kwijt. En een bejaarde. En dat zullen niet de enigen geweest zijn. Dat bleek op 22 november. Weg waren de virtuele zestig zetels. Niks grootste partij, niks premierschap.

‘Hij heeft geen vergezichten, en hij organiseert geen tegenspraak.’ Zo vatte Clairy Polak in Nova de kritiek op Wouter Bos samen. Kritiek die omhoog kwam na uitzending van De Wouter Tapes. Kritiek gevoed door Wouter Bos zelf, door wat hij insprak op de bandjes van de VPRO. Kritiek zoals die hoort te klinken in de politiek: beredeneerd, gerationaliseerd. Ondertussen geeft Wouter Bos in de De Wouter Tapes een schokkend (en misschien wel ontluisterend) beeld van iemand die de weg kwijt raakt. Maar dan ook echt. De weg overigens ook weer terug begint te vinden. Luister mee naar wat hij inspreekt:


‘Het is voor mij ook nieuw om te merken dat m’n intuïtie me in de steek laat. Vorige campagnes die ik gewonnen heb (...) gingen heel veel dingen goed omdat m’n intuïtie klopte. Net de goeie reactie op het goeie moment, de juiste woorden... En nou maak ik ook fouten deze keer en ik weet niet goed hoe dat komt. Ik vermoed dat dat komt omdat de campagne zo hard en zo persoonlijk is af en toe, dat me dat toch meer van m’n stuk brengt dan ik wil... en dat ik dan teveel ga nadenken en onvoldoende op m’n intuïtie vertrouw. Wel heel merkwaardig, ik weet niet goed waar het aan ligt.’


Spreekt hij in, ongeveer een week voor de verkiezingen. Het gaat snel, maar dit is het sleutelzinnetje: ‘... en dat ik dan teveel ga nadenken en onvoldoende op m’n intuïtie vertrouw’. Wouter heeft zich omringt met veel adviseurs, heel veel. Hij wordt keihard aangepakt door zijn grootste concurrenten, CDA en SP. En hij raakt in een kramp. Hij is de gedoodverfde winnaar en hij moet winnen. En je ziet hem steeds meer doen wat hij vooral niet moet doen: nadenken. En hoe harder hij nadenkt hoe meer hij twijfelt, en hoe meer hij twijfelt hoe harder hij nadenkt. Een dodelijke spiraal. Vlak voor de verkiezingen voelt hij z’n intuïtie verdwijnen.


‘(...) mijn intuitie (heeft) me in de steek gelaten tijdens deze campagne. Dat is eigenlijk wel de meest verschrikkelijke ervaring. M’n intuïtie liet mij in de steek. (...) Wat dat betekende is (...) dat je dan dus ook wel aan jezelf gaat twijfelen.’


Spreekt hij in, na de verloren verkiezingen. Hij beschrijft zijn intuïtie als een op zichzelf staand iets. Een zelfstandige entiteit die hij blijkbaar kan onderscheiden. Anders dan zijn denken, iets dat zelf ook wat doet: hem verlaten, waardoor hij zich in de steek gelaten voelt. Zo zie je hem: alleen, onzeker, afgesloten. Gespannen als een veer. En je ziet wat het gevolg is: hij gaat meer en meer aan zichzelf twijfelen. Een dodelijke neergang. Die zich vertaalt en versterkt in de dagelijkse polls: Going down, going down...


‘Ik merk dat naarmate de onderhandelingen vorderen ik steeds beter in m’n vel zit. Het gevoel dat m’n intuïtie wat terugkomt, dat ik de dingen weer wat meer meester ben... Dat ik eigenlijk aan het doen ben waar ik het beste in ben: dat is niet alleen over dingen praten maar gewoon problemen oplossen, dat vind ik eigenlijk hartstikke leuk ook...’


Spreekt hij in, drie maanden na de verkiezingen, aan het eind van de kabinetsonderhandelingen. 'Het gevoel dat m’n intuïtie wat terugkomt, dat ik de dingen weer wat meer meester ben...' Hij begint niet alleen zijn intuïtie terug te vinden, hij weet ook waarom: 'Dat ik eigenlijk aan het doen ben waar ik het beste in ben'. Hij verdenkt zichzelf van een rationalisatie. Wie weet is dat ook wel zo. Maar net als bij de verkiezingen in 2003 (toen Job Cohen door hem ineens tevoorschijn werd getoverd als kandidaat-premier) krijg je ook het gevoel dat hij eigenlijk helemaal geen premier wíl worden. Tenminste, nu nog niet. Omdat hij daar niet het beste in is, op dit moment.


Hoe dat zit kun je nalezen in M, het maandblad van NRC Handelsblad, van november 2006. De coverstory ‘Ik wil een doodnormale premier zijn’ biedt een nog veel onthullender kijkje in de keuken dan de De Wouter Tapes.


‘Ik zit liever aan de koffietafel met oude mensen te beppen, ik sta liever op een markt om campagne te voeren. Ik moet een paar drempels over om zo’n podium op te gaan, naar een eenzame lessenaar. Dat zal de oude calvinist in mij wel zijn. En ik kan niet goed tegen applaus. Dan hoor ik de stem van mijn moeder: je moet niet denken dat je belangrijk bent.’


Hier kun je de spagaat van Wouter Bos meevoelen. Uit elkaar getrokken tussen zijn ambitie (premier worden), mede gevoed door zijn idealen (een betere wereld), en hoe hij in elkaar zit (verlegen, onzeker) plus daar boven op wat hij heeft meegekregen (doe maar gewoon).


Misschien heeft hij het allemaal wel gedaan uit ijdelheid, zich een of twee jaar laten volgen: De Wouter Tapes, het verhaal in M. Zal best. De eerste politicus zonder ego moet nog geboren worden. Maar ik vind Wouter Bos een held dat hij het uit laat zenden, publiceren. Hij durft heel wat van zichzelf te laten zien. Waar wij weer van kunnen leren. Hoe je jezelf kwijt kunt raken. Hoe dat komt. Wat de mechanismen zijn. Hoe het werkt. En het overkomt ons allemaal, dagelijks. Tenminste, mij wel. Misschien met minder heftige gevolgen. Maar hij doet het toch maar. Wouter Bos, zie de mens.

Labels: , , , ,

woensdag, april 11, 2007

Frans heeft gelijk, en nu?


‘Als kinderen zich thuis niet thuis kunnen voelen gaan ze de straat op...’

Frans Bauer,
over Marokkaanse probleemjongeren,
bij Pauw & Witteman, 10 april 2007

Labels: , , ,

dinsdag, april 10, 2007

De c,mm,n gezien... Er is hoop!

Tweede Paasdag op de AutoRai. Het leek wel Vader&Zoon Dag. Kwam mezelf dus steeds tegen. Wat opvalt: auto’s worden groter, hoger, breder. Steeds meer auto’s voor het ‘Dikke-Ik’. Auto’s om bang van te worden. Auto’s om bang mee te maken. Elk merk z’n eigen BMW, Bange Mannen Wagen. En net toen ik me doodmoe afvroeg: ‘Kunnen auto’s ook zacht, vriendelijk, meegaand zijn?’ was daar ineens, midden in die kakafonie op die gigabeurs, de c,mm,n (spreek uit: common). Een vrolijk stemmende conceptcar. Net zo leuk als z'n naam.

Uitgedaagd door de Stichting Natuur en Milieu hebben studenten van de drie Technische Universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente) een Auto in de Toekomst ontwikkeld. Een compleet mobiliteitsconcept. Overal is over nagedacht. Slim, schoon en zuinig. Vriendelijk en veilig, en niet alleen voor wie erin zit! Toegankelijk en handig. Een begrijpelijk concept, uitgaand van delen: het is een open source ontwerp. Je kunt als liefhebber en als autofabrikant aanhaken en meedoen. Dat was nou echt indrukwekkend. Pimp my Future!

Labels: , , , ,

maandag, april 09, 2007

Bange Mannen Wagens

Net terug van de AutoRai. Nog nooit zoveel BMW’s gezien. Nee, niet die auto's uit Bayern... Bange Mannen Wagens! In het autojargon SUV’s (Sport Utility Vehicles). Je ziet er ook steeds meer vrouwen in. Ook wel bekend als PC Hooft Tractoren. Afijn, die monsters die ze in Nijmegen niet meer in de binnenstad wilden hebben. (Het gaat niet alleen om Hummers. Die zijn trouwens zo potsierlijk dat ze ongewild een bijdrage leveren aan de volksgezondheid: ze maken je spontaan aan het lachen.)

Ik ben er net achter dat geen enkele autofabrikant meer achter wil blijven. Zelfs mijn eigen Peugeot kan de vraag niet weerstaan en heeft een nieuw model, de 4007. Volgens mijn zoon van twaalf gelukkig nog de meest vriendelijke van al die bakken. Volvo doet er al langer in, en introduceert nu iets op vrachtwagenwielen. (Het Zweedse merk dat nog niet zo lang geleden studie deed naar de meest voetgangersvriendelijke voorkant voor een auto: een motorkap waardoor je als voetganger niet onder de auto kwam maar erop - wel pijnlijk, niet dodelijk).

De algemene trend: hoog op de poten, dreigend kijkend, overweldigend van omvang. Hele hoge ‘taille’ (zijkant), kleine raampjes, dus weinig zicht voor de inzittenden. Hele hoge neus, borsthoog, dus levensgevaarlijk voor iedereen in de buurt. Als bestuurder kijk je domweg over voetgangers en wandelwagens heen. Zijspiegels lijken James Bond-achtige uitsteeksels om tegemoetkomende fietsers mee van de weg te maaien.

Wat drijft iemand om in zo’n bak te willen rijden? Op de brede lanen van Wassenaar, leef je uit! Maar wat heb je ermee te zoeken op het Noordeinde in Den Haag? Waarom verstop je de stad ermee? Als je zo’n gevaarte kunt veroorloven dan kun je toch ook nog wel iets vriendelijks 'voor erbij' kopen? Hoeft er niemand voor je aan de kant. Of is dat nou precies waar het om gaat? Laten zien wie er de baas is? Wie de grootste heeft? Of is het een kwestie van anderen bang maken? Pas op, aan de kant, hier kom ik aan! Of is dat allemaal hetzelfde?

Of is het gewoon een kwestie van biologie? Eten of gegeten worden, survival of the fittest? It’s a jungle out there? Misschien zijn er echt mensen die dat denken. Wees op alles voorbereid, je weet maar nooit! De hele dag bezig met je eigen veiligheid. Als mij en de mijnen maar niets overkomt. Aanval is de beste verdediging. Je kunt ze maar beter op voorhand bang maken. Imponeergedrag van grijze bavianen? (dank, Boelie van Leeuwen!)

Het is een wondere wereld, de autowereld. Gewoon een glanzende afspiegeling van de echte wereld. Vol mensen die bang zijn voor andere mensen. Krijg je oorlog van. Nu ook in het verkeer. Niet tussen automobilisten onderling, die zitten lekker veilig. Nee, tussen automobisten en mensen die geen stalen veiligheidskooien om zich heen hebben. Mensen die zich zonder pantser op straat wagen. Voetgangers en fietsers. Ongewapend en onbeschermd. De nieuwe dwazen. Echte helden.

Labels: , , , ,

maandag, maart 26, 2007

Schitterende schittering

Heleen Arends is een veelzijdig mens. Een van de dingen die ze doet is fotograferen. Met een simpele Kodak camera. Geen beeldbewerking, niks. Gewoon vastleggen, wat zij ziet. Bij haar om de hoek is het Haagse Gemeentemuseum, een 'Gesamtkunstwerk'. Het is licht, het heeft lucht, staat toch stevig en herbergt de allermooiste Haagse School en Mondriaans. Architect Berlage ontwierp alles er op en er aan, ook de vijvers ervoor. Daar ziet Heleen van alles in, en op, en aan. Ik voortaan ook. Heleen heeft me met haar foto's van die vijvers een nieuwe kijk op water gegeven. En op licht. Ik kijk nu met andere ogen omdat ik gezien heb wat Heleen ziet. De diepte van het wateroppervlak. Wat je terugziet als je je concenteert op het licht op de oppervlakte. Da's gek, het lijkt wel of je dan heel diep kijkt. Naar een nieuwe werkelijkheid, die er ook is. Waar je normaal gesproken geen acht op slaat. Tot Heleen me er bij stil liet staan. Bij de schittering van het licht. Bij de weerkaatsing van het lucht erboven, de spiegeling van het aardse eromheen. De reflectie van volle warme kleuren, waar komt dat allemaal vandaan? Wonderlijke vormen, diep en verzadigd, alsof ze geschilderd zijn. Impressionistisch. De vijvers van Claude Monet! Giverny is niet ver weg. Maar het is anders, directer, tastbaarder, van nu. En toch tijdloos, een andere wereld. En nog toegankelijk ook. Kijk maar. Schitterend, al die schittering.

Labels: , , , ,

dinsdag, maart 20, 2007

Nabijheid, nieuw toverwoord voor het openbaar bestuur

De Nationale Ombudsman trekt met zijn jaarverslag 2006 aan de bel. 'Het veelgehoorde politiek credo "regel is regel" is niet genoeg omdat regels niet altijd recht doen aan de maatschappelijke werkelijkheid.' Burgers willen respectvol en eerlijk worden behandeld. 'Eigenlijk zouden overheden bij klachten van mensen vaker persoonlijk contact met de burger moeten zoeken.' Eigenlijk... Waarom zo voorzichtig? Ik moet weer denken aan het Festival der Bestuurskunde op 8 februari jl in het Evoluon.

Er is me daar iets gaan dagen. Want ik heb er een mooi woord gehoord. Nabijheid. Klinkt niet erg bestuurskundig. Daarom maakte het indruk. Het was Jan Peter Balkenende die het noemde. En anderen noemden het niet maar bedoelden het soms wel. Want het ging die dag veel over vervreemding. Over afstand en hoe die te overbruggen. Marc Hertogh, rechtssocioloog in Groningen, noemt het rechtsvervreemding als je van de rechter ‘Fuck you!’ tegen een agent mag roepen. Dan is er geen verbinding meer. Dan gaat het niet meer om mensen. Wie wil er nog agent worden? Masochisten misschien? Vroeger leerde je: ‘Schelden doet geen pijn’. Leer je nu dan op de Politieacademie ‘Pijn is fijn!’? Kritische ontbinding, zo benoemde Wim van der Donk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regringsbeleid wat er gaande is.

Maar, zoals altijd, er is hoop. Zeker op een festival. De Vice-President van de Raad van State Herman Tjeenk Willink nam ons mee naar een tijd die de studenten in de zaal niet eens hebben meegemaakt. Begin jaren zeventig, vorige eeuw. Roerige tijden. Piet de Jong was premier. Hij had een recept voor een nuchter oordeel.'Uiteindelijk zet je alle adviseurs de deur uit en stel je jezelf de vraag: Wat vind ik er nou zelf van?' Zo simpel? Zo simpel! Leg het niet buiten je zelf maar ga bij jezelf te rade. Durf dat aan. En Tjeenk Willink ging verder, over een vergelijkbaar soort moed. Kijk naar het individuele geval – in plaats van het meten en toepassen van het gemiddelde. Als voorbeeld noemde hij het afschaffen van het Kroonberoep, omdat het niet voldoende onafhankelijk zou zijn. Het gevolg is dat we nu een bestuursrechter hebben die focust op wat ‘rechtens juist’ is. En dat is soms bijzonder onbevredigend voor de burger. Want die heeft vaak een hele andere rechtsbeleving. En voelt zich dan niet gezien en niet gehoord. En dat is funest. Want dat ondergraaft niet alleen het rechtsgevoel, uiteindelijk ook de rechtsstaat.

Pieter Tops weet (bijna) alles over lokaal bestuur. Hij verhaalde over wat er zich afspeelt in de krochten van de grote stad. Waar je in Rotterdam zoal tegenaan kunt lopen. Over de noodzaak om echt in gesprek te gaan. Mensen werkelijk in de ogen te kijken. En ook een moreel oordeel te hebben. Grenzen durven stellen, zonodig streng straffen, laten voelen - naast het bieden van hulp en zorg. Of misschien wel als voorwaarde daarvoor: als je meedoet willen we je helpen. Engagement & Discipline als recept tegen verloedering en onveiligheid. En waar ligt dan de grens? How about privacy? Is er wel een zelfde grens te trekken voor iedereen? Werkt dat nog wel? Thom de Graaf heeft als minister van BZK aan de Raad voor het Openbaar Bestuur toch niet voor niets gevraagd daarover na te denken. We beginnen er achter te komen dat gelijkheid iets anders is dan gelijkwaardigheid. En dat het gelijkheidsbeginsel ons kan belemmeren om maatregelen (bijv. de Rotterdam Wet) te nemen die nodig zijn om mensen juist een gelijke kans op een menswaardig bestaan te geven.

We lopen aan tegen grenzen. De grenzen van de wet. De grenzen van ons denken. Met strikte toepassing van regels doen we mensen - en waar zij mee zitten - geen recht. Het roept afstand op. En op den duur opstand. De Opstand der Horden. Ze staan zo weer met stokken op de hekken bij het Torentje te slaan. Kan de volgende Ad Melkert liggend op de achterbank het Binnenhof ontvluchten. Aandacht en betrokkenheid zijn de sleutels. Werkelijke aandacht, oprechte betrokkenheid. Want het gaat om mensen. Ook in het openbaar bestuur. En dan hebben we het niet meer over burgers maar over mensen. Mensen als u en ik. Met hun dagelijkse zorgen en beslommeringen. Daar gevoel voor hebben, je daarin kunnen inleven. In die dagelijkse sores en besognes. Zonder daarin door te slaan en slap en meegaand (lekker makkelijk!) te worden. Kijk mensen in de ogen en weet wat er nodig is. Durf ‘Nee’ te zeggen. Of juist ‘Ja!’. De een heeft een waarschuwing nodig, de ander een ingrijpende straf. De een heeft hulp nodig, de ander een schop onder z’n kont. En durf je dat? Dat is de vraag. Dan komt het aan op zelfvertrouwen, weten waar je mee bezig bent. Keuzes durven maken, voor anderen. Omdat jij weet wat goed is voor die ander. Dat is toch de kracht van goed en gerespecteerd openbaar bestuur? Uiteindelijk gaat het toch om wijsheid? Niet om de slimste te zijn - maar de verstandigste? En ere wie ere toekomt: het was de Minister-President zelf die helemaal aan het begin van het festival het toverwoord noemde: NABIJHEID.

Labels: , , , ,

vrijdag, maart 16, 2007

Je inleven, de definitieve competentie

Kunt u het C-woord nog horen? Competenties? Kun je het daar eigenlijk nog wel over hebben? So nineties... Al die tientallen voor de hand liggende kwaliteiten. Of zijn het toch eigenschappen? Kun je ze nou wel of niet ontwikkelen? Wie moet wat straks kunnen? Of toch al in zich hebben? De lijst dijt in de praktijk van het personeelswerk maar uit, promovendi en professoren krimpen hem weer in. Misschien kunnen we er in één reuzenstap voorbij komen. Op zoek naar de definitieve competentie. ‘De competentie die alle andere competenties overbodig maakt’ (vrij naar W.F. Hermans).

De directeur van een grote instelling in de zorg vertelde het volgende. Ze braken zich met z’n allen het hoofd over wat nou het allerbelangrijkste was dat iedereen in hun instelling zou moeten kunnen. Een competentie die elke medewerker, professional en leidinggevende moest hebben, van de keuken tot de behandelkamer, van de tuinman tot de psychiater. Een doorslaggevende kwaliteit, voor elk moment en in elke situatie. Een wezenlijk talent, direct verbonden met het wezen van de organisatie. Waar alle patiënten, cliënten, leveranciers en financiers, waar alle betrokkenen, buren en familieleden hen op zou herkennen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij het meest voor de hand liggende dat je je maar voor kunt stellen: Je inleven.

Je inleven. Het klinkt zo eenvoudig. En is zo lastig. Want het gaat niet meer om jou. Het gaat om iets buiten je, een andere situatie, een ander mens. Je leeft je in ... in een ander. Je verplaatst jezelf in die ander. En dan gebeurt het kleine wonder: die ander openbaart zich in jou, komt in jou tevoorschijn. Je schept in jezelf dus ruimte voor die ander. Je geeft toestemming dat die ander in jou omhoog komt. Je wordt even die ander, je bent even iemand anders. Toch ben je nog jezelf. Want die ander komt in jou naar boven. In jezelf ontmoet je die ander. Door je in te leven in die ander, beleef je die ander en diens situatie. En door dat werkelijk te ervaren, door te voelen wat je dan voelt, weet je precies wat die ander voelt, en hoe die ander zich voelt.

Maar wat heb je daar nou aan, je inleven in een ander? Als we ons allemaal in elkaar gaan inleven, wordt het toch een zootje? Wie durft er dan nog een ferme beslissing te nemen? Want dat doet altijd wel ergens pijn. En je doet altijd wel iemand verdriet. En dat ga je dan allemaal zelf voelen! Of je niet genoeg hebt aan je eigen pijn en verdriet! Of ... zou het zo kunnen zijn dat er dan minder stomme beslissingen worden genomen? Omdat je op voorhand de pijn en het verdriet van die ander voelt. En dus wel oppast. En andersom, dat je juist het plezier en het geluk gaat voelen van beslissingen die goed uitpakken. Want zo werkt ‘je inleven’ natuurlijk ook. Je kunt je evengoed voorstellen wat een ander blij maakt, wat een ander fijn vindt. Je bent geëngageerd: je kunt je inleven in de pijn en de blijdschap van de ander(en).

Wat zou het concreet kunnen opleveren, je werkelijk kunnen inleven? Bijvoorbeeld: nooit meer een product waar niemand op zit te wachten. Nooit meer een bonus of incentive die veel te kort werkt. Nooit meer te hoge prijzen. Nooit meer obligate teksten over ‘luisteren naar de klant’, want je kent de klant, je bent de klant. Nooit meer een popartiest die te snel het volgende meer-van-hetzelfde album uitbrengt, terwijl de fans iets nieuws willen. Nooit meer je medewerkers iets opdringen wat ze niet willen. En je nooit meer hoeven te verbazen dat iets wat jij wilt, domweg niet werkt!

Het kan nog meer betekenen. Mannen spreken hun vrouwelijke kant aan. En kunnen zich ineens veel beter voorstellen wat vrouwen willen. Het begrip sexuele revolutie krijgt een nieuwe lading! Andersom begrijpen vrouwen beter wat mannen drijft, en wat dat oplevert. Oordelen over en weer (‘Dat gezeik van die wijven...’, ‘Hij moet weer zo nodig z’n plasje doen...’) zijn niet meer nodig. Nog meer: mensen laten het kind in zich naar boven komen. Volwassenen kunnen weer spelen, grote mensen durven te dromen. En niet alleen op vakantie, of tijdens een duurbetaalde workshop, maar elke dag. Dat kind blijkt een grote economische waarde te hebben, want dat is ondernemend, onderzoekend en creatief. En nog meer: vult u zelf maar in.

‘Je inleven’ betekent ook een ander serieus nemen. Het niet meer beter hoeven te weten dan die ander. Niet meer denken dat jij alles moet weten. Omdat je toevallig de baas bent, of de volwassene, of de ouder en daarom over en voor anderen denkt te moeten beslissen. Of juist niets denkt te weten omdat je nog jong, een kind of ‘maar’ medewerker bent. Uiteindelijk betekent ‘je inleven’ jezelf serieus nemen. Want door je in te leven in de ander boor je een enorme kracht in jezelf aan. Om met Paracelsus te spreken: ‘Denkt hij een vuur, dan is hij een vuur’. Je blijkt het allemaal te kunnen, en alles te weten. Veel meer in je te hebben dan je ooit dacht. Voor vakkenvullers en winkelchefs, MD’ers en CEO’s: je inleven, de definitieve competentie.

(Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2007)

Labels: , ,

maandag, februari 12, 2007

Gevraagd: werkelijke betrokkenheid

Soms zie je op televisie de toekomst van Nederland. Tenminste, dat hoop je dan... Kort voor de verkiezingen 22 november j.l. was er zo’n moment. De Nova-redactie van NederlandKiest heeft Pieter Winsemius en Jan Marijnissen uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan. Een mooie optelsom van tegenstellingen: rechts / links, ratio / emotie, elite / volk, hoogopgeleid / laagopgeleid, randstad / provincie, regering / oppositie. Maar niks debat, niks discussie, er wordt een gesprek gevoerd...

Het onderwerp is de oude wijken waarover Pieter Winsemius als nieuwe minister van VROM net een brief heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. De wijken die Jan Marijnissen zo goed kent en waar hij al jarenlang - tevergeefs - aandacht voor vraagt. Marijnissen - aanvankelijk in de ‘debatstand’ - probeert Winsemius nog neer te zetten als ‘links’. We moeten vooral niet denken dat we hier met een echte VVD’er te maken hebben. Winsemius maakt duidelijk dat hij al jarenlang VVD’er is en bovendien lid van een ‘rechts’ kabinet. Marijnissen schakelt snel en geeft Winsemius de ruimte om te vertellen. Over de problemen in de oude wijken en over zijn zorgen daarover. Je hoort een minister rustig praten, geen cliché’s gebruiken en nadenken als het nodig is. Hij vertelt een warm verhaal over mensen die het niet redden, kinderen die er in uitzichtloze situaties opgroeien. Een begrijpelijk verhaal van iemand die echt betrokken is bij de wereld om zich heen. Een vertrouwenwekkend verhaal omdat het voelbaar van binnenuit komt. Kortom, een geloofwaardig verhaal.

De oppositieleider ervaart dat ook en gaat er op in. Geen discussie-om-de-discussie, geen debattrucjes, geen gespeelde opwinding, geen verongelijkte toon. Wat een verademing! Twee verstandige, levenswijze mannen die met elkaar pratend de partijpolitieke tegenstellingen overstijgen. Ze vinden elkaar in hun zorg over de achteruitgang van de oude wijken, in hun betrokkenheid bij de toekomst van de mensen die er nu wonen en in hun inschatting van de desastreuze effecten ervan op de samenleving. Hier zie je gebeuren wat er mogelijk is als politici zichzelf kunnen wegcijferen, hun partijbelangen kunnen relativeren en kunnen teruggaan naar waar het allemaal om begonnen is: werken aan en voor een samenleving waarin mensen het morgen beter hebben dan vandaag, zorg is voor elkaar en ruimte voor het individu.

Het kan dus. Ogenschijnlijk grote tegenstellingen kun je voorbijkomen. Sommige maatschappelijke problemen zijn onderhand (misschien) groot en (hopelijk) ook erg genoeg om de (partijpolitieke) belangentegenstellingen daarover te ontstijgen en de zaken op een nieuwe manier aan te pakken. Wat is de uitweg? Is er een sleutel naar meer verbondenheid? Ja, betrokkenheid. Werkelijke betrokkenheid bij de mensen waar het om gaat. Bij alleenstaande bijstandsmoeders met opgroeiende kinderen. Bij patiënten in niet goed georganiseerde verpleegtehuizen. Bij kinderen met taalachterstand omdat hun moeder geen Nederlands spreekt. Bij mensen die dagelijks vieze lucht inademen omdat ze in een flat langs de snelweg wonen. Bij de dieren in de bioindustrie. Bij het leven op de opwarmende aarde. Bij vluchtelingen die geen kant op kunnen. Betrokkenheid kortom bij wat niet goed gaat en beslist beter kan. Daar geldt geen links of rechts, progressief of conservatief. Daar telt maar een ding: menselijkheid.

Labels: , , ,

zondag, januari 21, 2007

Happy Together - in english now!

Once upon a time... there was a choir in The Hague, Holland. It was a popmusic choir, called Pepperoni. They were part of a foundation of 4 popmusic choirs: VokaalTotaal, all from The Hague. A childrens choir, a youngsters choir, a girlzzz choir and the adults: Pepperoni. They all give their own concert once a year and do some separate activities. They all have their own audiences, mostly consisting of friends and families.

How it all began
‘Me and you and you and me, no matter how they toss the dice, it had to be, the only one for me is you and you for me, so happy together...’. Every Monday evening this was the warming up song of ‘Pepperoni’. But alas, nothing ‘happy together’ about it. There were rows, fights and hassle all the time. Everyone complained about each other: the director wasn’t good enough, the repertory made no sense and so on. The sopranos blamed the altos: ‘You are always tuning in too late’. Complaints from the basses about the tenors: ‘I can’t hear myself because of your loudness’. The director threatening to leave unless his pay would go up. This meant either the board or the director had to quit. Accusations from all sides, everyone pointing at eachother, no one was listening anymore. And then finally, it was enough, the crisis was complete, the choir had hit the bottom. Finally there was silence....

The listening
No one knew how to proceed, except that they didn’t want to give up. To buy time, they agreed a typical Dutch compromise: the director got a salary increase for the time being funded by a contribution increase for the members. The board temporarily resigned and a quality committee was installed.
They started by listening. They asked everybody involved the same question: ‘What do you want, what is it you want to achieve here’. And interestingly, everyone wanted the same things: more performances, better quality, a broader repertory, more sense of partnership and more discipline. In short: Offer more quality and seek new challenges - together’

The quality
They started off by working on their ‘core business’: singing. They looked at the singing qualities of the individual choir members. Because there were some areas for improvement. They introduced voice assessments. Some members appeared to be unable to keep tune. Or couldn’t keep good time. Not very practical when you sing in a choir. So these members were asked to leave. And this obviously resulted in loyaltyconflicts among the remaining members, because an amateur choir is also serves social needs. Nevertheless they agreed that the the test was a minimum requirement and needed if they wanted ‘more and better’. They also introduced voicetraining: learning how to make the best use of ones voice, how to use the whole body when singing. Confrontational, scary and exciting at the same time. From the improvement of the individual voices, the overall quality grew. They began to sing with one common voice, making the one sound, together.

The teaming up
Now that they had started working on the quality of their singing they then started looking at the the repertory: they wanted more songs and more challenges. They practiced more and they started to look from inside out. For whom were they actually practicing? For what purpose? And then it clicked: why don’t we take upon something together? With all 4 choirs and hence for all 4 audiences! And 4 choirs can also sing together, and in different constitutions... suddenly there was a reason to cooperate: there was a common ambition, a great way to get to better quality and more challenges. It only just had not yet been invented....

The roots
They started working together on a combined project, and yet, they felt something was missing. Because, all very well: more quality and challenges, but how so? It was abstract, not yet something to get excited about, they didn’t have a picture, let alone a sound..... A sound? That gave the inspiration: The Hague’s very own popsound! In the Netherlands, The Hague is Popcity No 1. Bands named The Golden Earring, Shocking Blue and Earth & Fire were were famous in the seventies; and today there are Kane, Anouk and Di-rect. It was so obvious and so logical: Choires from The Hague sing popmusic from The Hague. Four ‘Haguish’ choirs on one big ‘Haguish’ podium. Finally they had a direction for their repertory: only The Hague. It reduced the number of possible choices and thus, the chance of fights. It meant they could easily select 20 new songs. Moreover: they obtained subsidy from the City as it was a local project.

The dip
All in all it was a lot of hard work, practicing, finding a podium, singing with different choirs, with different people standing next to you. Lots of changes and lots of resistance. Disbelief: do you see it happen? Fights and rows again, just what they did not want to have.

The lifeline
And the whole thing might not have happened, had not one of the choir members sent a historical e mail to all the others.
‘Just imagine, on a Saturday night in November, in theatre ‘The Regentess’ 500 people in the audience, 4 choirs, 100 singers waiting anxiously backstage. Each choir gives their own performance, and also in mixed constellations, the children with the youngsters, the girlzz with the adults, all girls and women together and so on. At the end everyone together. There is an orchestra that accompanies us, consisting of popmusicians from bands in the Hague. A performance of real Haguish poplegend. There is real decor, videoclips, professional sounds. At the end the applause is overwhelming and the audience doesn’t stop asking for a reprise. Can you all see it, can you picture this?’
Yes, they could, it was suddenly conceivable, inspiring and challenging. They moved ahead, fully empowered by this story.

The Big Picture
This story was their lifeline in the months that followed. If the going got tough they went back to their Big Picture. Then they knew again what they worked for. Gradually everyone got more and more involved, eventually, everyone had a task to perform. And so it became everyones’ enterprise, not just the directors’, or the comittees’. They all worked for something they believed in. They all surfed along on the wave, even if someone else panicked or gave up.

The result
And then finally, came November. Their Saturday evening. There they stood, excited and nervous. Anxious how they would be received. It was a tremendous success. It was better and more beautiful than they had ever even dreamed about. The audience was thrilled but they were even more thrilled themselves. They didn’t know they could do this and were pleased as children with the result. Two years before they were in a mega crisis, the choir had almost collapsed. And now, from a fermate, a prolonged rest, they had found a new basis. A new goals gave them direction and with that a context for getting there. They reached their goal. ‘Happy Together’. For that moment at least, because eventually it will be time for a new goal, a new story!

Translation & editing: Henriette van Swinderen, Interdependency.com (THNX!)

woensdag, januari 10, 2007

Er is iets gaande, de mens is terug!


Volgens Time Magazine vertelt 2006 ons ‘a story about community and collaboration on a scale never seen before’. De mens is terug, en niet alleen in het kerstnummer van Time. Klanten zijn eigenlijk nét mensen is het best verkochte managementboek van 2006. Het CNV heeft Plezier in Werk op de CAO-agenda gezet. Zijn werkplezier en persoonlijk geluk binnenkort Key Performance Indicators (KPI’s)?. Wie weet, want tevreden medewerkers zijn produktiever, meer werkplezier betaalt uit in tevredener klanten en betere resultaten, en meer geluk betekent minder kosten. Het gaat weer om mensen. Noem het sociale innovatie, noem het maatschappelijk ondernemen, de menselijke maat telt weer mee.

Jaloersmakend
Juist in ‘zorgelijke’ sectoren als het onderwijs, de zorg en veiligheid is veel gaande, en veel te leren. Het blijken broedplaatsen van nieuwe vormen van ondernemerschap en bedrijvigheid. Ouders in de Pijp beginnen tegenover de school van hun kinderen een tussenschoolse opvang met warm eten om half één ‘s middags. Hans Becker vindt met zijn Humanitas Huizen in Rotterdam ‘de geluksbevorderende zorg’ uit: gelukkige mensen zijn gezonder, hebben daarom minder zorg nodig en kosten dus minder. En de VanHarte Resto’s die nu als een restaurantketen worden ‘uitgerold’ in alle grote steden blijkt een werkend recept te zijn tegen sociale armoede en leveren een daadwerkelijke, tastbare bijdrage aan de integratie in oude wijken. Er wordt op deze plekken gewerkt met een energie die jaloersmakend is. Vanuit intenties die niet alleen mooi en nobel maar ook zakelijk en realistisch zijn. Met zichtbare, tastbare resultaten die menig ‘harde’ manager als muziek in de oren zullen klinken.

‘Dit gaat ergens over!’
Steeds meer bedrijven sponsoren VanHarte Resto’s. Niet alleen met geld. Mensen uit die bedrijven werken er met veel enthousiasme als vrijwilliger. Wat is het geheim van VanHarte Resto’s? Het zijn buurtrestaurants waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt er voor 2,50 euro een driegangen maaltijd krijgen. Ze zijn opgezet als een antwoord op sociale uitsluiting en stille armoede. De leiding van een van de VanHarte Resto’s heeft elke maand een voortgangsgesprek met de directie van een grote verzekeraar, terwijl medewerkers daarvan koken en in de bediening lopen. Het zijn hun meest bevredigende werkuren: ‘Dit gaat ergens over!’ Jonge managers van een energiebedrijf bedienen eenzame bejaarden. Jong ontmoet oud, arm ontmoet rijk, alleen ontmoet samen. Het inspireert die high potentials. Ze ontmoeten mensen waar ze geen weet van hebben. Zo komen ze weer in verbinding met de wereld om hen heen. Misschien wel met zichzelf. Zingeving met een groot woord. En niet alleen de spreekwoordelijke arme oude vrouwtjes voelen zich eenzaam en alleen. ‘It’s lonely at the top’ zeggen de meeste topmanagers: ze zijn net zo eenzaam. Er is veel sociale armoede en dat gaat door alle maatschappelijke lagen en opleidingsniveaus heen. Misschien omdat veel werk, juist in de dienstverlening, erg rationeel en koud is geworden. Je kijkt naar een scherm en praat tegen spraakcomputers. Het gaat om kille cijfertjes en alles moet meetbaar zijn. Ondertussen heeft ieder mens behoefte aan warmte en contact. Ook op het werk! Contact met anderen, en uiteindelijk contact met jezelf. Met je eigen diepere wensen, behoeften en verlangens.

Stenen stapelen!
De menselijk maat blijkt profijtelijk, en zelf in aktie komen bevredigend. Niet wachten op de overheid of politiek. Geen open brief naar de kabinetsformateur maar gaan helpen in een buurtrestaurant. Niet praten, niet klagen maar zelf iets gaan doen. Stenen stapelen! Heel bevredigend.

Dit artikel verscheen - in iets aangepaste vorm - in het Financieele Dagblad van woensdag 3 januari 2007.

woensdag, november 29, 2006

Nederland wereldkampioen

Op 22 november konden we kiezen uit heel veel conservatieve partijen. Van links naar rechts: conservatief, conservatiever, conservatiefst. Behouden (de achterhaalde verzorgingsstaat) of terugdraaien (de belaagde vrijheid) is de vraag. Belangrijkste verkiezingsthema’s? Hypotheekrenteaftrek en de AOW. Nederland is een behoudend land vol bange, ouwelijke mensen geworden.

We hebben een nieuw doel nodig! Aansprekend en aantrekkelijk. Een doel dat ons weer naar de toekomst laat kijken. Hier is een doel: Nederland Wereldkampioen; in 2020 is Nederland het allerbeste land ter wereld. Dat betekent het land met de meest gelukkige en de meest welvarende mensen. Wat is er nodig om van Nederland het allerbeste land te maken?

> Het beste onderwijs

In 2020 krijgen onze kinderen het allerbeste onderwijs ter wereld. Uitdagend, inspirerend, verleidelijk. Alle vertrouwen in de kwaliteiten van elk kind. Zodat elk kind zijn uiterste best zal doen om te laten zien wat het kan. Dat vergt heel veel betrokkenheid en creativiteit van leerkrachten. Degenen die het beste in leerlingen naar boven halen worden beloond. Een enorme investering, vooral in de leerkrachten zelf. Er vertrekken mensen uit het onderwijs. En er komen veel bij. Het onderwijs is een bijzonder uitdagende omgeving geworden vol creatieve en ondernemende kinderen.

> De gezondste mensen

In 2020 gaat het in de gezondheidszorg vooral om preventie. Mensen begrijpen dat het in de eerste plaats hun eigen verantwoordelijkheid is om gezond te blijven. De huisarts is een gezondheidscoach (die je ook goed en snel kan helpen als je een klacht hebt). Ziekteverzuim en lange uitval komen veel minder voor want we nemen onszelf in acht. Andersom, we functioneren goed omdat we doen waar ons hart naar uitgaat. Effect: meer produktiviteit en minder (hart)klachten. Gezondheidszorg is een zichtbaar en zelf bepaald onderdeel van ieders persoonlijke uitgaven. Gezondheid is een lucratieve markt. Afwentelen op het collectief is uitzondering geworden.

> Het mooiste wonen

In 2020 is de bouw van tuindorpen en villawijken helemaal op gang gekomen. Op plekken die nu geen landschappelijke of cultuurhistorische waarde hebben (maar wel krijgen!). In Flevoland (wat een ruimte!), in het Westland (kassen naar de Noordoostpolder) en in de Peel (mensen in plaats van varkens) ontstaan parkachtige omgevingen. Slimme verbindingen zorgen ervoor dat je snel op je werk of leerplek bent. Je betaalt zelf voor het groen en de ruimte (een gezamenlijke garantie van gemeente en projectontwikkelaar). Alle marktverstorende subsidies en aftrekposten (hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, huursubsidie) zijn afgeschaft. Iedereen weet en betaalt wat wonen kost. Een huis kopen is de standaard. De meeste mensen bouwen zo zelf een vermogen op en hoeven op niemand te leunen. De oude wijken zijn nog steeds broeinesten, maar nu van kleinschalige creatieve bedrijvigheid.

> De hoogste mobiliteit

In 2020 is de infrastructuur berekend op de vraag. Publiek-private ondernemingen investeren grootschalig in snelle en comfortabele vervoerssystemen. Die zijn rendabel omdat mobiliteit ook kost wat het echt kost. In de Randstad en de grote steden hoef je nauwelijks te wachten op vervoer. Op grotere afstanden is het tijdverspilling om nog in de auto te gaan zitten. De wegen hebben een lengte, hoogte en breedte die past bij de economische ontwikkeling. Mobiliteit is een van de spannendste technische en commerciële uitdagingen. Nederland is weer begaanbaar geworden, niet meer bezig met tijdverspilling.

> De meeste innovatie

In 2020 denkt een nieuwe generatie niet meer in beperkingen maar vanuit mogelijkheden. Ze zien overal onbenutte kansen. Ze komen doorlopend met oplossingen omdat ze niet problematiserend denken. Dit geeft een enorme boost aan de economie. Nederland wordt weer een waterland (een nieuwe rivier in de Betuwe, de terpen komen terug, drijvende dorpen). Met nanotechnologie maken we in de hele wereld vies water schoon en zout water zoet. We ontwikkelen schone energietechnologie en ijzersterke, superlichte materialen. Geen belasting van het milieu, geen uitputting van de aarde: duurzaamheid is uitgangspunt. Natuur wordt actief aangelegd op onrendabele landbouwgrond, het groene hart is een toegankelijk agripark, inclusief koeien in de wei. Art, design en entertainment integreren tot nieuwe vormen van relativerende ontspanning en inspirerende reflectie. Levenskunst onder de zeespiegel.

Wereldkampioen!

In 2020 is Nederland een alom bewonderd land. De steeds beter opgeleide immigranten integreren door steeds meer gemengde huwelijken. Ze zijn succesvol, vooral in de alsmaar groeiende dienstensector. Ze trekken massaal de stad uit. Senioren hebben elkaar ontdekt. Onderlinge dienstverlening is de nieuwe ruilhandel. Ze redden zichzelf door elkaar te helpen. Ze gebruiken de overwaarde van hun huis om goed verzorgde laatste jaren te hebben. Nederland is wereldwijd het toonbeeld van vindingrijkheid en creativiteit geworden. Door niet meer bang te zijn.

Dinsdag 28 november 2006 verscheen dit artikel (in iets gewijzigde vorm) in het Financieele Dagblad: Maak Nederland wereldkampioen. Het is een samenballing van de vervolgserie die in de zes weken voorafgaand aan de verkiezingen verscheen op www.debaak.nl.

dinsdag, november 14, 2006

Zin! ligt in de winkel!

Kijk voor alles over Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen (gratis download, bestellen, boekpresentatie, reacties en nog veel meer) op www.zinboek.nl

vrijdag, november 03, 2006

We hebben Zin! De toespraak die ik niet gehouden heb


Op Koninginnedag was het vijf graden. Toen had ik nog geen idee dat ik een half jaar later met een boek in handen zou staan. Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Mijn eigen boek. Dat idee moest toen nog geboren worden. Sinds 30 oktober hebben we
Zin! Een heel persoonlijk boek dat juist daardoor mensen raakt. Tenminste, dat is wat ik nu al terughoor. En dat is precies de bedoeling van dit boek: mensen raken, op het andere been zetten, in beweging krijgen. Zoals dat met mij ook gebeurd is. Dankzij alle mensen die mij redelijker, verstandiger, wijzer gemaakt hebben. Mensen die mij geïnspireerd hebben.

Zin! is in vijf maanden geschreven, vormgegeven en gedrukt. En ook nog op het internet gezet: www.zinboek.nl
. 'Je lijkt wel zwanger' zei mijn vrouw Léonne. Dat was ook zo. Ik was er vol van. In oktober voelde ik me letterlijk en figuurlijk een stuk lichter: bevallen van een boek en ook nog tien kilo kwijt.

Zin! is misschien wel een mooi voorbeeld van synchroniciteit. Bijna zeven jaar geleden vroeg ik Harry Starren, directeur van de Baak, of hij een aanbeveling wilde schrijven voor de Nederlandse vertaling van 'Synchronicity' van Joe Jaworski. Zo kwam ik in contact met de Baak en begon voor mij een nieuw leven als trainer. Nu staat er een aanbeveling van diezelfde Harry achterop Zin! 'Synchroniciteit' is inmiddels toe aan zijn zesde druk...

Ik voel me geholpen. Dit boek kon ontstaan dankzij alle mensen die spontaan hun hulp aanboden, erin durfden te investeren en wilden helpen het te lanceren. Mensen die hielpen andere mensen te vinden. Op dag twee kocht een goede fee de eerste exemplaren. Terwijl ik de eerste letter nog op papier moest zetten. Op dag tien zei uitgever Paul Quist 'Ja!'. Terwijl hij me nog nooit had ontmoet. Toen ik een grote bos bloemen kreeg met het kaartje 'Gefeliciteerd met de geboorte van je boek' kreeg ik tranen in mijn ogen. Misschien drong toen tot me door hoezeer ik geholpen en gesteund werd. Hoezeer mensen geloofden in wat ik aan het doen was. In de zomer stapte vormgever jacky-o vol vertrouwen in een project dat ze niet kon overzien. En de internetsite kreeg ik cadeau. Zoals iedereen die het wil Zin! nu ook cadeau krijgt: Je kunt het gratis downloaden op www.zinboek.nl

Ik hoop van harte dat de tijd rijp is voor Zin! Dat dit het moment is. Een boek als dit bestond nog niet. Het is een managementboek. En nog veel meer. Een plaatjesboek, een kijkboek, een leesboek. Iemand zei tegen de vormgever: 'Het Managers Vakantieboek!' Met Zin! krijg je jezelf een beetje beter door, je kunt meer om jezelf - en dus ook anderen ! - lachen. Je hoeft minder van een ander en bepaalt je meer tot jezelf. Zo kwam mijn vrouw op een leuke: 'Doe jezelf een plezier: Geef je man Zin!'

Ik hoop dat Zin! een kadoboek wordt. Dat je aan je relaties geeft, aan je medewerkers. Een boek waar je op verjaardagen mee aan kunt komen. Een boek waar je niet af kunt blijven. Een boek waarin je blijft bladeren, kijken en lezen. Een boek dat blijft en beklijft.

maandag, september 11, 2006

Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen

De afgelopen zomer heb ik een boek geschreven: Zin! Het gaat over leidinggeven aan jezelf en aan anderen. Over weten wat je wilt, en doen wat je kunt. Over zin krijgen, zin hebben en zin geven. In Zin! komt zeven jaar trainen en schrijven bij elkaar.

Zin! is een managementboek zonder moeilijke woorden. Je vind er geen ingewikkelde theorieën of complexe systemen in. Het is toegankelijk, begrijpelijk en herkenbaar.

Zin! is een kaleidoscoop van verhalen, belevenissen, observaties en beschouwingen. Het is ook een werkboek met vijfentwintig praktische opdrachten en oefeningen. En het is een full color kijkboek: het bestaat voor de helft uit illustraties en afbeeldingen. Zin! is een managementboek voor de beeldcultuur.

In Zin! vind je de meest uiteenlopende zaken bij elkaar gebracht: popmuziek, kwantum fysica, voetbal, het koninklijk huis, auto's, ambtenaren, grootmoeders en topondernemers. En even goed Adolf Hitler, Rembrandt, de rookcabine, Alice in Wonderland, Irak, Dutch Design en hondendrollen. Ook Prins Claus, Moeder Theresa, Osama bin Laden, Hermann Hesse, Albert Einstein en Jan Peter Balkenende passeren de revue. Steve Jobs, Marco van Basten, Nescio, Goethe, Johan Cruijff, Eminem, John Lennon en Van Kooten & de Bie: ze komen er allemaal in voor.

Zin! heeft niet alleen de flow en sfeer van een workshop, Het is een workshop in een boek. Je gaat er mee op reis en je kunt in- en uitstappen waar je wilt. Zin! is een belevenis die je naar eigen behoefte kunt vormgeven.

Zin! is vormgegeven door Jacky van Heist en verschijnt 30 oktober.

Klik hier voor meer info en om te bestellen bij uitgeverij Quist.



dinsdag, augustus 22, 2006

Naïef. Super. is Helemaal. Goed.

Af en toe gebeurt het me. Dat ik een boek in een ruk uitlees. En iedereen er over wil vertellen.

Naïef. Super. Van Erlend Loe. Zo'n titel verzin je niet. En hoe je die achternaam uitspreekt weet ik ook niet. Het is namelijk Noors. Het boek ligt niet in de winkel. Tenminste niet bij Verwijs, het boekenpaleis in Den Haag. Je moet het bestellen. Misschien omdat je van de cover (een speelgoedvliegtuigje dat in een natte loods is neergestort?) niet vrolijk wordt. Ik niet in ieder geval. Misschien had de vormgever net een documentaire over 11 september gezien. Of het boek halverwege in een hoek gegooid. Maar ik vind het toevallig wel het vrolijkst stemmende boek sinds jaren. Naiëf. Super. Daar word ik nou blij van. Het is een leuk boek. Een wijs boek. Het is ontroerend. Het raakt je. Dit boekje van nog geen tweehonderd bladzijden lees je op een zondag. Liefst als het regent dat het giet. Als het dak van de serre begint te lekken. Het maakt je niet uit. Tenminste, zo verging het mij.

Het bestaan van Naiëf. Super. (let op de punten!) ontdekte ik dankzij Margot Dijkgraaf van de NRC. Die krant had nooit een recensie geplaatst maar maakte dat weer goed door een grote reportage te plaatsen over de Prix Européen des jeunes lecteurs. Zeg maar Europese VWO'ers kiezen hun mooiste boek. Naiëf. Super. won, met afstand. "Het is een modern boek, echt een boek van onze generatie" zegt een scholier." En: "Naiëf. Super. gaat over onze generatie, onze tijd, over de consumptiemaatschappij, over individualisme. Hij geeft ons levenslessen, waar we van kunnen leren. Bovendien is het nog knap moeilijk om zo eenvoudig te schrijven over een ingewikkeld onderwerp." Waar gaat het dan over? Naiëf. Super. gaat over het leven. Niets minder dan dat. En de auteur Erlend Loe is veertig, twee keer zo oud als zijn lezers.

Dit zegt de uitgever de website (www.degeus.nl) : "De hoofdpersoon in Naïef. Super. verliest op zijn vijfentwintigste verjaardag niet alleen een partijtje croquet van zijn oudere broer, hij verliest ook de zin in het leven. Alle overbodige kennis die hij in de loop van zijn bestaan heeft vergaard, zit hem plotseling danig in de weg. Het liefst wil hij 's ochtends weer wakker kunnen worden met maar één gedachte in zijn hoofd. Dus bedenkt hij een therapie. Terug naar het nulpunt. Met een rode plastic bal, een speelgoedtimmerset en het aanleggen van lijstjes als hulpmiddelen probeert hij weer grip op zijn bestaan te krijgen."

En dit citaat geeft een aardige indruk van de toon en stijl van Naiëf. Super.:
"Ze hebben er een overweldigend assortiment ballen. Mooie en dure ballen. Van leer en andere degelijke materialen. Ik voel eraan, maar vind ze te veeleisend. Ik zal faalangst krijgen als ik zo’n bal koop. De tijd is nog niet rijp voor een kwaliteitsbal. Op dit moment moet het wedstrijdelement geheel uit mijn leven gebannen worden. Recreatie is het devies.
Ik heb een heel simpele bal nodig. Voor mijn part van plastic."

Goed. Nieuws. Er is nu een pocketuitgave voor € 5,99! Met een nieuwe omslag! Met een jongen! Met een rode bal! Komt het toch nog goed... Naïef? Super!



reageer

maandag, juli 10, 2006

De puzzel compleet...


All Missing Pieces














Hier zie je onze drie kinderen Camiel, Wrister en Quinten. Zo scherp als op deze foto zag ik het niet bij hun eerste optreden. Op het straatfeest. Teveel tranen in m’n ogen. Zo trots op die jongens. Ze hebben met elkaar een band gevormd, All Missing Pieces. Ze spelen zoals ze zelf zeggen ‘optimistische punkpoprock’. Ze schrijven alle nummers zelf. Ze zitten zelf achter optredens aan. Ze sparen en werken om hun instrumenten en installaties te kunnen kopen. Het speelplezier spat er vanaf, ze hebben een aanstekelijk enthousiasme. Ze staan er voor, ze gaan er voor. Ze doen het op hun manier, in hun tempo, op hun voorwaarden. En ze worden van de weeromstuit van alle kanten geholpen door een groeiende kring van mensen die in hen gelooft - omdat ze for real zijn. Zoals een buurtgenoot - iemand die het weten kan, zelf popmuzikant en producer - bij hun eerste optreden zei: ‘Het ziet er niet alleen leuk uit... ze zijn Ècht goed!’. Get up! heet hun eerste demo-CD.

Meer weten, horen en zien van All Missing Pieces?

Ga dan naar
  • de website van All Missing Pieces


  • reageer

    woensdag, juni 21, 2006

    Het gezin, een bron van inspiratie voor de overheidsorganisatie


    Rupsjenooitgenoeg
    Vergelijk de samenleving eens met een gezin. Met de overheid als ouder, en de burgers als kinderen. Wanneer je als ouder de hele dag voor je kinderen loopt te zorgen heb je het heel erg druk. Bovendien, je kinderen leren niet veel. Het effect is dat jij loopt te sloven, dat je elke dag bekaf bent, maar toch geen waardering krijgt. Erger nog, het is nooit goed en (Rupsje) nooit genoeg. Het eind van het liedje is dat je je als ouder gefrustreerd en niet gewaardeerd voelt en dat je verwende kinderen hebt met een grote mond en weinig incasseringsvermogen. Leg dat plaatje eens op Nederland: politici en ambtenaren in het verdomhoekje en burgers met een kort lontje. Overheid, houd op de hele dag voor alles te zorgen. Dan gaan al die verwende burgers misschien weer zien hoe goed we het hier hebben... dankzij die overheid.

    Shit Happens!
    Kinderen leren met vallen en opstaan. Letterlijk. En dat is wel eens huilen. Als je kind zich bijvoorbeeld aan de tafelrand stoot. Dat is meestal ook snel weer over. Toch is het vaak moeilijk om dat als ouder aan te zien. Je vindt het al snel zielig. Je wilt je kind voor pijn te behoeden. En toch, je kunt niet de hele dag achter je kind aan lopen. Wat je wel kunt doen is die leuke koffietafel met die scherpe hoeken uit de huiskamer weghalen tot je kinderen groter zijn. Zodat je echt gevaar voorkomt, dat is je verantwoordelijkheid als ouder. Maar verder? Kinderen stoten zich nu eenmaal. En daar leren ze van. Bijvoorbeeld om tegen een stootje te kunnen. Worden het geen watjes. Dat zou je de Nederlandse burger ook gunnen. Niet zo snel huilen en zichzelf (of een ander) zielig vinden. Weer incasseringsvermogen ontwikkelen, niet zo verontwaardigd als het even tegen zit. Overheid, leg de burger uit: Shit Happens! De overheid kan niet alles voorkomen. De overheid biedt geen geluksgarantie.

    Helemaal niet zielig
    In een gezin wil het nogal eens gebeuren dat er onevenredig veel aandacht gaat naar ÈÈn van de kinderen. Bijvoorbeeld een kind dat niet lekker in z’n vel zit of vaak ziek is. Onbedoeld kan zo’n kind de stemming in een gezin nogal bepalen. De andere kinderen kunnen zich tekort gedaan voelen of zelfs gaan denken dat je pas aandacht krijgt als het niet goed met je gaat. Het effect is soms dat kinderen waar het goed mee gaat, net gaan doen of het niet goed met ze gaat. Want dan krijg je wat je nodig hebt: aandacht. Voor ouders is het een kunst om de kinderen waar het goed mee gaat, ook voldoende aandacht te geven. En aandacht ligt ten grondslag aan het belangrijkste dat je je kind kunt meegeven: een stevige basis, fysiek, mentaal en moreel. En dan is het aan het kind wat het met die basis doet. Daar ga je niet over als ouder. Zo kan de overheid de burger voorzien van voldoende basis: veiligheid, zorg, onderwijs. En dan is het aan de burger om daarmee te doen wat hem goeddunkt, al naar gelang van wat hij kan en wil. Overheid, moedig eigen initiatief en ondernemerschap aan, in plaats van zieligheid als uitgangspunt te nemen. Want alle aandacht voor wat niet goed gaat is ontmoedigend voor degenen waar het wel goed mee gaat en die misschien nog wel veel beter kunnen. Waar we allemaal weer plezier (en inkomen) van kunnen hebben.

    Aardig, of respect?
    In een gezin werkt het niet om alle kinderen hetzelfde te geven. Elk kind heeft bijvoorbeeld een eigen vorm van aandacht nodig. Persoonlijke aandacht, afgestemd op de aard van het kind. Want elke ouder weet dat elk kind verschillend is. Ook al hebben ze dezelfde ‘bouwplaat’. Dat maakt het ook zo leuk. Soms is het verstandig om het ene kind iets toe te staan en het andere juist niet. Of te zorgen dat de een iets krijgt wat de ander niet krijgt. Ook al vindt dat kind dat helemaal niet aardig van je, want die vindt het ‘niet eerlijk’. Als ouder moet je helemaal niet aardig gevonden willen worden. Want dan valt er altijd met je te marchanderen. Zo is de overheid is er ook niet om aardig gevonden te worden. Met name politici vinden dat nogal eens lastig. Ze zijn bang dat dat zich vertaalt in slechte peilingen en uitslagen. Maar dat is nog maar de vraag. Want het gaat niet om aardig zijn, het gaat om respect. En respect betaalt zich uit. Kijk wat Gerd Leers in Maastricht bereikt met vriendelijke stevigheid.

    Geef me de ruimte
    Kinderen groeien van volle aandacht en oprechte betrokkenheid. Geloof in hun potentieel (‘Je kunt het!’) maakt dat ze zich groot en stevig voelen. Zo kunnen ze boven zichzelf (en hun ouders) uitstijgen. Hen beperken met nodeloze (vaak uit ‘hoe het hoort’ of uit angst geboren) regeltjes is fnuikend voor hun zelfvertrouwen en initiatief. Geef me de ruimte!, schreef Thea Beckman. Kinderen in hun nek hijgen maakt ze klein en onzeker. Vertrouwen is het sleutelwoord. Spreek met je kinderen een overzichtelijk aantal eenvoudige basisregels af, geef ze binnen dat kader de ruimte en je ziet ze groeien. Geef ze vertrouwen en je ziet ze groeien. Datzelfde geldt voor de burger. Overheid, geef de burger vertrouwen. Dan zullen we nog versteld staan van onszelf en van elkaar. Want de burger kan veel meer dan hij zelf denkt. Als we dat potentieel nou eens aanboren! Dat belooft wat aan innovatie! Dat is nog eens bestuurlijke vernieuwing!

    Dit artikel is geinspireerd door de opvoedkunst en pedagogische inzichten van mijn vrouw Leonne Meiresonne (de link naar haar weblog vind je in de sidebar).

    Dit artikel werd ook gepubliceerd op
    http://www.bestuurskunde.nl/publicaties/virtueel/archief/nieuw/juni2006.htm

    reageer

    maandag, mei 29, 2006

    Zeven persoonlijke vragen aan iedereen die leiding geeft

    .......................................................................

    ‘Niet weer een artikel over management en leiderschap. .!’ Er wordt wat over afgeschreven. Managementtheorieen te over: we proberen de werkelijkheid te vatten in systemen en modellen. Dingen kun je regelen, een project kun je managen, maar mensen? Mensen kun je leiding geven. Maar willen ze jouw leiding ook ontvangen?

    1. Wat wil je eigenlijk, en wat doe je eraan?

    Weet ik wat ik wil en ben ik daar duidelijk over?
    Wanneer je niet uitermate duidelijk bent over wat je wilt leidt dat al gauw tot verwarring bij alle betrokkenen. 'Dat heb ik toch gezegd?', 'Dat weet je toch?'. Niet dus. We noemen dat miscommunicatie, maar gebrek aan moed om duidelijk te zijn komt meer in de richting. Als je niet weet wat je wilt kun je ook niet duidelijk zijn. En andersom, je bent duidelijk als je helder voor ogen hebt wat je wilt.

    Handel ik er ook naar, geef ik zelf het goede voorbeeld?
    Niets is fnuikender dan een leidinggevende die niet de daad bij het woord voegt en zelf het goede voorbeeld geeft. Als de aanvoerder te laat komt, mag iedereen te laat komen, en als de baas fraudeert is dat een vrijbrief voor alle medewerkers. Als ik thuis tegen mijn kinderen roep: 'Jongens aan tafel!', gebeurt er niets als ik ondertussen nog even naar het toilet loop. Doe zelf wat je van anderen verlangt, wees het wandelende voorbeeld.

    Voor integriteit is bewustzijn nodig. Zo vertelde een getuige in de bouwfraude-enquete dat hij tijdens een cursus op De Baak erachter was gekomen dat het gebruikelijke sjoemelen in de bouw eigenlijk een vorm van fraude was. De reactie van Paul Fentener van Vlissingen op het gedrag van Cor Boonstra en Cees Van der Hoeven was: ‘Dat doe je gewoon niet..!’. Maar ja, dan moet je het je wel bewust zijn.

    2. Wat heb je te geven?

    Geef ik richting?
    Wijs je je mensen de weg en loop je zelf voorop? Markeer je steeds weer een volgend doel, schep je een aansprekend perspectief? Geef je een doel om naar te streven: begrijpelijk, haalbaar, binnen bereik voor alle betrokkenen?

    Geef ik ruimte?
    Schep je een duidelijk kader waarbinnen je mensen de ruimte hebben om zichzelf te zijn en het beste te geven? Elke ruimte, zelfs het heelal, houdt ergens op: geef je duidelijk aan waar de grens ligt in termen van tijd, geld en middelen?

    Geef ik rust?
    Laat je je mensen met rust, zodat ze hun werk kunnen doen? Val je hen niet lastig, laat je hen? Mensen weten vaak meer dan ze denken... en misschien ook wel meer dan jij denkt. Geef je mensen de kans dat te ontdekken? Geniet van hun vindingrijkheid!

    Durf ik vrijheid te geven?
    Kun je het aan om je mensen los te laten en het bereiken van resultaten aan hen over te laten? De meeste zijn per slot professionals, ze worden geacht te weten waar ze mee bezig zijn. En... als je echt denkt dat je het zelf beter kunt dan ga je het toch lekker zelf doen?!

    Durf ik verantwoordelijkheid te geven?
    Kun je niet alleen taken, maar ook de bijbehorende verantwoordelijkheden overdragen? We hebben het over volwassen mensen, goed opgeleid en toegerust voor hun werk. Ze zijn er toch voor aangenomen?

    Durf ik vertrouwen te geven?
    Kun je leven met de gedachte dat het misschien niet helemaal goed gaat, of in ieder geval anders dan je het zelf zou doen? Misschien gaat het wel beter dan je je voor kunt stellen. Laat je eens verrassen!

    Het management van Jenny Thunnissen, directeur van de Belastingdienst en overheidsmanager van het jaar, is van een briljante eenvoud: Wees duidelijk over het Wat (het resultaat dat je van je mensen verlangt), laat je mensen zelf het Hoe bepalen (de manier waarop ze dat resultaat bereiken) en spreek ze dan weer aan op het bereiken van het Wat.

    3. Wat durf je te vragen?

    ‘Dit kun je van mij verwachten’
    Het is natuurlijk eng om afspraken te maken over wat een ander van jou aan resultaten kan verwachten. Zeker als je in het behalen daarvan weer afhankelijk bent van anderen, bijvoorbeeld van je medewerkers. Want als het goed is word je er op aangesproken.

    ‘En wat kan ik van jou verwachten?’
    Misschien is het nog veel enger om met een ander af te spreken wat je van hem of haar kunt verwachten. Want je zult die ander daar weer op moeten aanspreken. Als je dat niet doet worden het lege, loze woorden en gaat die ander uiteindelijk met je aan de haal. Je weet het, en toch is het lastig.

    Als je met iemand een afspraak maakt dan mag je hem of haar daar toch op aanspreken? Daar stoot je iemand toch niet mee voor het hoofd? Je kunt iemand toch niet kwetsen door te rekenen op wat is toegezegd? En je mag toch teleurgesteld zijn als het niet gebeurd is? Je mag er zelfs boos over zijn! Want jij kunt op jouw beurt niet leveren wat jij hebt toegezegd omdat de afspraak met jou niet is nagekomen. Door een ander serieus te nemen, neem je jezelf serieus. En andersom, de ander zal jou serieus nemen. Eigenlijk hebben we het hier over volwassen met elkaar omgaan.

    ‘Dit heb ik nodig om mijn werk goed te kunnen doen’
    Om optimaal te kunnen presteren heb je resources nodig. En het is lastig om daar expliciet om te vragen. Het ‘Kinderen die vragen...’ zit diep. Vaak zijn we zo blij dat we iets mogen doen dat we vergeten om te vertellen wat we daarvoor nodig hebben: tijd, ruimte, mensen, middelen.

    ‘En wat heb jij nodig om je werk goed te kunnen doen?'
    Geconfronteerd met deze directe vraag komt bijna elke medewerker met suggesties voor kwaliteitsverbetering. De meesten weten heel goed wat ze nodig hebben om beter te presteren. Je hoeft als manager heus niet alles zelf te bedenken: vraag het je mensen en ze zullen je het vertellen.

    4. Kun je nog spelen?

    Kan ik plezier maken?
    Misschien is het hebben van plezier in je werk, en dat uitstralen!, wel het belangrijkste wat je als leidinggevende kunt bijdragen. En als je dat plezier in jezelf niet voelt, is het misschien de hoogste tijd om jezelf eens achter de oren te krabben. Een ander kan jou niet blij maken, dat kun je alleen zelf. Het helpt niet om te wachten op een nieuwe directeur, nieuw beleid of de volgende reorganisatie. ‘I can’t make you feel happy if you don’t feel happy already..!’, riep Donna Summer tijdens haar optredens.

    Ben ik echt zo belangrijk?
    Misschien is het niet nodig om de hele dag met zo’n uitgestreken gezicht rond te lopen. Natuurlijk, je hebt grote verantwoordelijkheden en je wilt serieus genomen worden... maar doe je thuis ook zo? Probeer jezelf eens voor te stellen, op weg naar de volgende bespreking - hoe zie je eruit? Als iemand die plezier heeft in zijn werk, die lekker bezig is? Of als iemand die het heel druk heeft, heel belangrijk is en zich veel zorgen maakt?

    Ben ik wel open en eerlijk?
    Durf je te zeggen wat je voelt? Over wat je voelt zul je nooit aanvaringen krijgen. Kun je terugkomen op uitspraken waarvan je spijt hebt? Een voorbeeld uit huiselijke kring. We zitten aan het avondeten. Ik voel me gespannen en val uit tegen de middelste van onze drie kinderen. Er valt een pijnlijke stilte. Ik begin me te schamen, maar kan geen sorry zeggen. Dan zegt de oudste: ‘Pap, jij bent toch trainer/coach..?’. Zo, die zit. Ik kan m’n excuses maken, opgeruimd.

    5. Ken je jezelf?

    Wie ben ik?
    De meest brandende vraag, die niemand voor je kan beantwoorden. Dat kun je alleen zelf en het is een hele zoektocht. Een ding is zeker, in een managementboek zul je het antwoord niet vinden. Een goeie film, een mooie roman, de stilte van muziek, een lange wandeling, een retraite, een fikse burn out - het kan allemaal helpen om (een stukje van) het antwoord te vinden. Maar recepten zijn er niet.

    Wat wil ik?
    Sjacherijn en depressie kunnen signalen zijn dat je niet bezig bent met wat je echt wilt. Maar misschien ben je gewoon nog niet zover dat je daar achter bent of al bij kunt. Hopeloze vragen als: ‘Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?’ helpen je bewust te worden van je ongemak en ongeluk. Zin en zingeving komen hier om de hoek kijken, net als bij de volgende vraag.

    Wat draag ik bij?
    Bij deze vraag komt de ander in beeld. Je omgeving beoordeelt jouw bijdrage op de relevantie voor het geheel - als gebruiker, klant, medewerker, leidinggevende, partner. Vraag het eens om je heen, aan de mensen in je omgeving: ‘Wat vind jij dat mijn belangrijkste bijdrage is?’. De antwoorden kunnen je nog verrassen. En meestal zijn het andere dingen dan je tot nu toe in je CV hebt gezet.

    Hoe verpest ik het?
    Een andere, verrassender vraag is: ‘Zeg nou eens eerlijk, waar kan ik wat jou betreft nou beter mee ophouden?’. Die antwoorden ken je soms wel, maar ja, je doet het nog steeds. Steeds diezelfde dingen waarmee je het jezelf moeilijk maakt. Maar zolang de mensen om je heen het je nog willen vertellen heb je nog krediet. En alleen al het durven stellen van de vraag levert je weer krediet op.

    6. Waar maak je je druk over?

    Ligt dit binnen mijn macht?
    Veel dingen die je op televisie ziet of waarover je in de krant leest kunnen je raken. Je voelt je bij een onderwerp betrokken (honger in de wereld, geweld op straat) maar heb je er ook echt invloed op? Hetzelfde geldt voor de koers van de organisatie waarvoor je werkt of wat de collega’s om je heen elkaar op een dag allemaal aandoen. Het raakt je, maar je kunt er minder aan doen dan je misschien zou willen. Om frustratie te voorkomen kun je jezelf de volgende vraag stellen.

    Wat kan ik er zelf aan doen?
    Bouw ik de frustratie al in door me te bemoeien met iets waar ik niet over ga, of misschien zelfs niets mee te maken heb? Deze nuchterheid hoeft er niet toe te leiden dat je het erbij laat zitten. Toen de oorlog tegen Irak begon waren mijn vrouw en ik er ons van bewust dat we er niets tegen konden doen: het lag buiten onze macht. Toen hebben tegen elkaar gezegd: 'Laten we hier thuis minder oorlog te maken’. Dat lukte, minder ruzie lag binnen ons bereik.

    7. Ben je echt?

    Durf ik mezelf te zijn?
    Ga maar na, van wie krijg je zelf liever leiding, van iemand die zichzelf is, of van iemand die doet zoals hij denkt dat hij moet doen: hoogst vermoeiend, eigenlijk een geaccepteerde vorm van elkaar voor de gek houden. Hou op een ander te spelen! Martin Buber vertelt het verhaal van Rabbi Susja, die kort voor zijn dood zegt: ‘In het toekomende Rijk zal mij niet gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij Mozes niet geweest?’. Mij zal gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij Susja niet geweest?’.

    Authenticiteit is in, je moet ‘echt’ zijn. Maar hoe doe je dat? Soms gebeurt het pas als het niet meer hoeft. Toen beroepspoliticus Ad Melkert zich terugtrok zagen we weer een mens tevoorschijn komen. Zijn afscheidsspeech was indrukwekkend, zijn bevlogenheid en betrokkenheid werd voelbaar. Toen lijsttrekker Thom de Graaf op de avond voor de verkiezingen niets meer te verliezen had liet hij bij Barend en Van Dorp eindelijk meer van zichzelf zien. ‘Als je altijd zo doet wil ik wel op je stemmen hoor!’, was het commentaar in de studio.

    Mogen anderen er ook zijn?
    Kun je bij binnenkomst je ego aan de kapstok hangen? Hoef je niet altijd haantje de voorste te zijn? Als je gewend bent om hard roepen en veel te toeteren is het vaak moeilijk om zelf te luisteren. Misschien ben je bang dat een ander je voor is: het beste-jongetje-van-de-klas syndroom. Geef een ander de ruimte, geef eens voorrang. Geniet van al die verzamelde energie en intelligentie om je heen!

    Weet ik veel?!

    'Ik weet het niet'
    Durf je tegen een medewerker, een leidinggevende of een opdrachtgever te zeggen: 'Ik weet het niet'? Durft een secretaris-generaal tegen zijn minister te zeggen: ‘Het spijt, maar dit kan gewoon niet’? Zegt een minister tegen de Tweede Kamer: ‘Wat jullie van me vragen is te zot voor woorden, ik doe het niet’? Niets is zo vermoeiend als de schijn ophouden, voor jezelf en voor een ander. Ja zeggen, nee doen: ‘Yes Minister’. Maar ‘Nee’ is ook een antwoord. Weinig dingen werken zo bevrijdend als durven zeggen: 'Ik weet het niet' of: 'Ik kan dit niet'.

    Bij zijn afscheid werd Wim Dik gevraagd wat nou het belangrijkste was dat hij geleerd had in zijn jaren als voorzitter van de Raad van Bestuur van KPN. Hij vertelde dat hij er achter was gekomen dat hij een grote organisatie kon aansturen, maar niet het leven van zijn eigen zoon. Je hoeft niet alles te weten, en zeker niet alles te kunnen - het maakt je menselijk.

    'Dit voelt me niet goed’
    Durf je op je gevoel te vertrouwen? In je hoofd is het een kloppend verhaal, je hebt het weer knap bedacht... en toch, het voelt niet goed. Want ergens weet je wel dat er iets niet klopt. Je hoofd argumenteert, maar je hart zegt anders. Kun je dat toelaten, of misschien nog beter: toegeven. Je weet meer dan je denkt... als je je hoofd af en toe uit kunt zetten.

    De internationale perschef van een van de grootste Nederlandse concerns leek er tijdens een bijeenkomst met communicatiecollega’s werkelijk van overtuigd dat het hem niets kon schelen dat de naam van zijn bedrijf in Nederland minder goed was dan in veel andere landen. ‘Helemaal niet erg, want...’ en dan volgde een sluitende redenering. Vanuit de steeds onrustiger zaal werd hem de ‘Jan Mulder-vraag’ gesteld: ‘Maar hoe voel je je nou..?’. De perschef ging er tot twee maal toe niet op in. Tot iemand het antwoord door de zaal schalde: ‘Je voelt je klote..!’. Toen viel hij eindelijk stil.

    'Wie het weet, mag het zeggen’
    Er wel eens aan gedacht om het je kinderen te vragen als je het niet meer weet? Die kunnen nog heel oorspronkelijk denken. Wij volgen creativiteitsworkshops om het weer te veroveren. Of een eind gaan wandelen: de cadans van stevig doorstappen brengt binnen de kortste keren een gedachtenstroom op gang. Ingevingen krijg je pas als je even niets meer aan je hoofd hebt: Archimedes riep ‘Eureka’ terwijl hij in bad lag, Newton zat te mijmeren onder een appelboom. Direct toegegeven, ogenschijnlijk niets doen is lastig voor ons calvinisten.

    ‘Ama et fac quod vis’ was de leefregel van kerkvader Augustinus. In het engels vertaalt: ‘Love, and do what you will’ - in het Nederlands lastig te vertalen zonder dat de diepte ervan verloren gaat. Mijn praktische vertaling: doe de dingen die je doet liefdevol. Want liefde is misschien het enige wat werkelijk telt. Op 11 september konden sommige mensen nog met hun geliefden bellen voor ze te pletter werden gevlogen. ‘I love you’ waren hun laatste woorden.


    (Dit artikel verscheen eerder in: Baak! 02 jaargang 05, april/mei 2004)

    reageer

    vrijdag, mei 19, 2006

    Uitzicht op andere politiek, voor mensen die niet bang zijn

    ............................................................................................


    A. HET BESTE ONDERWIJS TER WERELD

    1. Iedereen leert lezen en schrijven

    Taal is de belangrijkste, meest bepalende voorwaarde om maatschappelijk te kunnen functioneren.

    Daarom geen kind van de basisschool dat niet kan lezen en schrijven:
    > extra aandacht en extra taallessen voor kinderen met taalachterstand;
    > alle kinderen kunnen goed lezen en schrijven aan het eind van de basisschool;
    > alle analfabeten (ca 1 mln mensen!) krijgen taalles aangeboden, al of niet via werkgever.

    2. Leren op jouw manier

    Steeds meer kinderen vragen om een op hun eigen, persoonlijke manier van leren afgestemde onderwijsaanpak (dyslectisch, hoogbegaafd, creatief/associatief lerend etc). De gesloten, industriële rangen- en standenmaatschappij verandert in hoog tempo in een open, 'platte' en internationale samenleving. Daarin is creativiteit en ‘out of the box’-denken nodig.

    Daarom volop tijd en aandacht voor het individuele kind en diens talenten:
    > kleinere klassen, meer verschillende leer- en lesvormen;
    > tijdige (h)erkenning van speciale begaafdheden en daarop inspelen;
    > beter en breder opgeleide leerkrachten;
    > alle tijd en ruimte voor docenten om te handelen zoals hen als professional goeddunkt.

    3. Ook leren met je handen

    Teveel middelbare scholieren worden niet genoeg aangesproken op hun kwaliteiten en talenten (hart en handen). De eenzijdige nadruk op cognitief leren (hoofd) doet hen afhaken, terwijl er onophoudelijk vraag is naar mensen voor de zorg en mensen die een ambacht beheersen.

    Daarom het VMBO in het teken stellen van werken en werkplezier (niet ontmoedigen maar bevestigen):
    > het bedrijfsleven als partners de school in brengen en scholieren als jong talent naar de werkvloer;
    > zowel bedrijfsleven als scholen en leerlingen mogen en kunnen hier geld aan verdienen;
    > alle ruimte voor ondernemende scholen.

    4. Zoveel mogelijk mensen zo hoog mogelijk opleiden

    Om onze welvaart & welzijn te behouden is een zo hoog mogelijk opgeleide bevolking nodig.

    Daarom aantrekkelijk en toegankelijk onderwijs, ook voor mensen die er door sociale of leerachterstand langer over doen (tegelijkertijd voorkomen dat het niveau van het onderwijs daalt, geen ‘zesjescultuur’):
    > strenge toegangseisen en harde eindtermen;
    > eenvoudige en logische doorstroom van MBO naar HBO, en universiteit (niet iedereen volgt dezelfde leer- en ontwikkelweg);
    > ook op latere leeftijd nog kunnen leren: iedereen krijgt 10 jaar ‘leerrechten’ (voor je gehele leven).


    B. DIVERSITEIT EN ONDERNEMERSCHAP

    5. Lang leve de multiculturele samenleving!

    Ons land is vanouds een van de meest internationaal georiënteerde landen ter wereld, daar hebben we onze welvaart aan te danken. Impulsen van buiten hebben ons altijd scherp, actief en in beweging gehouden. Diversiteit is een zegen en de multiculturele samenleving is een enorme kans, kijk maar naar het groeiend ondernemerschap en toenemende bedrijvigheid van immigranten.

    Daarom:
    > iedereen die een aantoonbare economische of culturele bijdrage levert is van harte welkom, incl studenten;
    > de regelgeving voor het oprichten van een bedrijf wordt zo eenvoudig mogelijk gemaakt;
    > meer belastingvoordelen voor jonge starters, incl. ZZP'ers.
    > aanpassing faillissementsrecht (geen voorrang voor fiscus: minder risico voor investeerders).


    C. VRIJHEID VAN LEVEN EN WERKEN

    6. Werken zoals je wilt, wonen met wie je wilt

    Uitkeringen belemmeren op dit moment individuele ontplooiing en economische ontwikkeling: ze houden mensen gevangen in inactiviteit (armoedeval!). Controle op woon- en leefvormen is een inbreuk op de privacy, het systeem is een uitnodiging tot frauderen.

    Daarom:
    > Bijstand, AOW, Studiefinanciering en Kinderbijslag vervangen door een basisvoorziening voor iedereen (leeftijdsafhankelijk, via negatieve inkomstenbelasting);
    > van elke verdiende euro word je direct beter in je portemonnee;
    > de pensioengerechtigde leeftijd kan vervallen: je werkt zoveel en zolang je wilt.

    De arbeidsparticipatie neemt toe want werken loont. Iedereen is verzekerd van een bestaansminimum. Geen tandenborstels meer tellen: je mag samenwonen met wie je wilt! Dit is echte vrijheid, geen betutteling maar beschaving.

    7. Alle afspraken maken die je wilt

    De overheid hoeft zich niet te bemoeien met werknemersverzekeringen (WW, WIA), daar kunnen werknemers en werkgevers ook samen uitkomen.

    Daarom vrijheid om zelf te bepalen welke verzekeringen je af wilt sluiten:
    > WW en WIA verzelfstandigen, het zijn verzekeringen die werknemers zelf kunnen afsluiten, in overleg met, en/of aangeboden door de werkgever;
    > CWI kan opgeheven, UWV verzelfstandigd;
    > freelancers en ZZP'ers zijn ondernemers en als zodanig behandelen: ze doen geen beroep op sociale voorzieningen en betalen er evenmin aan mee, dus ook geen naheffingen wegens vermeend werknemerschap;
    > vakbonden kunnen zich ontwikkelen tot inkomensverzekeraars.

    8. CAO's voor wie wil

    Algemeen geldende CAO's belemmeren een gezonde economische ontwikkeling, ze beschermen gevestigde belangen en sluiten andere contractvormen en nieuwe intreders uit.

    Daarom alleen een CAO-contract als je er zelf voor kiest:
    > werknemers en werkgevers hebben de vrijheid om alle afspraken te maken die ze willen;
    > vrij kunnen kiezen tussen CAO-afspraken of maatwerk;
    > algemeen verbindend verklaren van CAO’s afschaffen.


    D. VAN HUREN NAAR KOPEN

    9. Een eigen huis, een plek onder de zon!

    Veel jonge mensen willen maar kunnen geen betaalbaar huis kopen en blijven ontevreden 'hangen' in de overvolle sociale huurmarkt die niet voor hen bedoeld is.

    Daarom zoveel mogelijk mensen de kans geven op een eigen huis:
    > woningbouwverenigingen gaan zich transformeren tot projectontwikkelaars van eenvoudige koopwoningen (tussen 1 en 2 ton) en gebruiken daarvoor hun enorme fondsen;
    > gemeenten bieden hiervoor grond aan zonder overwinst;
    > binnen dertig jaar is 80% van de huizen koopwoning.


    E. MAKKELIJKER BEWEGEN

    10. Stilstand is achteruitgang (en maakt sjacherijnig)

    We kunnen ons in ons niet snel genoeg bewegen; we verspillen met wachten en stilstaan tijd en energie die we beter kunnen besteden, om te werken en te ontspannen.

    Daarom betere verbindingen en beprijzen weggebruik:
    > meer bredere wegen;
    > meer dubbele sporen;
    > meer snelle lightrail;
    > kilometerheffing;
    > tolpoorten bij grote steden;
    > ondertunneling van kwetsbare gebieden.


    F. MEER NATUUR, BETER MILIEU

    11. Maak Nederland mooier

    Ons land 'verrommelt', ongemerkt slibt het dicht, het open en cultuurhistorisch karakter van grote gebieden wordt bedreigd.

    Daarom beschermen waar nodig, ontwikkelen waar mogelijk:
    > belangrijke historische cultuurgebieden echt beschermen en open houden;
    > natuur aanleggen op vrijgekomen landbouwgronden;
    > voor elke strekkende meter asfalt in de randstad een hectare natuur terug;
    > geclusterd bouwen in het buitengebied.


    G. ENERGIE-ALTERNATIEVEN

    12. Niet meer afhankelijk van olie en gas

    We zijn in onze energievoorziening afhankelijk van fossiele brandstoffen (olie en gas), die raken op en er ontstaat oorlog en politiek gemarchandeer door.

    Daarom de afhankelijkheid van olie en gas zo snel mogelijk verminderen:
    > investeren in fundamenteel onderzoek naar alternatieve energiebronnen (waterstof, kernfusie);
    > omschakelen naar andere energiedragers mogelijk maken (bijv. waterstof tanken) ;
    > hoe meer vervuilend en belastend de energiebron hoe hoger de belasting (zodat een level playing field ontstaat).


    reageer

    zondag, mei 14, 2006

    Workshop Ben ik duidelijk?

    Een workshop over heldere, dagelijkse communicatie
    Authentiek communiceren en effectief feedback geven

    Gedoe op het werk
    Veel 'gedoe' op het werk ontstaat door ongelukkig en onhandig communiceren. Veel mensen vinden het lastig om een duidelijk appèl te doen. Om vriendelijk te vragen in plaats van te eisen. Om de ander niet direct iets te verwijten als het even tegen zit. Om te praten vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. Heel menselijk allemaal. Dagelijkse kost. Het levert een hoop ‘gedoe’ op.

    Kun je duidelijk zijn?
    Aan dat ‘gedoe’ is wat te doen. En dat is hard nodig ook. Want er gaat veel teveel tijd mee heen. Allemaal energie die je beter kunt gebruiken. De oplossing ligt bij duidelijk durven zijn. Zeggen waar het op staat. Op een manier die werkt, die niet afstoot. Duidelijk tegen je collega's en je medewerkers. Om meer plezier in je werk te krijgen.

    Weten wat je wilt, laten weten wat je verwacht
    We hebben de neiging elkaar te willen sparen, we blijven vriendelijk, en ondertussen zijn we niet eerlijk. Voor wie heb je meer respect: aardig maar niet eerlijk, of duidelijk en wel eerlijk?
    Ben je bereid in iemand te investeren, door hem/haar te vertellen wat je echt van zijn/haar prestaties vindt. Met het risico dat iemand boos wordt, wegloopt? Maar ook met de kans dat een ander het begrijpt en zijn gedrag gaat veranderen?
    Durf je het er op aan te laten komen, wetende dat doormodderen, je ergeren, etc. vroeg of laat op jou terugslaat in de vorm van een suboptimaal functionerend team? Want wie heeft er uiteindelijk een probleem als een medewerker niet functioneert? Dat is toch altijd de leidinggevende? Het is de kunst om van meet af aan duidelijk te zijn.
    De vraag is: Weet je echt wat je wilt? Weet je wat je verwacht van de ander? En wat kunnen ze van jou verwachten? Daarna is het zaak steeds direct feed back te geven, niets op te zouten (dan wordt het groot). Het functioneringsgesprek vindt bij wijze van spreken dagelijks plaats. Het beoordelingsgesprek is letterlijk een formaliteit en bevat geen verrassingen.

    Effectieve gesprekken leren voeren
    Het doel van dit programma is dat deelnemers inzicht verkrijgen in hun manier(en) van communiceren. Daarbij staat het eigen doen en laten centraal en de effecten daarvan op de mensen om hen heen. Na afloop van het programma weten de deelnemers hoe ze in een eigen stijl en op een persoonlijke manier helder en transparant kunnen communiceren. De deelnemers leren effectief gesprekken voeren - op een manier waar alle betrokkenen baat bij hebben. Dit kunnen zowel beoordelings- en functioneringsgesprekken als opdracht- en feedbackgesprekken zijn. Het effect is minder ‘gedoe’ tussen mensen en meer plezier in het werk, wat resulteert in minder uitval en meer productiviteit.

    Moeite om je uit te spreken? Lastig om een ander aan te spreken?
    Het programma is ontwikkeld voor iedereen die moeite heeft met ‘moeilijke’ gesprekken op het werk. Het is bedoeld voor zowel leidinggevenden als professionals die het lastig vinden om op een effectvolle manier te zeggen waar het op staat. Effectvol wil zeggen: onbeladen, vrijlatend en uitnodigend, zonder te vervallen in oordelen, verwijten en dwingend eisen. Dit programma is bijzonder geschikt voor teamleden die moeite hebben om zich te uit te spreken en een ander aan te spreken.

    Bevrijdende ervaring - in drie stappen
    Het programma beslaat een volle dag: drie dagdelen, van 09.00u tot 20.00u.
    In het eerste dagdeel staat bewustwording van allergieën centraal. Je wordt je bewust van vooroordelen en vastgezette beelden, hoe (vaak onbewuste) ergernissen en irritaties een gesprek ‘moeilijk’ maken.
    Het tweede dagdeel is er om nieuwe manieren van communiceren te ontdekken en eigen te maken. Je brengt je ‘moeilijkste gesprek’ in en verkent dat met elkaar.
    Het derde dagdeel wordt besteed aan het verder en verdiepend oefenen met eigen cases: een gesprek voeren waarin je volstrekt duidelijk bent zonder dat dit leidt tot escalatie. En te ervaren hoe dat bevrijdend is.

    Een trainer en een theaterregisseur
    André Meiresonne is de trainer in dit programma. Hij heeft het ontwikkeld en is de vaste begeleider ervan. Hij werkt daarbij samen met co-trainers die tevens ervaren theaterregisseurs zijn. De regisseur zet de deelnemers in verschillende rollen en creëert interactie. Zo kunnen de deelnemers direct en persoonlijk ervaren hoe het is om vanuit verschillende perspectieven te communiceren en zelf ontdekken wat hen goed voelt en hen het beste past.

    Programma
    09.00 - 12.30u / Bewustwording
    12.30 - 13.30u / Lunch
    13.30 - 17.00u / Verdieping en oefening
    17.00 - 17.30u / Snack
    17.30 - 20.00u / Oefening en reflectie

    reageer